
Laat ik maar met de deur in huis vallen, ik geloof niet dat ik direct voorstander ben van het uitbreiden van de zegening van levensverbintenissen, zoals ons huwelijk in de Kerkorde heet, tot constellaties van meer dan twee personen. Voor mijn gevoel doet dat geen recht aan de bijbelse fundering die gemaakt heeft dat het sacrament van het huwelijk in tweeduizend jaar kerkgeschiedenis een plek kreeg. Een van oudsher belangrijke notie hierbij is de vergelijking tussen de exclusieve relatie van twee mensen met de exclusieve relatie van God met de mensen. Zelfs in onze remonstrantse verantwoordingen bij levensverbintenissen wordt hier nadrukkelijk naar verwezen.
Het gaat hier om de verbondsgedachte die in de bijbel zo’n centrale rol heeft. Op allerlei plekken in de bijbel, beginnend bij Genesis 2, waar man en vrouw lichamelijk één worden, wordt zoiets verteld. Als er sprake is van huwelijken (of relaties) tussen één man en meerdere vrouwen lijkt dat nooit als iets aanbevelenswaardigs verteld te worden. Bijna altijd geeft het gedoe. (Denk aan de toestanden rond Hagar, de vrouwen en bijvrouwen van Jakob en de harems van David en Salomo.) De kerk zegent huwelijken omdat het herkenbaar is als de afschaduwing van Gods eeuwige liefde. In de bekende woorden van Vondel, zie het kader hiernaast, wordt dat prachtig verwoord: Geen liefde koomt Gods liefde nader, Noch is zo groot.
Betekent dat, dat ik wil oordelen over allerlei andere relatievormen, dat ik vind dat een geloofsgemeenschap die zou moeten veroordelen? Geenszins! Ik geloof heel nadrukkelijk in de vrijheid van mensen om hun eigen leven in te richten zoals ze dat willen. Daar hoeft de samenleving, maar ook de kerk, geen oordeel over te hebben. Maar het is een andere kwestie of de kerk dit alles met een goedkeurend stempeltje – want zo werkt zo’n zegen nu eenmaal – zou moeten bekrachtigen.

Overigens is de werking van die zegen ook vrij beperkt. Ik zeg tegen trouwstellen altijd: garantie tot de voordeur! De eerste twee huwelijken die ik mocht zegenen, zijn in een scheiding uitgelopen. Later was er zelfs een huwelijk waarbij een dag na de kerkdienst het stel besloot toch maar niet op huwelijksreis te gaan. Kortom: misschien kun je ook wel zonder! Of heb ik niet altijd een gelukkige hand van zegenen…
Tjaard Barnard
Waer werd oprechter trouw
Dan tusschen man en vrouw
Ter weereld oit gevonden?
Twee zielen gloênde aaneengesmeed,
Of vast geschakeld en verbonden
In lief en leed.
De band, die ’t harte bindt
Der moeder aan het kind,
Gebaard met wee en smarte,
Aan hare borst met melk gevoed,
Zo lang gedragen onder ’t harte,
Verbindt het bloed.
Noch sterker bindt de band
Van ’t paar, door hand aan hand
Verknocht, om niet te scheiden,
Nadat ze jaren lang gepaard
Een kuis en vreedzaam leven leidden,
Gelijk van aard.
Daar zo de liefde viel,
Smolt liefde ziel met ziel
En hart met hart te gader.
Geen liefde koomt Gods liefde nader,
Noch is zo groot.
(Joost van den Vondel, Ghijsbrecht van Amstel, vierde bedrijf, Rey van Burghzaten)

Johan Goud schrijft een negendelige serie over de vraag wat geloven nu eigenlijk is. In dit nummer deel 7… Lees verder

Zoals u begrijpt, vergt de productie van een blad als AdRem een lange voorbereiding. We proberen om tenminste drie maanden voor de verschijningsdatum een thema vast te stellen. We vragen mensen om te schrijven en gaan zelf aan het werk met interviews… Lees verder