‘Alles doen om te voorkomen dat de deur definitief dicht gaat’

‘Alles doen om te voorkomen dat de deur definitief dicht gaat’

De Vriendenwerfcampagne is nu een jaar aan de gang. Op het landelijk bureau zijn de voorbereidingen voor het nieuwe seizoen druk aan de gang. U hoort er later meer over. Michel Peters ging eens langs bij Cees de Monchy, voorzitter van de CoZa. Hij reflecteert op de huidige situatie en op de toekomst van de kerk.

De ledenwerfcampagne is nu een jaar onderweg?  Hoe waardeer je de activiteiten tot nu toe?

Cees: ‘Het geeft energie, het is uitdagend, het is grensverleggend en soms best wel een beetje spannend. Het is een avontuur want we gingen op weg zonder precies onze bestemming te weten. Ik ben heel blij met de campagne want het kon zo niet doorgaan. Niets doen was geen optie. Zonder een poging om de toekomst veilig te stellen zou er geen sprake zijn van goed bestuur. We zijn  een kerk met een missie, een boodschap, die moet je dan ook uitdragen en als dat niet op de klassieke manier gaat dan moet je andere wegen bewandelen en niet verpieteren. Als je als kerkgenootschap gedurende lange tijd zo achteruit gaat en alle eerdere pogingen geen succes hebben, moet je krachtig zijn. Niet bij de pakken neerzitten maar nieuwe paden zoeken. Maar ook heel mooi is te zien hoe wij intern één zijn. Ik ben heel blij met de saamhorigheid en steun op alle niveaus, van de gemeenten in de Algemene Vergadering, de voorzitters in het CVO, de predikanten, het landelijk bureau, de CoZa.’

Wat heb je zien gebeuren in de kerk in het afgelopen jaar?

Cees: ‘Ik zag vooral nieuw elan en enthousiasme. Natuurlijk is er ook tegenstand, mensen die het te ver vinden gaan. Dat mag ook en houdt ons scherp. Hun opmerkingen maken ons meer bewust van wat we wel en wat we niet moeten doen. Er is een bandbreedte van werken en met elkaar moeten we die in de gaten houden. Met name sommige ouderen vinden het werken met een campagne voor een kerk not done. Maar zoals gezegd, na alles wat er de laatste decennia geprobeerd is was er geen andere weg meer. Of je moet accepteren dat na bijna vierhonderd jaar de deur definitief dicht gaat. Dat kan altijd nog gebeuren maar niet dan nadat we een poging gedaan hebben dát te voorkomen, we tegen elkaar kunnen zeggen:  we hebben er alles – en zelfs meer dan dat – aan gedaan. Overigens zijn de mensen die ons verlaten hebben gelukkig op de vingers van één hand te tellen terwijl er wel meer dan 275 nieuwe vrienden zijn bijgekomen. Voor het eerst sinds tientallen jaren is er sprake van groei in plaats van verlies. En dan heb ik het nog niet over de mensen die nieuw in onze kerken komen maar nog geen vriend zijn. Ik hoor op veel plaatsen dat er nieuwe gezichten zijn die, ook al hebben zij zich nog niet formeel aangemeld, wel de stap over de drempel gezet hebben. Volgens mij hebben we meer mensen bereikt dan nu zichtbaar is in de cijfers. Maar goed, ik wil niet te hard en te snel juichen, het is een tussenstand; we zijn er nog lang niet. Voor mij is het ook een proces van lange adem. Het is belangrijk dat degenen die bij ons gekomen zijn ook vinden wat ze nodig hebben. Dat we ze voor de dienst goed ontvangen. Dat we na de dienst in praktijk brengen wat ons in de dienst wordt voorgehouden en nieuwe bezoekers echt welkom heten zodat ze de wens voelen bij ons te blijven.’

Hoe staan de Remonstranten er voor nu?

Cees: ‘Naamsbekendheid is belangrijk, net als tonen wat we te bieden hebben, tonen waar wij voor staan. Het is echt moeilijk om onze boodschap in een publiciteitsuiting compact over te brengen. De slogan `Geloof begint bij jou` geeft het, dachten wij, goed weer. Of de mensen zich dan aan willen sluiten en willen ontdekken of wat we te bieden hebben bij hen past, is aan hen. Maar we zien wel dat er meer belangstelling ontstaat voor de Remonstranten. Ook in de media krijgen we relatief veel publiciteit voor een klein kerkgenootschap. Maar let wel, de campagne moet echt een paar jaar duren om volledig effect te hebben. Vandaar dat we ook werken aan de voorbereiding van een langere termijn planning. Het zou jammer zijn als we de akker achterlaten voordat we kunnen oogsten. En natuurlijk is er altijd de mogelijkheid dat het niet brengt wat we hopen. Dat kan ook in het leven maar dan kunnen we in ieder geval zeggen dat we er voor gegaan zijn, dat we onze boodschap de wereld in gestuurd hebben, dat we niet verzaakt hebben. Dat zijn we aan onze vierhonderd jaar voorouders naar mijn gevoel verplicht.’

Waar willen we naar toe?

Cees: ‘Meer vrienden natuurlijk, maar misschien ook wel naar een ander soort kerk: andere vormen, andere activiteiten? Andere inhoud ook? We zijn een christelijke kerk. De christelijke godsdienst is mij lief. Maar in de Nederlandse context is een kerk beslist niet vanzelfsprekend. Dat leerde het marktonderzoek van Motivaction mij ook vorig jaar. Als je woorden als God, Jezus of de Heilige Geest laat vallen haken veel mensen, juist zinzoekers af. Het Christendom functioneert in een heel negatief frame in onze samenleving. Veroordelend, dwingend en saai. Hoe we dat oude geloof op een nieuwe manier kunnen brengen is dan ook een belangrijke vraag. Dat past ook bij Remonstranten, denk ik, om met die vraag aan de slag te gaan. Remonstranten willen bewegen. Ze zijn niet vastgeroest maar bereid om te zien wat er nieuw kan, wat er beter kan. Ik zelf zou het mooi vinden als er ook nieuwe liturgische vormen en taal worden uitgedacht, maar ik besef dat het moeilijk is en dat velen er niet voor voelen. Maar anderzijds, als we jongeren willen trekken of willen laten zien dat we een ander geluid hebben is, dat toch lastiger als de vormen waarin we dat geluid verpakken zo gelijk zijn aan andere kerken. Hoe spaar je, om het oneerbiedig te zeggen, kool en geit. Hoe bedien je de oudere generatie die gehecht is aan de huidige vormen en rituelen maar geef je ook een aantrekkelijke dienst voor jongeren. Een taak voor de vakmensen in ons midden, de predikanten. Zij zijn bij uitstek degenen aan wie we deze vraag moeten stellen. Daarnaast geloof ik zelf ook in gesprekskringen en andere vormen. Immers de jongeren met kleinere kinderen en ieder een eigen baan hebben in het huidige tijdsgewricht niet echt veel ruimte over om ook nog naar de kerk te gaan. Daar zullen meer de avonden een mogelijkheid moeten bieden. Qua inhoud denk ik dat we beslist van deze tijd zijn.’

Wat is jouw droom voor de toekomst?

Cees: ‘Onderdak en ruimte bieden aan diegenen die vrijheid en verdraagzaamheid zoeken in het geheel van de christelijke kerk. In de Nieuwe Bijbelvertaling heet het koninkrijk van God ‘De Nieuwe wereld’. Dat is treffend geformuleerd. Daar gaat het ook om, om dat ideaal van een nieuwe wereld dichterbij te brengen. De kerk is daarvoor in onze samenleving van oudsher een belangrijke oefenplaats.’

Hoe moet naar jouw idee de kerk er over tien jaar uit zien?

Cees: ‘Er moet wat mij betreft helemaal niets.  De Remonstranten zijn maar een klein kamertje van de christelijke kerk. Het hangt niet van ons af. Maar ik geloof wel dat wij sneller dan andere kerken ons aan kunnen passen aan nieuwe omstandigheden omdat we kleiner zijn. De campagne laat dat zien. Sommige kerken zijn kritisch over onze campagne maar ik vermoed dat over tien jaar andere kerken onze werkwijze zomaar zouden kunnen hebben overgenomen. Ik weet niet of mijn idee maatgevend moet zijn, maar ik hoop dat de remonstrantse kerk er dan zodanig uitziet dat we – met alle aanpassingen die de komende tijden zullen vragen –  weer even  verder kunnen. Dat we ons over tien jaar meer bezig houden met theologische thema’s en maatschappelijke vragen en we over de continuïteit van de Remonstranten ons even geen zorgen hoeven te maken. Dat gun ik een volgende generatie remonstranten. Dat ze onze zorgen niet hebben maar de inhoud van geloof en inspiratie centraal kunnen stellen. Misschien ben ik te ambitieus. Maar ik vind het belangrijk dat we een doel hebben, de fameuze ‘stip op de horizon’, en dat is uiteindelijk meer dan het voorbestaan van de Remonstranten. We zijn verplicht uit te dragen waar we voor staan en mee te bewegen in de tijd. Onderzoek alle dingen, behoudt het goede, wordt ons voorgehouden. Als je echt nadenkt over kerkverlating bij de Remonstranten dan kun je gerust concluderen dat we het contact met de jongere generaties zijn verloren Vroeger ging men met de ouders mee naar de kerk en ontstond de band gaandeweg vanzelf. Maar in onze samenleving is de keuze van geloof een persoonlijke keuze geworden. Je kiest niet vanzelfsprekend voor de het geloof van je ouders. Het was eigenlijk een enorme luxe dat dat lange tijd wel zo heeft gewerkt. De vraag blijft natuurlijk toch steeds weer naar voren komen: hoe kunnen we de jongeren bereiken. Jongeren die vaak meer individueel zijn ingesteld, die woekeren met hun tijd, die zich niet meer willen binden maar meer ad hoc datgene zoeken waar ze in geïnteresseerd zijn. Met een nieuw jongerenproject proberen we daar een passende formule voor te vinden. Kortom, het is vaak ook trial en wellicht error. Maar ook hier geldt weer, niets doen is geen optie.’

Hebben we dan nog ruim veertig gemeenten bijvoorbeeld met evenzovele kerkgebouwen?

Cees: ‘Niet noodzakelijkerwijs, maar hopelijk wel een zodanig aantal dat de mensen die ons zoeken ook de kans hebben om ons te vinden zonder dat ze letterlijk en figuurlijk een lange weg moeten afleggen. Maar misschien zijn er dan wel meer gemeenten dan nu. Of zijn er nieuwe groepen waar mensen samen komen om te bidden, zich te bezinnen op het leven en te werken aan die nieuwe wereld.  Daar zou alle aanleiding voor zijn met een gedachtengoed dat – volgens mij althans – zo in de huidige tijd past.  En daarnaast, laten we ons daarvan bewust zijn, zullen er ook veel mensen zijn die in de individuelere maatschappij via andere wegen met ons mee zullen willen doen. Voor ouderen is de impact en de werkwijze van sociale media niet in te schatten en vaak nog minder te begrijpen. De persoonlijke ontmoeting zal toch altijd de basis zijn, daar ben ik van overtuigd, maar als eerste kennismaking met Remonstranten zijn online media van buitengewoon groot belang. Ik ben geen doemdenker. We hebben een prachtig gedachtengoed en dat mogen we best laten weten. Laten we blij zijn met wat er is en van daaruit bouwen aan een goede toekomst. En als het mag een persoonlijke noot: ik voel zelf een groot enthousiasme als we met de CoZa

en landelijk bureau aan het werk zijn. Het is een groot plezier om met al die gedreven mensen te mogen werken. Het is een fantastische equipe.  Ik ben dankbaar dat ik juist op dit moment deze taak mag vervullen en een bouwsteentje aan die goede toekomst mag proberen bij te dragen. En als de huidige trend zich doorzet komt die toekomst er aan. Al mijn optimisme over de Remonstranten staat ergens haaks op ontwikkelingen in de wereld.  De wereld is zo’n ingewikkelde plaats geworden, op zoveel plaatsen lijden mensen. Hoe we dat om kunnen keren weet ik niet zo een-twee-drie maar ik geloof wel dat plaatsen waar het visioen van een nieuwe wereld wordt bewaard en doorgegeven van buitengewoon grote

Zie ook