‘Werken aan een wereld waarin niet het recht van de sterkste geldt’

‘Werken aan een wereld waarin niet het recht van de sterkste geldt’

Heersers stoot hij van hun troon

en wie gering is, geeft hij aanzien.

Wie honger heeft, overlaadt hij met gaven,

maar rijken stuurt hij weg met lege handen.

Lucas 2:52-53 (uit de Lofzang van Maria)

De discussie over de vermeende tegenstelling tussen geloof en wetenschap heeft meestal betrekking op natuurwetenschappen. In deze bijdrage focus ik op rechtswetenschap. Ik ga op zoek naar de betekenis van mijn geloof voor mijn werk als promovenda aan de universiteit Utrecht en als praktijkjurist. Het proefschrift gaat over recht op verlof. Daarin inventariseer ik de juridische belemmeringen die werknemers met een verlofwens ondervinden en onderzoek ik mogelijkheden om die belemmeringen weg te nemen. In de praktijk werk ik als straatjurist voor daklozen bij de Stichting Belangenbehartiging Amsterdamse dak- en thuislozen en de protestantse diaconie Amsterdam. Geloven betekent voor mij vooral werken aan een wereld waarin niet het recht van de sterkste geldt, maar waarin vrede en recht zegevieren. Hieruit volgt voor mij dat de belangrijkste functie van het sociaal recht is het vrijwaren van gebrek van alle leden van de samenleving. Dit laatste is helaas actueel.

Conflict van plichten

Eerst een voorbeeld uit mijn onderzoek. Femke, een gescheiden moeder van drie jonge kinderen, werkte als herintreder op basis van een jaarcontract toen haar moeder kwam te overlijden. Ze vroeg haar leidinggevende zorgverlof om aan het sterfbed te waken. Zonder opgaaf van redenen weigerde deze dit. Femke’s dilemma was levensgroot. Afscheid nemen van haar stervende moeder was belangrijk voor haar, maar ze kon door het veto van de chef te negeren haar baan verliezen. Een leven als bijstandsmoeder zou een slechte start voor de kinderen betekenen.    De werkgever wil dat het werk doorgaat en dat de werknemer aanwezig is op de werkvloer. Een werknemer als Femke heeft naast haar werk echter privé – verantwoordelijkheden die tot een conflict van plichten kunnen leiden. Blijft ze aan het werk in verband met de toekomst voor haar kinderen of gaat ze waken bij haar moeder? Het arbeidsrecht helpt haar maar een beetje. Zorgverlof is dan wel in de Wet arbeid en zorg geregeld, maar de werkgever mag een verzoek om zorgverlof weigeren als er sprake is van ‘zwaarwegend bedrijfs- of dienstbelang’. Een van de conclusies van mijn onderzoek is dat een werknemer als Femke weinig houvast heeft aan zulke vage wettelijke normen. Het machtsverschil tussen werkgever en werknemer maakt dat een werknemer vaak aan het kortste eind trekt.

Is deze conclusie ingegeven door mijn levensbeschouwing? Als het goed is niet. Een andere onderzoeker – met welke levensbeschouwing dan ook – zou tot dezelfde conclusie moeten komen. De keuze van het onderzoeksthema is mogelijk wel door mijn levensbeschouwing beïnvloed. Ik vind het belangrijk dat alle mensen, ook zij die moeten werken, de mogelijkheid hebben om goed voor elkaar te zorgen.

Bureau straatjurist

In 2011 kreeg ik de kans om Bureau straatjurist, een juridisch steunpunt voor dak- en thuislozen, op te richten. De situatie van dak- en thuislozen bleek schrijnend. Elk mens heeft recht heeft op gezonde voeding, kleding, onderdak en medische zorg, maar zulke elementaire – niet luxe – zaken zijn voor veel mensen in mijn omgeving buiten bereik. Pieter (59) is al enige jaren dakloos. Ondanks een chronische ziekte slaapt hij buiten in een tent. Er is voor hem geen plaats in de daklozenopvang, omdat hij niet verslaafd of psychiatrisch ziek is. Dat zijn nu eenmaal de voorschriften. Tot overmaat van ramp kreeg hij ook nog een boete van 130 euro, omdat het verboden is om buiten te slapen. Dat is niet te betalen van een uitkering van 686 euro (als hij al een uitkering heeft; een grote groep daklozen lukt het niet eens om een uitkering te bemachtigen). Als hij die boete niet kan betalen, moet hij voor vervangende hechtenis de gevangenis in, terwijl hij in het geheel niet crimineel is. Hoe vernederend is dit! De nood is hoog. Kerken doen veel op grond van de bijbelse opdracht om de hongerige te voeden, de dorstige drinken te geven, de vreemdeling op te nemen, de naakte te kleden en de zieke en de gevangene te bezoeken (Mattheus 25: 35-37). En toch, hulp bieden alleen bevredigt niet. Immers, het verleden heeft geleerd dat ‘armenzorg’ als een vernedering wordt ervaren. Beter is het om recht te doen en te streven naar gerechtigheid door de sociale mensenrechten te waarborgen.

Macht en onmacht

Terug naar de verschillen tussen onderzoek doen en rechtshulp verlenen. Zowel bij mijn onderzoek als in het werk voor daklozen is macht aan de orde. De werkgever heeft macht over de werknemer; hij kan al dan niet verlof toestaan. De staat heeft macht over de dakloze die niet geholpen wordt, onvrijwillig buiten slaapt en daardoor ook nog met een boete of zelfs detentie wordt geconfronteerd.  Door onderzoek te doen, kan ik onterecht uitgeoefende macht van een werkgever niet doorbreken. Ik onderzoek het rechtssysteem en dat staat los van levensbeschouwing. Bij het werk als straatjurist is de invloed van mijn geloof er wel. We benutten alle mogelijkheden om aandacht te vragen voor de penibele positie van daklozen en om een tegenmacht te vormen, o.a. door politici aan te spreken en publiciteit te genereren. Dit, omdat hulp alleen onvoldoende is en de onrechtvaardigheid van de situatie van daklozen niet blootlegt en wegneemt. Dat mensen in een stad als Amsterdam – met de rijkdom van de Zuidas, de grachtengordel en het concertgebouw – met een lege maag in parken slapen, is in strijd met de menselijke waardigheid. Anders dan bij het onderzoek van het recht, proberen we bij Bureau straatjurist te werken aan gerechtigheid, in de hoop dat wie gering is aanzien krijgt en wie hongerig is overladen wordt met gaven. Immers, elke dag opnieuw hoor ik de schreeuw om recht van Reve: ‘Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt het nog wat?’

Caroline de Groot

 

 

 

Femke is een gefingeerde naam. De feiten van de voorbeelden zijn zodanig  gewijzigd dat de situaties niet herkenbaar zijn.

Zie ook