Het gezicht van … Anne Claar Thomasson – Rosingh

Het gezicht van … Anne Claar Thomasson – Rosingh

Wieg

‘Ik ben geboren op 8 januari 1974 in Nalugu, Ghana, in het ziekenhuis van de Amerikaanse Southern Baptists. Ik was er de eerste witte baby. Mijn vader was remonstrants predikant. Hij koos voor de zending, heel ongebruikelijk in de Remonstrantse Broederschap. Speciaal voor hem is een zendingscommissie in het leven geroepen. Hij heeft twaalf jaar in Ghana gewerkt. Na terugkeer werkte hij in hervormd verband voor buitenlandse studenten in het Oosten van het land.  We woonden in Rijssen, ik ging op school in Almelo. Onze niet-christelijke buren vertelden dat het uitgesloten was om op zondag het gras te gaan maaien.

Religie

Kerkelijk voelden wij ons thuis bij de charismatische beweging, geen eigen kerk, maar een beweging die in de gewone kerken deze manier van geloven wilde inbrengen. Ik sprak voor het eerst in tongen toen ik zes was. Mijn vader bleef altijd remonstrant, hij vond: je verlaat je kerk alleen als je er wordt uitgegooid. Wat de Remonstranten niet deden. Op het gymnasium bleek dat ik dyslectisch was, dus heb ik Grieks laten vallen. Terwijl ik toen al theologie wilde studeren! In plaats daarvan ben ik naar de PABO gegaan, in Ede. Toen ik een jaar of 23 was, bedacht ik een nieuw ideaal: ik wilde predikanten gaan opleiden. Iedereen lachte me uit, want ik was zelf niet eens een theoloog. Maar dat ging ik dus nu alsnog studeren, aan de KThU, een katholieke opleiding. Ik werd er vooral gegrepen door het onderwijs van Anne Marie Korte, zij heeft mij in vuur en vlam gezet voor de feministische theologie. Met die opleiding kon ik echter geen hervormd predikant. Mijn vader vertelde mij dat wij ‘eigenlijk’ remonstrant waren. Dus meldde ik mij – ik was 24 of 25 – bij het curatorium van het remonstrants Seminarie. Daar keken ze erg vreemd op van een kandidaat met een zo sterk evangelische en contra-remonstrantse achtergrond. Maar ze hebben me toch toegelaten. Mijnke Bosman stuurde mij naar het studiecentrum van de Wereldraad van Kerken in Bossey. Daar ontmoette ik een vreselijk lieve Engelsman. Toen die ook nog meteen op het vliegtuig stapte om mij te troosten toen mijn vader overleed (in Ghana, waar hij ook begraven is) was wel duidelijk dat we samen verder zouden gaan.

Remonstrants predikant

Ik werd predikant in Maastricht, voor de remonstrantse gemeente en voor de studenten, vijftig procent, zodat ik ook vijftig procent in Engeland kon zijn. Maar kort daarna (toen ook mijn moeder overleed) ben ik naar Engeland geëmigreerd en zijn we getrouwd. Dat was in 2003. Ik werkte part-time als adviseur voor kerkelijke lekentraining, we kregen ons eerste kind, en ik begon aan een dissertatie over de Heilige Geest bij de kerkvaders en in de feministische theologie. Daar heb ik zes jaar aan gewerkt. Vorig jaar is er een handelseditie van uitgekomen.

Er werden nog twee kinderen geboren. Ondertussen had ik nog steeds die wens om predikanten op te leiden. Ik reageerde op een advertentie van een theologische opleiding in Salisbury (oecumenisch, priesters en predikanten van de Church of England en de Baptisten) en werd aangenomen. Onze opleiding is dit jaar gefuseerd met die van Sarum College, in hetzelfde gebouw naast de kathedraal. Onze Susanna (bijna 10) is chorister in de kathedraal. Ruben (8) houdt meer van voetbal. Johan (7) wil violist worden.

Dit weekend word ik priester gewijd. Voor de opleiding was dat handig, en de Church of England is wel de kerk waar ik mij het meeste thuis voel – al blijf ik voluit remonstrant. Ik heb breedte nodig, heel veel breedte, dat hoor je wel aan mijn verhaal, en dat hebben ze bij de Anglicanen. Net als bij de Remonstranten.’

Bert Dicou  (op locatie in Salisbury)

Zie ook