Het gezicht van Annewil van der Meer

Het gezicht van Annewil van der Meer

Sinds januari van dit jaar is Annewil van der Meer (1966) vriend van de Remonstranten in het Penninckshuis in Deventer, een do/re samenwerkingsgemeente. Voor die tijd had ze al een jaar als belangstellende aan de gemeente gesnuffeld en bijvoorbeeld deelgenomen aan de werkgroep Compassie. Het begon allemaal eind 2014 met een radiospotje van de Remonstranten uit de reclamecampagne. Toen werd haar nieuwsgierigheid (weer) geprikkeld. ‘De Remonstranten zijn voor mij een vorm van thuiskomen.’

Geloof nooit beknellend

‘Ik ben geboren in Leeuwarden in een gezin van vijf kinderen. Al snel verhuisden wij naar de Bilt. Wij waren gereformeerd, maar niet streng of dogmatisch. Eigenlijk ben ik heel vrijzinnig opgevoed. Mijn vader trok alles in twijfel en ging niet meer naar de kerk. We lazen wel uit de bijbel, maar ik heb nooit belijdenis gedaan en nooit de catechismus geleerd. Geloof was dus nooit beknellend en toch ben ik er lange tijd niet mee verder gegaan. Geloof is voor mij geen ‘opium voor het volk’ hoor, ik ben altijd een spiritueel/religieus wezen gebleven. Uit mijn opvoeding heb ik veel moreel en ethisch besef en een goed ontwikkeld arbeidsethos meegekregen, daar ben ik dankbaar voor. In Doorn heb ik het Reviuslyceum doorlopen en daarna ben ik culturele antropologie gaan studeren aan de VU in Amsterdam. En feminist geworden: hoezo ‘Vader, zoon en Heilige Geest’? Ik werkte als projectmedewerker en als buitenlandredacteur bij ontwikkelingsorganisatie Solidaridad en later bij ICCO in Zeist.  Daarna heb ik bij woningcorporaties gewerkt. En op het moment ben ik adviseur voor huurders bij de Woonbond, verbonden aan het regiokantoor Zwolle.’

Ongeneeslijk religieus

‘In 2014/2015 ben ik gescheiden en die breuk heeft mijn zoektocht naar religie en spiritualiteit weer in gang gezet. In 2014 ben ik Qumnye gaan doen, Tibetaanse yoga. Lichaam en geest in balans brengen, dat is heerlijk. Mediteren bracht me dichter bij mezelf en bij God. Eigenlijk bij het goddelijke in mezelf. Bovendien ervoer ik de verbinding met alles wat leeft. Het stimuleerde bij mij een diep gevoel van compassie. Tegelijkertijd voelde ik ook: dit is niet mijn traditie, ik moet op zoek naar mijn eigen wortels. Spiritualiteit is niet alleen een individuele zaak, het gaat er niet om verlichting voor jezelf te verkrijgen. Ik vind dat ik een taak heb in de wereld en meen dat een kerk zich ook met maatschappelijke vraagstukken moet bezig te houden.

En op dat moment hoorde ik dus de radiospot van de Remonstranten. Dat sprak me aan. Ik ging op de website kijken en ontdekte dat het verhaal van Arminius nog verrassend actueel is. De geloofsbelijdenis is prachtig. Ik volgde Facebook en las artikelen in AdRem. In eerste instantie kwam ik in de kerk in Lochem terecht waar ik tijdelijk woonde. De bijbelse taal daar sprak me meteen aan. Later in Deventer heb ik een introductiecursus gedaan. Ik ben belangstellend geworden, maar dat beviel slecht, ik ervoer te veel afstand tot de gemeente. Voor mij als alleenstaande is het belangrijk om onderdeel te zijn van een gemeenschap, daar krijg je andere prikkels en kun je over geloof in gesprek gaan met anderen. Alhoewel ik zowel de Doopsgezinden als de Remonstranten niet helemaal duidelijk vindt, heb ik toch voor de Remonstranten gekozen. Ik vind het jammer dat we niet duidelijker uitspreken waar we voor staan. De Remonstranten hebben veel te bieden, maar zijn slecht zichtbaar.’

En verder

‘Verder ben ik een buitensporter. Ik houd van roeien – ben net met een beginnerscursus begonnen – , schaatsen, wandelen en fietsen. En doe ik nog wat vrijwilligerswerk bij de Stichting IJssellandschap en bij Buurtbemiddeling hier in Deventer. Mensen leren om te communiceren over wat ze dwars zit, dat soort werk. Ik heb wel eens gedacht aan de Remonstrantse Orde, maar weet nog niet of het wat voor me is om met vaste mensen op een vaste manier het geloof te bespreken. Ach we zien wel, het is allemaal nog zo pril…’

 Michel Peters

Zie ook