Houvast in een (tijdelijke) belijdenis
Foto: Ria Baeck

Houvast in een (tijdelijke) belijdenis

Het is de tweede cursusavond van de cyclus ‘Dwars geloven’ als ineens de jongeman naast mij opspringt, in zijn tas graait en staand begint voor te lezen. ‘Dit, dit is zo prachtig!’, zegt hij. ‘Wij beseffen en aanvaarden, dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden.’

Het is zo’n rare die met de remonstrantse geloofsbelijdenis van 2006 op zak loopt. Stilletjes moet ik lachen, want ook ik heb diezelfde tekst bij me, ook in mijn agenda geplakt, net als hij. Die belijdenis doet wat met mensen. En hoewel deze jongen een achtergrond heeft als zevendedagadventist en hij het gedachtegoed van de Remonstranten zeker interessant vindt, maar niet iets voor hem, is hij zeer te spreken over de belijdenistekst. Het voorval staat me nog zo bij omdat we, gezien onze verschillende achtergronden en keuzes, geraakt worden door dezelfde woorden.

Het begint bij ons

Nadien ben ik vaker mensen tegengekomen die opmerkten dat de geloofsbelijdenis ze geraakt heeft. Ze wisten niet zo snel meer wat er in stond, wel dat het ze aansprak. De belijdenis was inmiddels van mijn ‘old school’ agenda naar mijn mobiele telefoon verhuisd. Erg handig, want dan kan ik de tekst nog makkelijker en in een vloeiende beweging zo onder de neus van mijn gesprekspartner duwen. Het ‘prachtig’ van die eerste jongen keerde vele malen terug. Wát dan precies zo prachtig was, was vervolgens moeilijk onder woorden te brengen. Het begin is zo ijzersterk dat men als vanzelf wordt meegenomen in de rest van de tekst. Omdat de tekst begint bij de mens, bij ons. Wij. Als het ervaren van gemeenschapszin: ik samen met andere ikken. Een samen zoeken in de wereld. God kunnen wij niet kennen. Maar om God geven, ons om God bekommeren en ons door God laten raken maakt dat wij geven om de wereld waarin we leven. Dat we ons verbonden willen voelen met al wat leeft. Dat doet mijn individuele bestaan uitstijgen boven mijzelf en brengt mij in verbinding met de wereld om mij heen. Wij delen in de verwondering en zo delen wij elkaar. In contact met onszelf, met anderen en zo ook met God. In de wetenschap dat we niet enkel het middelpunt van ons eigen leven zijn, maar ook een deeltje in een tijd die groter is dan wij kunnen bevatten. De belijdenis heeft ook oog voor de keerzijde van het bestaan, het feilbare en het zwakke. Zoals iedereen dat vroeg of laat ervaart. Door alle tijden heen. Het eeuwige als verbinding tussen verleden, heden en toekomst.

Tijdelijk houvast

Thema van dit nummer van Adrem is houvast. In het licht van een remonstrantse geloofsbelijdenis al een interessant thema. De remonstranten zijn immers ontstaan wegens een in oorsprong theologische discussie over, onder andere, de geloofsbelijdenis. Een geloofsbelijdenis, zo vonden de eerste remonstranten al, is door mensen opgesteld en mag aan verandering onderhevig zijn. Als een geloofsbelijdenis een houvast is dan toch zeker een tijdelijk houvast. Al kan die tijdelijkheid best lang voortduren: de eerste remonstrantse geloofsbelijdenis stamt uit 1621. Pas in 1940 werd er een nieuwe opgesteld. Oudere lezers zullen zich deze mogelijk nog wel herinneren. In dit stuk spreek ik over de remonstrantse geloofsbelijdenis van 2006. Ik neem de tekst nog maar eens helemaal op:

Wij beseffen en aanvaarden

dat wij onze rust niet vinden in de zekerheid van wat wij belijden, maar in verwondering over wat ons toevalt en geschonken wordt;

dat wij onze bestemming niet vinden in onverschilligheid en hebzucht, maar in wakkerheid en verbondenheid met al wat leeft;

dat ons bestaan niet voltooid wordt door wie we zijn en wat we hebben, maar door wat oneindig groter is dan wij kunnen bevatten.

Door dit besef geleid, geloven wij in Gods Geest die al wat mensen scheidt te boven gaat en hen bezielt tot wat heilig is en goed, opdat zij, zingend en zwijgend, biddend en handelend, God eren en dienen.

Wij geloven in Jezus, een van Geest vervulde mens, het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust. Hij had de mensen lief en werd gekruisigd  maar leeft, zijn eigen dood en die van ons voorbij. Hij is ons heilig voorbeeld van wijsheid en van moed en brengt ons Gods eeuwige liefde nabij.

Wij geloven in God, de Eeuwige,  die ondoorgronde liefde is, de grond van het bestaan, die ons de weg van vrijheid en gerechtigheid wijst en ons wenkt naar een toekomst van vrede.

Wij geloven dat wij zelf,  zo zwak en feilbaar als wij zijn, geroepen worden om met Christus en allen die geloven verbonden,  kerk te zijn in het teken van de hoop.

Want wij geloven in de toekomst van God en wereld, in een goddelijk geduld dat tijd schenkt om te leven en te sterven en om op te staan, in het koninkrijk dat is en komen zal, waar God voor eeuwig zijn zal: alles in allen.

Aan God zij de lof en de eer in tijd en eeuwigheid

Amen

Geheimtaal

Dat de mensen die ik sprak zich vol enthousiasme over mijn telefoon, en daarmee over bovenstaande tekst, bogen is natuurlijk preken voor eigen parochie. Deze mensen waren op enige wijze al op de Remonstranten betrokken. Echt interessant werd het toen ik de geloofsbelijdenis liet lezen aan iemand die wel levensbeschouwelijk geïnteresseerd is, maar niets met kerken heeft. Na een mooi en aansprekend begin, zeg maar de eerste zeven zinnen, wordt het algauw wat lastiger. En ook wel wat al te voorschrijvend in het gewenste gedrag: zingen en zwijgen, bidden en handelen. En de tekst ‘het gelaat van God dat ons aanziet en verontrust’, wat staat daar eigenlijk? Om van alle overige alinea’s nog maar te zwijgen. Van open naar gesloten, zo werd de belijdenis ervaren. Het begin is aansprekend, maar daarna: nee dank u. Daar zat ik dan, met mijn mobieltje. Zo had ik nog niet eerder naar de belijdenistekst gekeken.

Het is toch een soort van geheimtaal. God. Eren. Dienen. Christus. Gekruisigd. En anders zijn het wel beelden, woorden, die op zo veel manieren zijn gebruikt. En nog worden gebruikt. Steeds dezelfde woorden, steeds een andere inhoud. Dat de jongen uit het begin van dit verhaal en ik dezelfde tekst in onze agenda hadden en dat hij niet en ik wel bij de Remonstranten ben gebleven zegt misschien wel iets over hoe wij ons geloven willen invullen.

Het vinden, lezen en bewaren van de remonstrantse geloofsbelijdenis 2006 was voor mij een houvast in mijn zoektocht. Allereerst om meer duidelijkheid te verkrijgen over het gedachtegoed van de remonstranten. Daarna las ik de belijdenis vooral ter inspiratie. Of als gebed, in zijn geheel of een deel ervan. Voor zolang als het duurt natuurlijk. Want die tijdelijkheid, ook al is dat voor eeuwen, dat lijkt me nu bij uitstek het houvast van de remonstrantse geloofsbelijdenis.

Sandra van Zeeland – van Cassel
Redactie AdRem, student aan het Remonstrants Seminarium

Zie ook