Interview: Geef mij maar een vraag en geen antwoord
Foto: Randan Pederson

Interview: Geef mij maar een vraag en geen antwoord

‘Geef mij maar een vraag en geen antwoord’ is een beroemde dichtregel van dichter Rutger Kopland. De zin lijkt naadloos van toepassing op de Remonstranten, alhoewel Kopland zelf niet veel met religie op had. Predikant Koen Holtzapffel heeft dit vragende karakter van het vrijzinnige geloof de afgelopen tijd nader bestudeerd en geanalyseerd. Hij schreef er een pittig boek over met de titel ‘Houvast. Aan de vraagzijde van het bestaan’. Het jaarthema 2017/2018 van de Remonstranten is ook ‘Houvast’. Een mooie voorzet voor het komende jaar dus. Het boek verschijnt eind augustus 2017.

De titel van het boek suggereert dat louter in het stellen van vragen voor ons vrijzinnig gelovigen houvast is te vinden? Zijn de Remonstranten dan werkelijk het wonderlijke slag mensen dat geen behoefte heeft aan antwoorden op levensvragen? 
‘Mijn boek gaat vooral over de relatie tussen levensvragen en religieuze zingevingskaders.  Wij als vrijzinnig gelovigen hebben zeker ook behoefte aan antwoorden en ik ben ervan overtuigd dat die in het geloof en de bijbel ook te vinden zijn. Alleen, de bijbel is geen antwoordapparaat. Te vaak wordt de bijbel gezien als een antwoordkader of zelfs een antwoordsysteem, in plaats van – wat het voor mij betekent – een open zingevingskader. Ik bedoel daarmee dat de bijbel vol staat met levensvragen. Die worden zeker beantwoord, maar die antwoorden roepen vervolgens ook weer vervolgvragen op. We hoeven de antwoorden niet voor zoete koek te slikken of als absoluut te zien. De bijbel is daarmee een kader om na te denken over vraag en antwoord. Als zodanig biedt het zeker steun en houvast en is het een belangrijk boek voor ons.’

Kun je voorbeelden geven?
‘In mijn boek wijd ik hoofdstukken aan Job, het grote vragenboek, aan Jezus die alles en iedereen in zijn tijd bevraagt en aan God als vraag. Job stelt eindeloos veel vragen. Op een gegeven moment houden zijn vragen op. Dat is het moment van overgave aan iets dat groter dan hijzelf is. Kunnen wij dat ook? Jezus stelt voortdurend vragen aan ons en onze traditie. In de bijbel worden die tegen het licht gehouden, beantwoord, maar ook van vervolgvragen voorzien. Bijvoorbeeld: ‘Is de mens er voor de sabbat, of is de sabbat er voor de mens?’ In de gelijkenissen komt voortdurend de vraag aan de orde hoe ons leven betekenis krijgt. Het antwoord is dat de betekenis van mijn leven te maken heeft met de betekenis die ik heb voor andere mensen. Jezus als de grote onderwijzer is te eenzijdig. Hij is eerder een mens als wij, met al zijn wanhoop, twijfel en vragen. ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten?’ Die vraagzijde van de bijbel is in de loop van de tijd weggestopt. Onder de antwoorden in de bijbel liggen concrete levensvragen en levenservaringen van mensen.’

Van de vrijzinnigen wordt gezegd: ‘Ze stellen wel veel vragen, maar geloven ze wel’? Hoe kijk jij daar tegenaan? 
’Geloven is voor mij niet het instemmen met waarheden, maar het in vertrouwen op zoek gaan naar en het vinden van zin. Het christelijke zingevingskader kan in die zoektocht een bron zijn, maar niet de enige. Er zijn veel bronnen van zin en ook in andere geloven en levensovertuigingen zijn antwoorden te vinden. We moeten er inderdaad voor waken dat het stellen van levensvragen louter een intellectuele exercitie wordt. Existentiële vragen borrelen op uit de diepte van ons hart, daar moet bij ons ruimte voor zijn. En tenslotte lijkt vrijzinnig geloven wel eens een individuele onderneming te zijn. Dat is niet goed, we moeten altijd in gesprek blijven met anderen uit onze eigen tijd en uit het verleden.’

Laat ik dan toch ook maar plompverloren de vraag stellen ‘Heeft het leven zin’? Hoe zou je daarop antwoorden na het schrijven van dit boek?
‘Sommige mensen zullen zeggen: ‘nee, het leven heeft geen zin’. Natuurlijk is het leven vaak moeizaam en absurd, maar toch is het voor mij de moeite waard om te leven. Dat heeft alles met vertrouwen te maken en ook met liefde. Ondanks alles ervaar ik dat er een oerzin is, dat ik deel ben van een groter geheel. Ik denk dan aan het scheppingsverhaal dat duidelijk maakt dat ik in een groter verband ben ingebed en dat dat verband (on)bewust kaders aanreikt om zin te zoeken en te ervaren. Verbinding met andere mensen is daarbij heel belangrijk. Zingeving is zinontlening, zin is iets dat ons ook overkomt. Ik citeer in dat verband Harry theoloog F. de Lange die schrijft: ‘Zin zoeken is dan: ontvankelijk zijn voor zin die zich aan mij toont, zich aanbiedt. Zin ervaren: er ja op zeggen, haar beamen’.’

Aan het begin van jouw boek wijd je een hoofdstuk aan de poëzie, ‘vragen in versvorm’ noem je het. Waarom is poëzie belangrijk?
‘Ik spreek altijd van de heilige drie-eenheid bij de Remonstranten: godsdienst, filosofie en kunst. Die velden hebben alles met elkaar te maken. Ik heb nu de poëzie als voorbeeld van de kunst genomen. In de poëzie komt de vraagzijde van het bestaan vaak aan de orde. Ik ben bijvoorbeeld erg onder de indruk van  een passage uit de brief van de Duitse dichter Rainer Maria Rilke uit 1903 aan de jonge dichter Kappus. Hij zegt zoiets als ’leef nu maar eerst de vragen, wellicht dat je ooit ook de antwoorden gaat leven’. Probeer eerst maar het leven gewoon te leven, bedoelt hij, zonder rationeel de zin ervan te willen begrijpen. In de praktijk van het leven zal er iets gebeuren met die vragen. De antwoorden op levensvragen komen dus niet uit boekjes, maar spruiten voort uit concrete levenservaringen van ons mensen.’

Wat beoog je met dit boek, Koen? Voor wie is het bestemd? 
‘Het is een boek voor mensen op zoek naar zin, die de antwoorden niet in pacht hebben. En voor mensen die dachten de antwoorden in huis te hebben en weer opnieuw vragen gaan stellen. Die van de antwoord- weer terugkeren bij de vraagzijde. Voor onszelf en de buitenwacht dus. Ik hoop dat onze gemeenten plekken zijn waar wordt nagedacht over levensvragen. Als predikant heb ik niet direct antwoorden, maar zie ik me als procesbewaker en als degene die de levensvraag achter de primaire vraag kan ontdekken en verbinden met een traditie. En ik wil de vrijzinnigheid positioneren binnen de wereld waar vragen een belangrijke rol spelen. De filosofie heeft die functie een beetje overgenomen. Uit het rapport ‘God in Nederland’ blijkt dat mensen helemaal niet meer het idee hebben dat zinvragen in de kerk aan de orde kunnen komen. Bij ons wel. Ik wil uitdragen dat onze manier van geloven historische gronden heeft en dat het christelijke zingevingskader, mits het open en tolerant is, relevant is voor zinzoekers.’

Michel Peters
Projectmedewerker op het landelijk bureau Remonstranten

Zie ook