Geloof moet het hart raken
Foto: Sodanie Chea

Geloof moet het hart raken

‘Niemand weet wat leven is, alleen dat het gegeven is, en dat van dit geheimenis, God het begin en einde is.’ Deze – inmiddels wat afgesleten – woorden van Huub Oosterhuis zie je nog wel eens boven een rouwadvertentie staan. Ze vielen mij in toen ik de vraag kreeg van de redactie van Adrem om iets te schrijven over het geloof als geheim.

Het woord geheim wordt al gauw geassocieerd met sektes en zweverigheid en het is dan ook niet het  eerste woord waarmee remonstranten zichzelf typeren, want …  ‘Remonstranten zien zichzelf graag als zijn denkend gelovigen’, lees ik op de site van één van onze gemeentes. ‘Zij hebben de Verlichting ten volle meegemaakt. De rationele inslag blijft, ook nu. Wij willen begrijpen wat we geloven.’ En: ‘Ondanks onze wereldsheid en rationaliteit willen we graag iets van het ‘hogere’ ervaren. Dat halen we niet alleen uit diensten rondom bijbelverhalen, maar ook uit de cultuur waarin we leven.’ ‘Kenmerkend voor de tolerantie is dat remonstranten open staan voor andere vormen van spiritualiteit, anders dan we zelf gewend zijn’

Valkuil

Het openstaan voor andere vormen van spiritualiteit is een groot goed en dat moeten we er zeker in houden, maar  ‘wij willen begrijpen wat we geloven’, dat zou wel eens een valkuil kunnen zijn. In het ‘geloof’, in het leven zelf, is zeer veel onbegrijpelijks. En ik geloof niet dat wij tot meer begrip komen met een steeds verder gerationaliseerd of meer cultureel christendom.

Meer informatie leidt in het geval van geloof niet tot meer inzicht. De kerk zou, naar mijn idee, weer een plek moet worden van initiatie, inwijding, in plaats van informatie. Initiatie in een paradigma dat wij niet kunnen benaderen met ons verstand, maar waaraan wij ons wel mogen toevertrouwen.

Onbegrijpelijke wonderen

Voor mij is de grondreden voor het bestaan van een gemeenschap als de kerk een mens te begeleiden om tot religieuze bewustwording te komen; om een nieuw mens te worden en wel precies die ene mens, zoals hij of zij bedoeld  is. En dan gaat het niet in de eerste plaats om een overdracht van bepaalde ideeën en ‘waarheden’, maar om een inwijding. Een stap op een nieuwe weg. Een weg niet van het hoofd, maar van het hart. Een weg die begint met niet-oordelen, niet-weten en langzaam oog krijgen voor de betekenis van die dingen die ons verstand te boven gaan: die nu nog onbegrijpelijke wonderen, die nu nog onbegrijpelijke opstanding. En op die weg openstaan voor de ‘kleine’ wonderen, die ons dan kunnen toevallen. Het wonder van vergeving en verzoening met wat onvergeeflijk en onverzoenlijk lijkt. Het wonder dat je een ongeneselijke ziekte, een immens verlies kunt dragen, dat je je daarin gedragen weet.

Open durven staan voor een werkelijkheid die onze alledaagse werkelijkheid overstijgt. En dàt delen met elkaar. Geen pasklaar antwoord verlangen op de grote levensvragen, maar met elkaar proberen de weg van het hoofd naar het hart te gaan. Daar is niets zweverigs aan, integendeel. Het kan een bijzonder helende ervaring zijn, waardoor we juist in die alledaagse werkelijkheid voluit werkzaam kunnen zijn.

Roos Ritmeester
Remonstrants predikant in Schoonhoven

Zie ook