Het gezicht van Pieter Hartevelt
Foto: Allard Willemse

Het gezicht van Pieter Hartevelt

Pieter Hartevelt (1965) is een echte ‘Katteker’. Geboren in Leiden weliswaar, maar bijna vijftig jaar woonachtig geweest in Katwijk aan Zee. Ruim een jaar woont hij nu met zijn partner Remco in Rijswijk. Na een slingerweg door het protestantse landschap, is hij in 2016 als lid in remonstrantse gemeente Leiden aangenomen. Sinds een aantal maanden is hij daar ook kerkenraadslid.

Kabbelend zeetje

‘Mijn moeder was huisvrouw, mijn vader was eerst visser en later in zijn leven vrachtwagenchauffeur. Mijn ouders waren mild Hervormd en gingen eigenlijk alleen voor bruiloften en uitvaarten naar de kerk. Maar dat streng-christelijke was overal om me heen. Op de basisschool werd uit de bijbel gelezen en moesten we ’s maandags psalmen opzeggen. Mijn oma compenseerde met verve de ‘lakse’ religieuze opvoeding van mijn ouders. Op de christelijke LTS in Katwijk was ik een buitenbeentje en werd ik gepest. Want ja, ik hield niet van voetbal en van ruwe spelletjes en las van alles over bijvoorbeeld paranormale gebeurtenissen, geschiedenis en sterrenkunde. Na twee  jaar MTS, een MAVO – diploma in de avonduren en militaire dienst, ging ik werken in een Bouwmarkt.’

Wilde baren

‘Van mijn twintigste tot mijn dertigste kwam ik in het vaarwater van de Pinksterbeweging terecht, o.m. bij De Ark in Noordwijk en bij de Levend Evangeliegemeente in Aalsmeer. Vanaf mijn middelbare school was al duidelijk dat ik op mannen viel, maar ik ben laat uit de kast gekomen. Bij de Pinkstergemeente dacht ik daar wel van af te kunnen komen. Vier jaar lang studeerde ik theologie op de Pinksterbijbelschool, maar ik zat te veel met mezelf in de knoop om ook het diploma te kunnen halen. In de vijftien jaar daarna heb ik gewoon geleefd, ik ontmoette mijn eerste partner met wie ik al die tijd heb samengewoond. Op mijn 45e merkte ik dat ik religie toch niet kon loslaten. Ik volgde een tweejarige cursus wijsbegeerte en spiritualiteit aan de VU. Ik haalde mijn bachelor theologie in vier jaar. Begin september begin ik een master Spiritual Care aan de VU en tegelijkertijd ga ik op het remonstrantse Seminarie de opleiding volgen. Al een aantal jaar werk ik als pastoraal werker bij de Doopsgezinden in Zaandam. Ik deed ik eens een uitvaart in het crematorium Eikelenburg in Rijswijk. Daar had ik een heel leuk gesprek met de uitvaartleider. Met hem heb ik nu al drie jaar een relatie.’

Stabiel vaarwater

‘In het orthodoxe Katwijk werd wel eens negatief gesproken over de Remonstranten, maar dat recalcitrante  vond ik toen ik jong was al interessant. In de Leidse  Studenten Ekklesia zei Christiane Berkvens ooit tegen me: ‘Je kunt altijd nog remonstrant worden’. Zo’n 5 jaar geleden was het zover, toen ben ik landelijk vriend geworden. De intellectuele uitdaging en de open houding naar cultuur en wetenschap trekken me enorm aan. En natuurlijk dat ik vrij mag zijn om te geloven en te beleven. Ik ben allergisch geworden voor geloofswaarheden. De diensten mogen iets levendiger, maar het zijn heerlijke bezinningsmomenten. Verwondering is een kernwaarde voor me. Ik voel me gedragen door de Ene en onderdeel van een overweldigende kosmos. God ervaar ik binnen en buiten me, hij/zij is ongescheiden, een continuüm. De blik van de ander (Buber) raakt me en doet in het leven van alledag een appel op me. Zo is mijn christelijke bedding onmiskenbaar diep uitgesleten, maar altijd zijn er zijrivieren die vers water aanvoeren.‘

Michel Peters

 

Zie ook