Wie bidt er nog
Foto Jake Guild

Wie bidt er nog

De joodse godsdienstfilosoof Abraham Joshua Heschel (1907-1972) schreef over het bidden: ‘Van alles wat we doen is het gebed het minst nuttig, het minst werelds en het minst praktisch. Om die reden reinigt het gebed onze ziel.’ Ja, voorbij het nuttige, het concrete en het praktische komen we misschien bij het wezenlijke. Bij dat wat er uiteindelijk echt toe doet. Maar wie van ons bidt er (nog) wel eens? Gaan we zó op in onze bezigheden of hebben we zoveel moeite met bidden dat we maar liever zwijgen? Het gebed staat onder druk en niet het minst onder vrijzinnigen.

Vragen

Misschien vinden we het alleen nog iets voor de kerkdienst en (dus) voor de predikant. Je hoort daar het gebed aan en je merkt wel of de woorden je raken. Of bid je mee, met je ogen dicht en je handen gevouwen? Kan je jezelf eraan overgeven? En, lezer, mag ik je nog enkele persoonlijke vragen stellen? Speelt het gebed ook buiten de kerkdienst een rol in je leven? Bij de maaltijd, voor het slapen gaan of als schietgebedje op een moment dat je het moeilijk hebt? Is er een moment op de dag dat je reserveert om je in alle rust naar binnen te keren en zo ja, doe je het dan op de manier zoals Jezus je adviseert: ‘Als je gaat bidden, ga dan in je binnenkamer en doe de deur dicht en bid tot je Vader in het verborgene” (Mat. 6:6).? Het is denkbaar dat je op bijna alle hiervoor gestelde vragen met ‘nee’ moet antwoorden. Misschien omdat je het bidden nooit geleerd hebt, misschien omdat je het afgeleerd hebt. Je hebt er de tijd niet voor, je vindt het te gênant of te kinderlijk om te geloven dat er een Ander is die naar je luistert…

Beginnen bij de mens

Laten we dan niet beginnen bij ‘God’ maar bij de mens. Vanuit wat voor soort behoefte zou een mens vandaag de dag nog willen bidden? De behoefte kan eruit bestaan dat je je wilt uitspreken, op een wezenlijke, open en eerlijke manier. Zo eerlijk en zonder voorbehoud, dat het niet wenselijk is het te delen met enige medemens. Je geeft je over aan wat er werkelijk in je leeft aan vertrouwen, aan hoop, aan verdriet en wanhoop. Bidden is dan ook, zoals de Haarlemse predikant Jurjen Beumer het verwoordde ‘het meest intieme gesprek’ (in: Bidden. Het meest intieme gesprek, Kampen 2008). Zelfs met je levenspartner is zo’n gesprek niet altijd mogelijk, omdat ook de relatie met hem of haar in het geding kan zijn en de manier waarop hij of zij daarna naar jou zal gaan kijken. Dat gesprek kan je ook niet met jezelf hebben, want dan ontbreekt een ‘tegenover’, de dialoog met iemand die doorvraagt en een ongedacht antwoord kan geven. Carel ter Linden zegt het zo: ‘Bidden is het hebben van een gesprek met jezelf, voor het aangezicht van God’ (in: Wat doe ik hier in Godsnaam, Amsterdam 2013). In een gebed overdenk ik mijn leven en de vragen waar het leven mij voor stelt, in het licht van dat wat mijn eigen kleine leventje overstijgt en waar ik deel van uitmaak. Zo is het gebed meer dan een monoloog, een zekere dialoog, en kan ik beter zien wat mij te doen staat.

Bidden is dus meer dan ‘nadenken over mijn leven’, meer dan daarover mediteren. Het is het zoeken van een dialoog, op een diepere en intiemere manier met – laat ik het benoemen als – het grote levensgeheim, de laatste dimensie van ons bestaan. Dat is alweer een omschrijving die anderen liever kortheidshalve ‘God’ kunnen en willen noemen.

Het adres voor het gebed

Toch is het goed mogelijk om met een vrijzinnig godsbeeld te bidden. In de voorbeden van de kerkdienst kunnen de namen van God en Christus weggelaten worden. De voorganger kan zeggen: ‘Laten wij onze aandacht richten op onze dankbaarheid voor …, op de nood van …., op dat wat niemand anders voor ons kan uitspreken,’ gevolgd door stilte. De stilte van dat moment kan ook fluisterend spreken, troosten, antwoorden. De Geest kan waaien en ‘the answer is blowing in the wind’ om met Bob Dylan te spreken. Is een ongeadresseerd bidden niet bevredigend, dan kan in plaats van het te massieve woord ‘God’ ook van ‘Gij Eeuwige’, dan wel ‘Eeuwige’, ‘Ene’, ‘Bron van alle leven’ gesproken worden.

Wat zou een mens ten diepste willen uitspreken tegenover ‘alles’, het eeuwige of hoe het geheim ook  te benoemen is? We denken dan al gauw aan onze nood en angst en het bidden wordt een smeekgebed om hulp en steun. Ook niet-gelovige mensen kennen dat en wel als schietgebed, een kort en haastig gebed, dat als vanzelf komt als men in nood is. De ziel van een mens kan ook juichen van geluk en hardop het bestaan of de Schepper willen danken. Een mens kan daarnaast overvallen worden door verwondering over zijn bestaan en over de schepping, om vervolgens God te loven.

Bidden tot ‘iemand’

Bidden is niet alleen uitspreken dat wat in jou leeft, van binnen naar buiten, maar het is ook een toelaten dat wat van buiten tot je wil komen. De Trappist André Louf: ‘Dat is gebed: alles wat mij ertoe brengt God bij mij te laten binnenkomen.’

Het nut van bidden

Als bidden bijdraagt aan je eigen kracht en gemoedsrust, dan mag een volgende vraag zijn: draagt het ook iets bij aan het welzijn van de wereld? Biddende mensen houden de hoop op een betere wereld levend. In mijn eigen ochtendgebed sta ik bewust stil bij mensen die vandaag steun nodig hebben. Daarmee roep ik hun namen in mij op en niet zelden is het gevolg dat ik daardoor die dag aandacht aan hen geef, hen bel of bezoek. In de beslotenheid van de abdijen dragen de monniken met hun gebed de wereld in al zijn chaos en geweld.

Hoe te bidden

De praktijk van het bidden kan zich beperken tot het doen van een schietgebedje of het uiten van een enkele gedachte voor het slapen gaan. In het dagelijkse leven kan het gebed een vaste plek in je dagindeling krijgen. Bij het opstaan schiet je niet in gehaast handelen, maar je neemt een stille tijd van tien minuten, waarbinnen je een korte (bijbel)tekst leest,  dankt voor de nieuwe dag, even stil te staat bij mensen die steun nodig, terwijl je vraagt om kracht voor dat wat er vandaag op jouw pad gaat komen. Met een stille tijd kan je ook de dag besluiten. Er is een zekere discipline, een beetje tijd en een rustige plek voor nodig. Dat kan ‘je binnenkamer’ zijn, een stille ruimte in je huis, of het bos terwijl je de hond uitlaat…

Heschel krijgt even het laatste woord: ‘Gebed tilt ons uit de beperktheid van het eigenbelang en stelt ons in staat de wereld te zien in de spiegel van het heilige. Want als we ons ego een ogenblik de rug toe keren, kunnen we de situatie zien vanuit het gezichtspunt van God.’ (In het licht van Zijn aangezicht, 1954, 3e druk, Utrecht 2000, p. 16-17).

Peter Korver, Redactie AdRem, Remonstrants predikant in De Kapel in Hilversum

Zie ook