Het gezicht van Teddy van der Burg
Foto: Anke Scheepvaart

Het gezicht van Teddy van der Burg

Teddy van der Burg (1957) is in april voorzitter van de CoZa geworden, begin juni leidde zij haar eerste Algemene Vergadering. Een rustige ‘vuur’doop. Vandaag eerst maar eens een persoonlijk portret van onze nieuwe leidsvrouw. Plannen voor de toekomst en beleidsvoornemens komen later wel eens aan bod.

Nooit beklemmend

‘Ik ben geboren in Rhoon, toen nog een boerendorp onder Rotterdam, waar het gereformeerde geloof als een deken over de mensen lag. Enig kind uit het tweede huwelijk van een remonstrantse vader met een oorspronkelijk katholieke moeder. Mijn ouders kerkten echter in Rotterdam bij de Remonstranten. Mijn vader was directeur van een borstelfabriek in Overschie en mijn moeder werkte tot haar huwelijk in de Glasfabrieken van Leerdam. De (religieuze) opvoeding die ik kreeg was vrijzinnig liberaal, nooit beklemmend, opgewekt van toon. Na de Rotterdamse Schoolvereniging en het Montessorilyceum Rotterdam ging ik rechten studeren in Leiden met specialisatie internationaal recht. Aanvankelijk werkte ik op het ministerie van Economische Zaken, daarna ben ik overgestapt naar het bedrijfsleven en heb ik lang gewerkt in de tabaksindustrie, Corporate Affairs; voor een dergelijke bedrijfskeuze moet je je tegenwoordig zwaar verdedigen.  Daarna vanaf 2008 in de non-profitsector (Pink Ribbon, MS Research, Prinses Beatrix Spierfonds). Nu weer terug in het bedrijfsleven als directeur van Stichting Young Captain Nederland, een stichting die in opdracht van een aantal grote bedrijven talentvolle jonge bestuurders begeleidt op hun weg naar de top.’

Hernieuwd thuis voelen

‘Na mijn studie kwam het geloof weer naar boven. Het werd getriggerd door belangrijke gebeurtenissen in mijn leven zoals het krijgen van kinderen, het overlijden van mijn vader op mijn dertigste en het krijgen van een relatie. In de kerk kreeg mijn leven een betekenis die uitsteeg boven het alledaagse, boven de schijnbare onbeduidende dingen uit de mallemolen die het leven is. Leven is voor mij ook leven in het licht van een groter verband of betekenis.  En bij de Remonstranten vind ik dat het beste: naar mijn gevoel zijn de vrijheid en verdraagzaamheid essentieel voor vrede. Elkaar met respect bejegenen, in gesprek gaan met andersdenkenden, zonder dat lukt het niet. Vanaf 1985 woonde ik in naar Naarden – Bussum en daar werd ik pas actief in de kerk, met name in de kinderkring en in gesprekskringen. Na mijn scheiding heb ik negen jaar alleen mijn drie zoons opgevoed. Er was weinig ruimte om daar nog dingen naast te doen. Nu zijn de kinderen rond de tweede helft twintig en ben ik sinds elf jaar hertrouwd met een man met drie oudere dochters juist. Mooi hoe deze twee gezinnen ieder vanuit hun eigen windrichting een verband met elkaar hebben weten te vinden en betrokken bij elkaar zijn geraakt. De afgelopen vier jaar ben ik voorzitter geweest in Naarden-Bussum en nu dus de stap naar Utrecht.’

Opladen 

‘Ik laad op van sporten en toneel. En ik ben een enorme liefhebber van reizen, maar dan wel van de avontuurlijke, niet geplande variant ervan. Dichtbij de mensen in dat land. Ik deed bijvoorbeeld met mijn gezin vrijwilligerswerk in Ecuador en reisde met de jongens in Suriname de rivier af. Recent was ik nog in Noord Colombia. Andere culturen leren kennen is fascinerend; de verwondering die je dan ervaart, is misschien ook wel dezelfde verwondering waar wij in de Bijbel over spreken. Is geloven ook niet een soort van reizen? Voor mij is geloven een beweging en een bewegen; geen vast gegeven, maar een metgezel die mee reist in het leven/mijn leven en zich aanpast. Die beweging consolideren doe ik persoonlijk op een zondagsdienst in de kerk. Het bestaan van die plekken is belangrijk, daar kunnen wij uitdragen wat we als Remonstranten te bieden hebben. Maar er zijn ook nieuwe vormen, die aansluiten in deze tijd. Ook daar bewegen we.’

Michel Peters

Zie ook