Kleven kleven
Foto: Gordon

Kleven kleven

Wij baden vroeger thuis heel wat af. Meestal in de vorm van formuliergebeden, voorgedragen door mijn vader of moeder. Wat de betekenis was van de niet alledaagse woorden die daarin werden gebruikt, ontging mij. Ik kende de klanken, kon die foutloos nadoen en voor de rest was het Chinees. Alleen op verjaardagen en voor het slapen gaan baden mijn ouders iets dat ook voor kinderen begrijpelijk was. Daar vond ik meestal niet veel aan, behalve als het in de vorm van een liedje was gegoten, want ik hield en houd van zingen.

Het wonderlijkste gebed dat mijn ouders in hun repertoire hadden, was het ‘kleven kleven – gebed’. Ik noemde dat in gedachten zo, omdat ik nooit begreep waarom er twee keer ‘kleven’ gezegd moest worden. Een keer ‘kleven’ leek mij wel voldoende. Maar de onbegrijpelijke herhaling gaf het gebed ook iets magisch.

Nog wonderlijker en leuker vond ik het als er gezamenlijk gepreveld werd; meestal in rooms-katholieke gezinnen, waar je zo verdronk in de klanken dat je ze als buitenstaander niet kon leren nadoen.

Het is een soort bidden dat bij mij (en vele anderen) verdwenen is uit het dagelijkse leven. Daarom vind ik het inspirerend dat in kerken nog wel gezamenlijk en tamelijk onverstaanbaar gebeden worden opgezegd. De tekst doet er voor mij niet zo toe. Desnoods bidden we met z’n allen: ‘…doch geef dat onze ziele niet aan dit vergank’lijk leven kleve…’.

Ineke Ludikhuize

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

Zie ook