Leven van gebed
Foto: Laura van Asselt

Leven van gebed

Wanneer Paulus aan een gemeente schrijft: ‘Bidt zonder ophouden’ (Thess. 5:17), is dat gericht aan mensen midden in hun dagelijks bestaan. Het ligt dus niet voor de hand te denken dat bidden iets geheel anders zou zijn dan je levensweg zoeken en je leven leven, werken, liefhebben, omgaan met mensen. Paulus bedoelt wellicht dat het gebed van dat alles de diepe kern vormt, een onderstroom van aandacht waarin je je leven tracht af te stemmen op Gods handelingen. Daaraan vooraf gaat: bidden als een zoeken naar de Verborgen Aanwezige, uiting geven aan je verlangen naar God. En nog weer daarvóór: bidden is je te binnen brengen dat je naar God verlangt en dat dat in zichzelf al een antwoord is, antwoord op Gods verlangen naar ons.
Willemien van Veen – de Graeff in ‘Nooit heb ik niets met U’. Gedachten over het gebed.  [Remonstrants Vlugschrift10]

Monniken en monialen leiden een leven van gebed. Zoals de remonstrantse predikante Willemien Van Veen – de Graeff aanduidde is dit niet alleen voorbehouden aan kloosterlingen. Iedereen kan immers proberen zijn leven af te stemmen op God. Kloosterlingen doen dat op hun eigen manier. De relatie met God doordringt in het klooster alle facetten van het bestaan. Op sommige uren van de dag is die relatie expliciet, op andere uren is zij als een onderstroom aanwezig.

Grond van ons bestaan

Heel zichtbaar is ons gezamenlijke gebed in de kerk. Zeven maal per dag bidden wij het zogenaamde getijdengebed. De kern daarvan vormen psalmen en bijbellezing(en). Door de dag te beginnen en te eindigen in de kerk en door gedurende de dag telkens opnieuw samen te zijn voor het aangezicht van God, keren we telkens terug naar de grond van ons bestaan, naar God.

Dit getijdengebed is voor mij de adem van mijn leven. Ik leef eruit. Op een bepaalde manier is het voor mij zelfs de adem die de aarde laat draaien. Ik spreek in beelden en ook enigszins aarzelend, ook al zijn het grote woorden. Ik hoop dat eruit blijkt hoe belangrijk dit gebed voor mij persoonlijk is. Het getijdengebed brengt me in contact met de levensadem, met God en met mijzelf.

Mens zoals God bedoeld heeft

Net zo belangrijk als het getijdengebed zijn in de Benedictijnse traditie de lectio en de arbeid. Lectio is het aandachtig lezen van de bijbel of andere (spirituele) litteratuur. Het gaat om het ontdekken van wat de tekst jou op dit moment zegt – in de verwachting dat door de tekst heen de stem van God spreekt.

Lectio, getijdengebed en arbeid voeden het persoonlijke, private gebed. Ik krijg door alles wat ik gedurende de dag hoor en bid, woorden aangereikt. Mijn gebed krijgt ook meer richting. Het is een rijkdom om dat te mogen ontdekken in dit leven van gebed. De psalmen die we elke dag opnieuw bidden, reiken me een taal aan waarin ik kan leven en geloven, waarin ik mens kan zijn en worden zoals God mij bedoeld heeft.

Zr. Claartje Slootmans, Trappistin in priorij OLV van Klaarland, Bocholt, België

Zie ook