Nabijheid en afstand
Foto: Rennett Stowe

Nabijheid en afstand

Wanneer ik nadenk over de vraag wat ‘bidden’ voor mij betekent, – en daar soms ook met anderen over spreek -, dan komen vaak de woorden ‘nabijheid’ en ‘afstand’ bij mij boven. Het lijkt er op, dat in het gebed soms tegengestelde bewegingen voelbaar zijn. Wanneer we bidden, doen we dat in een verlangen iets van de nabijheid van God te ervaren; of ervaren we die zelf. Maar zodra we daar over nadenken, weten we ook dat die andere component, de afstand tot God, ook een belangrijke rol speelt. We willen niet alleen het gesprek met God aangaan, en in dat gesprek de aanwezigheid van de Ander ervaren, maar we willen ook buiten dat gesprek om diens aanwezigheid ervaren. En niet alleen voor onszelf, in ons soms precaire leven, maar ook in het leven van talloze anderen die op een kracht van buiten zijn aangewezen.

Afwezig

Maar vaak ook is die aanwezigheid niet of nauwelijks voelbaar, en missen we op een pijnlijke wijze wat we in ons gebed hadden gehoopt, en verwacht. Soms is die teleurstelling zo groot, dat velen zich van de Ander, en dus ook van het gebed, hebben afgewend. Maar om zonder enig gebed door het leven gaan,  geeft soms ook een gevoel van verlatenheid, van eenzaamheid. Dan wordt de afstand teveel bepalend voor ons leven, en als een gemis ervaren: een leven zonder God, dat soms te zwaar wordt.

In een klein project dat we in Friedrichstadt hadden, over het gebed in de moderne muziek, kwam een tekst ter sprake die de Poolse componist Henryk Gorecki in zijn derde Symphonie heeft gebruikt. Het is een gebed aan Maria, dat een jonge vrouw in september 1944 op de muur van haar cel in het Gestapo-hoofdkwartier in Zakopane heeft geschreven: ‘Nee, moeder, huil niet, onbevlekte koningin van de hemel, sta mij altijd bij. ‘Zdrowas Mario’ (Ave Maria)’. Het is een gebed om nabijheid en kracht, in een buitengewoon moeilijke situatie. Ook de muziek is zo indringend, dat het bijna onvoorstelbaar is, dat God op afstand zou zijn gebleven. En toch is dat misschien gebeurd. En toch is dat gebed bewaard gebleven en heeft het velen bereikt. Misschien heeft het zelfs God bereikt. Of Maria.

Breng ons thuis

Maar niet alleen God blijft soms op afstand, ook wij zelf nemen soms meer afstand dan goed is, voor ons leven. Onlangs was ik in een kerkdienst in een anglicaanse kerk, waar het gebed na de communie met deze woorden begon: ‘Vader van allen, wij danken en prijzen U, dat, toen wij ver weg waren, u ons ontmoette in uw Zoon en ons thuis hebt gebracht’. Soms wordt, door God, de afstand overbrugd die ons van de Ander scheidt, en wijst hij ons de weg voor ons leven. Soms direct, soms ook indirect, door zijn Zoon, door zijn presentie in ons leven. Misschien is het gebed de plaats om ons die aanwezigheid bewust te worden, die weg ten leven, die nabijheid over alle afstand heen.

Severien Bouman Remonstrants predikant in Friedrichstadt

Zie ook