Dialoog? Nu even niet

Dialoog? Nu even niet

Foto: Tjitte Dijkstra

Een Ad Rem over vredeswerk. Dan lijkt een artikel over dialoog voor de hand te liggen. Wat mij betreft, inderdaad een goede keuze. Maar niet omdat dialoog altijd een belangrijke weg naar vrede zou zijn. Het is juist tijd om wat vraagtekens te zetten bij een al te groot vertrouwen in de dialoog. Met een beetje pech doet de dialoog meer kwaad dan goed.  

In zijn boek Polarisatie (2016) legt filosoof Bart Brandsma uit waarom een snelle greep naar de dialoog tot ongelukken kan leiden. Dat hangt samen met Brandsma’s visie op wat vrede inhoudt. In zijn ogen is vrede een langere periode van conflicten waar betrokkenen op een constructieve manier mee weten om te gaan. Een stadswijk, een religieuze gemeenschap, eigenlijk iedere relatie die we aangaan, kent een zekere mate van conflict. Op maatschappelijk niveau kunnen zulke conflicten ook nog eens leiden tot polarisatie: mensen die niet direct betrokken zijn, voelen zich toch geroepen of gedwongen om zich voor een van de strijdende partijen uit te spreken. En een dialoog organiseren is niet altijd het constructieve wondermiddel dat alle spanningen uit de lucht haalt.

De vier stadia van een conflict
Een paar jaar terug, werkte ik in Nes Ammim, een dorp in Israël waar veel dialoogactiviteiten tussen Palestijnse en Joodse Israëliërs plaatsvinden. Een op de vijf mensen met een Israëlisch paspoort is Palestijns. In de noordelijke Israëlische provincie Galilea is de verhouding zelfs bijna fifty-fifty. De vooronderstelling van het dialoogwerk in Nes Ammim is dat meer kennis van en over elkaar polarisatie in Galilea kan voorkomen. Vrij naar Brandsma zou je dit een preventieve vorm van dialoog kunnen noemen. Door de ander te leren kennen, maakt verdeeldheid minder kans.

Toen ik in Nes Ammim verbleef, brak er in 2014 rondom Gaza een oorlog uit. Veel geplande dialoogactiviteiten werden geannuleerd. In een periode van actief conflict en polarisatie heeft dialoog  geen zin en kan het zelfs contraproductief werken. Mensen bij elkaar om de tafel zetten die zich allemaal sterk bij de strijd betrokken voelen, leidt vaak tot verdere polarisatie en onbegrip.

Pas in het stadium daarna, als de energie uit het conflict is weggevloeid, ontstaat er weer ruimte voor gesprek. Maar je kunt dan niet terug naar de preventieve dialoog. Na een heftige periode van polarisatie moet de aandacht vooral gericht zijn op de eigen recente conflictervaringen en op het ontwikkelen van vaardigheden om met de gevolgen van polarisatie om te gaan. Pas nog een stadium verder, als verzoening in beeld komt, is het tijd voor een gesprek tussen groepen die tegenover elkaar stonden. Dan kan de dialoog gaan over wat mensen vanuit hun eigen ervaringen en levensvisie kunnen bijdragen aan de gezamenlijke oplossing van de polarisatie.

Tips voor bruggenbouwers
Brandsma heeft nog wel wat tips voor wie een bruggenbouwer wil zijn: hou scherp in de gaten in welk stadium de polarisatie zit en welke vorm van dialoog daar al dan niet bij past. Verder heeft het geen zin om uitersten aan tafel te zetten, want die partijen willen de polarisatie vooral aanwakkeren. Zoek juist naar mensen in het midden die behoefte hebben aan een alternatief voor extreme visies. Richt je op een gedeeld doel en op concrete gedeelde belangen: zoals een veilige buurt, wederzijds respect, en laat identiteitskwesties achterwege. Probeer ook niet boven de partijen, maar juist midden in de middengroep te gaan staan. Polariseer niet verder door een kant te kiezen, maar luister zodat de ander zich erkend voelt. Ga daarna pas op zoek naar vervolgstappen.

Ongelijkheid
Veel van wat Brandsma schrijft is herkenbaar, al speelde in Nes Ammim nog iets anders. Palestijnse gesprekspartners voelen zich stelselmatig achtergesteld en recente Israëlische wetgeving heeft deze groep nog verder op achterstand gezet, doordat bijvoorbeeld Arabisch niet langer een officiële taal in Israël is. Ook al vindt een deel van de Palestijnse Israëli’s dialoog belangrijk, ze wijzen ook op het element van ongelijkwaardigheid. Weer anders is de positie van Palestijnen in de bezette gebieden. Tegenwoordig werk ik bij vredesorganisatie PAX en heb ik veel contact met Palestijnen die in Gaza of op de Westelijke Jordaanoever wonen. Zij hebben het gevoel dat praten vooral een vorm van tijdrekken is, die er vooral voor zorgt dat de bezetting kan voortduren. Voor dialoog met Israëliërs vinden zij het niet de tijd. De Palestijnse focus ligt vooral op het gesprek en de weerbaarheid binnen de eigen gemeenschap. In andere conflictgebieden kan de situatie anders zijn. Bijvoorbeeld, mijn collega’s die met Irakese vredesactivisten werken, steunen veel jongerengroepen die in de vaak verdeelde Iraakse steden op lokaal niveau de dialoog voeren over wat hen eigenlijk bindt. Die gesprekken gaan niet zozeer over identiteit, maar over gedeeld burgerschap en gedeelde belangen zoals het goed omgaan met de spanningen in een wijk of de verbetering van de voorzieningen in de stad. Met de uitkomsten gaan de jongeren vervolgens naar de gemeente om ander beleid af te dwingen. Soms is het wel degelijk tijd voor dialoog.

Pieter Dronkers
Programmaleider Israël/Palestina bij vredesorganisatie PAX.

Zie ook

Het gezicht van Jan Berkvens
24 september 2018

Het gezicht van Jan Berkvens

Je zou hem een late roeping kunnen noemen. Alhoewel, Jan Berkvens (1972) werd al vroeg geroepen alleen hield hij toen zijn oren dicht. Na een hele carrière op het terrein van onderwijs en onderwijsontwikkeling, maakt hij nu een switch. Hij volgt al een jaar voltijds de opleiding tot predikant aan het Seminarie, de afronding duurt nog een jaar… Lees verder

Korte Berichten
24 september 2018

Korte Berichten

Vernieuwingsplekken De (meeste) beslissingen over de personele invulling van de vernieuwingsplekken (0,4 fte) zijn genomen. In Lochem – Zutphen/Doesburg is Henk van den Berg per 1 september op de vernieuwingsplek.. Lees verder