Radicaal en activistisch; de vredestheologie van Dorothee Sölle
Foto: maxresdefault

Radicaal en activistisch; de vredestheologie van Dorothee Sölle

Voor de meesten van ons geldt: wij zijn van ‘na de oorlog’. Het zijn vaak onze ouders en grootouders geweest die ons hebben verteld wat oorlog betekent, namelijk angst, haat, terreur, racisme, onderdrukking, onvrijheid, honger, dood. Wie jong was tijdens de bezetting of geboren werd in de jaren erna, heeft mogen opgroeien tussen hoop en vrees. De hoop van het ‘nooit weer’, van groeiende samenwerking tussen landen, zoals de Europese eenwording en de Verenigde Naties, en de vrees van de Koude Oorlog en de kernbewapening.

In Duitsland groeide een generatie op die geen deel aan de Nazi-gruwelen had, maar wel de gevolgen ervan onderging.  Gebukt ging ze onder een schuldgevoel. Hoe is het Duitser te zijn na Auschwitz? Het zijn twee Duitse theologen van die generatie die het denken over oorlog en vrede sterk hebben beïnvloed in de afgelopen halve eeuw. De eerste, de protestantse Dorothee Sölle (1929-2003) werd geboren in Keulen, en zou zich tot een radicale en activistische vredestheologe ontwikkelen. De tweede, Eugen Drewermann, geboren in 1940, in de buurt van Dortmund, werd priester, psychotherapeut, pacifist, vegetariër. Beiden leverden fundamentele kritiek op hun kerk, beiden waren en zijn veelgelezen auteurs. De eerste werd in haar kerk gedoogd, de tweede uit zijn ambt gezet. In de meeste remonstrantse gemeentes zijn ze bekende namen. In heel wat preken en kringen kwam hun werk ter sprake. In dit artikel aandacht voor Sölle.

Hoe kun je simpelweg toekijken?
Sölle groeide op in een vrijzinnig-protestants burgerlijk gezin, waar kunst en filosofie hoog stonden aangeschreven. Haar ouders hadden weinig op met kerk en religie. Tijdens de oorlog stelden zij zich naar buiten toe behoedzaam op, maar verborgen ook een tijdlang een joodse onderduikster op zolder. Bij de bombardementen op Keulen moest het gezin evacueren. Een van Sölles oudere broers was gemobiliseerd en stierf in krijgsgevangenschap. De volle omvang van het geweld en de terreur van de Naziperiode drong evenwel pas in de jaren vlak na de oorlog door tot Sölle, toen zij nog op het gymnasium zat. Dat zij, als meisje mocht gaan studeren en dat zij voor filosofie koos, was passend bij haar milieu. Dat zij al gauw wilde overstappen op theologie was dat niet. ‘Ik ging theologie studeren met de bedoeling – dat was nogal naïef – om de waarheid te vinden. Ik moest en zou weten wat de waarheid was. Mijn liberale vader vond dat maar onzin, maar ja..’, vertelde ze in een interview. Ze ontwikkelde zich tot een pionier van de politieke theologie en de bevrijdingstheologie, tot een gedreven vredesactiviste ook. Haar opstelling was provocerend. Dat ze afkomstig was uit ‘het land dat de geschiedenis heeft vervuild met de stank van gas’, zo stelde ze,  vervulde haar met weerzin, schaamte en een levenslang schuldgevoel. Hoe kon zoiets gebeuren met een volk van een rijke cultuur met Bach, Beethoven en Goethe? Sölles verbijstering gold niet zozeer de fanatieke nazi’s. Hun houding was duidelijk en mensonterend. Binnen de kerken werden zij gesteund door een relatief kleine groep, de zogeheten Deutsche Christen, nazi’s die meenden christenen te zijn. Een even kleine groep verzette zich tegen het nazisme: de Bekennende Kirche. Het grootste deel echter keek alleen maar toe. Ze waren toeschouwers. ‘Dat gegeven heeft een stempel op mijn leven gezet. Ik was daar erg door van slag: het feit dat er mensen zijn die simpelweg toekijken. We hebben nu allemaal zo’n kast in de kamer die ons tot toeschouwer opvoedt: het centrale probleem in onze wereld. Deze manier van toeschouwen is niet veel beter dan die van destijds.’

Politiek stelling nemen
Samen met haar tweede echtgenoot, Stefan Steffensky, een uitgetreden monnik, startte Sölle in 1968 in Keulen de oecumenische bijeenkomsten die bekend werden onder de naam ‘Politiek Avondgebed’. Het Bijbelse geloof in de God van de gerechtigheid betekende, zo stelde zij vast, dat duidelijk politiek stelling genomen moest worden, zoals tegen de oorlog in Vietnam of tegen het apartheidsregime in Zuid-Afrika. De holocaust had daarbij eerder al haar theologie veranderd, ‘weg van die almachtige Vader die daar boven op allerlei knopjes zit te drukken. En als deze dat al zou doen, dan zou ik zo’n God niet vereren kunnen’. Ook het denken over het begrip zonde moest wel anders worden. ‘Als er over zonde gesproken werd, hoorde je alleen maar over seks zwetsen. Ik vond dat ziek en absurd. Het vergassen van kinderen had, dacht ik, wel iets meer met zonde te maken.’

In de jaren tachtig manifesteerde Sölle zich bovenal als het andere gezicht van de kerken. Ze voelde zich spreekbuis van de mensen die zich niet langer thuis voelen in de kerken, maar wel op zoek waren naar inspiratie en bezieling. In de jaren tachtig en negentig zette zij zich vooral in voor de thema’s van ontwapening en vrede, globalisering en armoede, ecologische bescherming en de zorg voor vluchtelingen en illegalen. Ze werd het uithangbord van de Duitse vredesbeweging en demonstreerde in het begin van de jaren tachtig fel tegen het NAVO-dubbelbesluit om meer kernwapens in West-Europa te stationeren. Veel inspiratie ontleende ze zelf aan haar reizen door Latijns-Amerika. In de contacten met bevrijdingstheologen zag ze grote mogelijkheden om christelijke spiritualiteit te verbinden met sociaal activisme.

Mystiek
Interessant voor een activistisch theoloog als zij, was haar betrokkenheid op de mystiek. Bij alle vernieuwing en maatschappijkritiek van de theologie in de jaren zestig, leek de spiritualiteit afgedankt te worden. Het ‘stille geschreeuw van God’ werd niet meer gehoord. In 1975 publiceerde Sölle Die Hinreise, in Nederlandse vertaling De Heenreis. Gedachten over religieuze ervaring.  Sölle stelt daar dat mystiek in wezen gelijk is aan ‘Godsverlangen’. Het gaat niet om een ontmoeting met God die zich alleen in het innerlijk van een mens afspeelt. Mystiek heeft betrekking op het inoefenen van een geloofshouding die tegelijk een levenshouding is: het is de heenreis naar het eigen innerlijk, die onlosmakelijk verbonden wordt met de terugreis naar de werkelijkheid van alledag. In de laatste jaren van haar leven werkte ze dat uit in een indrukwekkend en nog altijd actueel werk Mystiek en Verzet (1997). De ondertitel was: ‘Gij stil geschreeuw’. Dat was God voor haar.

Peter Korver
Redactie AdRem, remonstrants predikant in de Kapel in Hilversum

Zie ook