Ds Praevostius en de goeie genade

Ds Praevostius en de goeie genade

Ik zal niet de enige voorganger zijn die in dit jubileumjaar de Remonstrantie in kringbijeenkomsten met gemeenteleden bespreekt. Ik waarschuw ze tevoren voor het in onze ogen orthodoxe taalgebruik en de lange en moeilijke zinnen. Ook na die waarschuwing zijn de reacties na lezing negatief: waar gaat dit over, waar maakten ze zich toen eigenlijk druk over? Ik roep dan in herinnering dat 400 jaar geleden het leven kort was en de dood lang. Bijna iedereen geloofde in een leven na de dood, in een oordeel, een hemel en een hel. Het hiernamaals was veel belangrijker dan het hiernumaals, logisch dat de vraag naar het eeuwige heil een vraag van levensbelang werd.

Bij de arminianen  verkreeg je het heil door tot geloof te komen, bij de gomaristen door blinde verkiezing van Godswege. De arminianen stelden dat bij de gomaristen God de auteur werd van de zonde. Als alles in zijn hand lag, dan kennelijk ook de kwade neigingen van de mens.  Omgekeerd vonden de gomaristen dat de arminianen ingrepen in Gods autonome selectieproces en dat de mens in plaats van lijdend voorwerp meewerkend voorwerp werd. Dat deed afbreuk aan Gods autonomie. Maar ook de arminianen dichtten de werking van Gods genade een cruciale rol toe in het verkiezingsproces. Alle zegen komt van boven zeiden ze. Als een mens tot geloof komt moet hij niet zichzelf op de borst kloppen maar God danken voor diens genadige bemoeienis. Tja, wat doet een mens dan nog zelf, waaruit bestaat zijn vrije wil? De Remonstrantie kiest hierin bewust voorzichtige, om niet te zeggen omzichtige bewoordingen. Dat had  alles te maken met de angst voor vervolging door calvinistische scherpslijpers. Later in de eeuw werd die angst minder. Zou men toen duidelijker hebben gezegd hoe het precies zat met de verhouding tussen genade en vrije wil?

Praevostius en het onderwijs

In remonstrantse kring verschenen vanaf 1640 korte inleidingen in de kern van het christelijke, i.c. remonstrantse geloof. Ten behoeve van de catechese, in de vorm van vragen en antwoorden. Met name het door de Amsterdamse predikant Bartholomeus Praevostius (1587-1669 ) opgestelde  Onderwijs in de Christelijke Religie is tot ver in de achttiende eeuw gebruikt. Praevostius was lang predikant in Amsterdam. Een geleerd man die de moeilijke jaren aan den lijve ondervonden had en uiteindelijk oud en blind in het ambt stierf. Zijn catecheseboek verscheen na 1660. Het verving een eerder boek van Wtenbogaert dat te moeilijk werd bevonden. In remonstrantse kringen gebruikte men een versie van de Statenvertaling waarin de Heidelbergse catechismus was vervangen door de onderwijzingen van Praevostius, tesamen met psalmen en formulieren voor avondmaal etc.

In de lessen over Gods genade en verwerping resp. verkiezing wordt duidelijk hoe het volgens de remonstranten zit. God heeft ieder mens voldoende genade meegegeven in het leven om tot geloof te komen. Zoals Jezus ook voor iedereen gestorven is, en niet slechts voor een paar uitverkorenen. Maar de werking van die genade is geen automatisme. Hoe graag God het ook wil, tot geloof komt een mens altijd op vrijwillige basis en dat is niet voor het begin der tijden al door God beschikt. Het enige dat God van eeuwigheid af bepaald heeft is de volgende ‘spelregel’: wie dankzij de geschonken genade tot geloof komt én daarin volhardt, die zal eeuwig heil ten deel vallen. Daarmee is gelijk een andere prangende vraag uit de strijd tussen arminianen en gomaristen beantwoord: kun je ook weer van het geloof afvallen? De Remonstrantie was daar vaag over, Praevostius weet het zeker: de werking van Gods genade kan door mensen worden weerstaan. Zij kunnen van hun geloof afvallen. Wie staat zie toe dat hij niet valle!     

Spelregels bekend

Kort en goed: de spelregels zijn bekend. God heeft ons voldoende aan genade in ons leven meegegeven, het is nu aan ons. Niet alleen om tot geloof te komen, maar ook om dat geloof goede vrucht te laten dragen. Of  hedendaagse remonstranten meer begrip voor de Remonstrantie kunnen opbrengen na de uitleg van Praevostius? Ik waag het te betwijfelen.  De volgende kringbijeenkomst zal ik eens vragen: wat ervaren we nu nog van Gods goeie genade en hoe vertellen we dat door aan onze jeugd?

Koen Holtzapffel
remonstrants predikant in Rotterdam

Zie ook