Een jaar feest en nu verder!

Een jaar feest en nu verder!

Inleiding

Het afgelopen jaar vierden we vierhonderd jaar Remonstranten. Dat is een ambivalent gegeven, want de vroegste Remonstranten vonden dat zij gewoon thuis hoorden in de grote protestantse kerk van ons vaderland. Maar verbannen uit de Republiek en verstoten uit hun kerk moesten zij wel een eigen kerkgenootschap oprichten. Het afgelopen jaar waren er vele herdenkingen. Het begon met het initiatief van de Dordtse gemeente die in grote eenheid met de plaatselijke Protestantse Gemeente een kerkdienst van verbroedering organiseerde op zondag 10 november 2018. De Grote Kerk zat vol met Remonstranten en Protestanten die gebroederlijk naast elkaar zaten. Dat was een waardige aftrap van de festiviteiten, waar duidelijk bleek dat op het grondvlak van de PKN de veroordelingen van toen al lang vergeten waren. Op 3 maart waren meer dan achthonderd Remonstranten samengekomen in de kerk in Rotterdam om de dankdienst bij het vierhonderdjarig bestaan bij te wonen. Een volgend hoogtepunt was de verschijning van het Pamflet met de vijf artikelen over de ‘V-s’ van de Remonstranten. Vrijheid, verdraagzaamheid, vrede, verantwoordelijkheid en vriendschap. De inhoud van het pamflet trok minder belangstelling dan de vriendelijke woorden die de scriba van de Protestantse Kerk in Nederland, dr. René de Reuver, uitsprak. Voor even waren de Remonstranten weer voorpaginanieuws. Het leek op een belangrijk moment van verzoening tussen oude vijanden. Of er veel meer eenheid was dan in vroegere tijden – goede samenwerking al in de negentiende eeuw en de uitspraken van wederzijdse erkenning in de twintigste eeuw – doet aan dit enthousiasme niets af. Deze maand worden de festiviteiten afgesloten met een bijeenkomst in de Rode Hoed, waarin een optreden van Laura van Dolron en toespraken van Rik Torfs en Christa Anbeek centraal zullen staan.

Publicaties

Gedurende het gehele jaar zijn er allerlei publicaties verschenen over de Remonstranten: herdenkingsboeken, wetenschappelijke publicaties en krantenartikelen. In losse kadertjes bespreek ik enkele opvallende publicaties.

Het afgelopen jaar is mij opgevallen dat de grootste kennis van de geschiedenis van de Remonstranten in hun ontstaansperiode niet binnen het kerkgenootschap aanwezig is. Er verschenen prachtige, diepgravende publicaties van Erik de Boer, Fred van Lieburg en Frits Broeyer waarin zij nieuw, oorspronkelijk onderzoek presenteerden. Iets dergelijks bleek bij debatten waarin ik in gesprek ging met theologen uit andere kerkelijke tradities over de waarde, toen en nu, van de Dordtse Leerregels. Huidige Remonstranten zijn zo ver weg komen te staan van hun voorvaderen, dat zij het debat van toen amper nog kunnen (en willen?) voeren.

Een artikel in het dagblad Trouw over een richtingenstrijd heeft binnen het kerkgenootschap veel stof doen opwaaien. Het was voor velen een onaangename verrassing dat op deze manier over ons kerkgenootschap kon worden gesproken. Wij zijn toch vrijzinnig en van strijd is er bij ons toch geen sprake? Tegelijkertijd zijn er wel degelijk accentverschillen binnen ons kerkgenootschap. In hoofdzaak komen die, naar mijn idee, neer op de vraag hoe verbonden men zich voelt met enerzijds de verworteling in het Evangelie, zoals die in de Beginselverklaring wordt uitgesproken, en anderzijds hoe gehecht men is aan bepaalde (kerkelijke) vormen die het geloofsleven in de loop der tijden heeft aangenomen binnen onze geloofsgemeenschap. Voor Remonstranten zijn dit geen nieuwe vragen: in de hele negentiende en twintigste eeuw werd er gesproken over deze zaken en was de communis opinio steeds in beweging: het ene moment wat kerkelijker, het andere moment wat humanistischer. Wellicht past deze discussie gewoon bij ons kerkgenootschap. Slechts opvallend is dat het gesprek nu wat feller wordt gevoerd.

Dat het debat in deze tijd zo wordt gevoerd heeft vooral te maken met de crisis waar we ons in bevinden. De kerk in het algemeen en de Remonstrantse Broederschap in het bijzonder dreigen in dit tijdsgewricht volledig te verdwijnen. Het is erop of eronder, zo lijkt het. Velen gaat de Remonstrantse Broederschap en haar toekomst zo ter harte, dat het niet altijd lukt om het gesprek vruchtbaar te houden. De angst iets waardevols kwijt te raken zal voor velen – en ook voor mij! – hun inzet in het gesprek bepalen. Juist in dat gesprek zou het goed zijn als de oude waarden van vrijheid en verdraagzaamheid, van het accepteren van het uitgangspunt dat andermans inspiratie net zo zinnig kan zijn als de jouwe, meer in beeld zouden komen. Het is de oude vraag naar de eenheid in het nodige, de vrijheid in het mogelijke en de liefde in alle dingen. Hoeveel eenheid is er werkelijk nodig? Hoe kan de vrijheid het beste vormgegeven worden? En hoe houden we vast aan de liefde die dit alles draagt? Zie hier de uitdaging voor de toekomst.

Hoe nu verder

Naar mijn gevoel is het onvermijdelijk dat er de komende tijd heftige debatten zullen blijven plaatsvinden binnen het kerkgenootschap. Op het eerste gezicht lijkt het wenselijk om alles met de mantel der liefde te bedekken. Maar op het tweede gezicht zal blijken dat dat niet werkt. Ergernis en verdriet die niet gehoord mogen worden, zullen vanzelf komen bovendrijven. Wie een meningsverschil ontkent, zal merken dat de veenbrand doorwoekert. Pas wanneer alle geluiden werkelijk mogen worden gehoord – en ook de pijn en angst die erachter liggen –  zal er de mogelijkheid ontstaan om elkaars inspiratie te horen en te erkennen. Juist die inspiratie – hoe verschillend ook – zal ons verder helpen. Werkelijke inspiratie heeft het niet nodig om andermans inspiratie te ontkennen.

Wijze les van Gamaliël

Toen het nieuwe christendom ontstond, gaf dat veel ergernis in de joodse wereld. Die Jezus en Paulus en hun volgelingen waren gewoon ketters die vervolgd moesten worden. De bekende rabbijn Gamaliël waarschuwde voor al te drieste stappen. Hij beschouwde het nuchter. Misschien hebben wij de beste kansen voor de komende vierhonderd jaar als wij dezelfde nuchterheid toepassen op de verschillende accenten binnen ons kerkgenootschap:

Gamaliël zei over de nieuwe christenen:

Laat ze hun gang maar gaan. Want als hun werk niets met God te maken heeft, dan mislukt het toch wel. Maar als het Gods werk is, dan kunnen jullie niets tegen hen doen. Als jullie dat toch proberen, vechten jullie tegen God. (Hand. 5: 38-39)

Tjaard Barnard

 

 

Nicolaas Matsier, De advocaat van Holland.

De bekende schrijver vertelt hier de geromantiseerde geschiedenis van de arrestatie en veroordeling van Johan van Oldenbarnevelt. Gebaseerd op lang bekende teksten van een knecht krijgen we een kijkje in de gedachtenwereld van degene die misschien wel de grootste staatsman van ons land was. Soms heb je een boek als dit nodig om je ogen te openen voor wat je eigenlijk wel kon begrijpen, maar waar je nog nooit over had nagedacht: het geweldige menselijke drama van de politicus met grote invloed die zijn levenswerk afgebroken ziet worden. Alles wat Oldenbarnevelt gedaan heeft in zijn leven lijkt zinloos geweest te zijn. De misschien wel machtigste man van de Republiek blijkt volkomen onmachtig te zijn. Matsier schreef een prachtig boek dat zeer aangeraden kan worden.

 

Fred van Lieburg, Synodestad Dordrecht 1618-1619.

Het boek van de bekende historicus Fred van Lieburg is van een heel andere insteek. Hier zien we iemand die zich gestort heeft op een lacune in de geschiedschrijving. Waar velen ‘Dordt’ benaderen vanuit een theologische of dogmatische vraag, blijft Van Lieburg de historicus die zich domweg afvraagt: wat is er nu eigenlijk gebeurd? Hoe leefden die mensen? Wie waren die ‘vroede vaderen’ van Dordt. Waar verbleven ze? Wat kregen ze te eten? Hoeveel heeft dit feestje eigenlijk gekost? Zijn boek is buitengewoon gedegen en biedt antwoord op vele vragen.

 

Ronald Prud’homme van Reine, Onthoofdingen in de hofstad. De val van de Oldenbarnevelts.

Dit boek beschrijft de opkomst en de neergang van de familie Van Oldenbarnevelt. De staatsman Johan was een selfmade man die zich door een verstandig huwelijk en dito beslissingen in zijn bestaan had opgewerkt tot wie hij was. Hoewel hij niet van adel was, construeerde hij een adellijke afkomst. Alles in zijn leven was niet alleen gericht op de bloei van de jonge Republiek, maar ook op de bloei van zijn geslacht. Als vader probeerde hij zijn kinderen het beste mee te geven. Hij arrangeerde goede huwelijken en voedde hen op als adellijke jongelieden. Met zijn val is het ook afgelopen met de plannen voor zijn nageslacht. Prins Maurits en de zijnen gunnen het de kinderen van Van Oldenbarnevelt niet en zij worden verstoten uit hun functies en hun sociale positie in de samenleving. Uiteindelijk leidt dit tot hun betrokkenheid bij een aanslag op Maurits in 1623. De kinderen Van Oldenbarnevelt verenigen zich met de remonstrantse predikant Henricus Slatius om wraak te nemen voor het hun aangedane leed. Uiteindelijk blijkt dit een knullige onderneming te worden die wel moet mislukken. Zoon Reinier, dominee Slatius en alle andere betrokkenen worden terechtgesteld. Met het lichaam van de dominee zal nog worden gesold. Al met al een zeer boeiend boek dat weer een nieuwe kijk geeft op deze periode.

 

Erik A. de Boer, De macht van de minderheid

Wie tegenwoordig denkt aan de stad Kampen ziet een gereformeerd bolwerk voor zich. Tot voor kort waren daar twee gereformeerde theologische hogescholen gevestigd. Het was (en is) het bolwerk van de Vrijgemaakten, de volgelingen van Klaas Schilder. Niets in Kampen doet ons nog denken aan het feit dat het in de tijd van de godsdiensttwisten tijdens het Twaalfjarig Bestand een remonstrants bolwerk was. Erik de Boer beschrijft met grote precisie en gevoel voor details, op een zeer menselijke wijze hoe een viertal predikanten en een rector van de Latijnse school steeds remonstrantser zijn gaan denken en uiteindelijk een grote invloed konden krijgen in de stad. Die gaat zover dat de contraremonstranten een dolerende, afgescheiden gemeente moeten vormen om ruimte te vinden voor hun geloof. (Voor de vrijgemaakte kerkhistoricus is het grappig om te zien dat dezelfde terminologie wordt gebruikt die twee eeuwen later bij de Afscheiding in 1834 gebruikt zal worden.) Uiteindelijk zullen de Remonstranten ook hier vervolgd worden. De Synode van Dordrecht vindt de situatie in Kampen zo bijzonder dat men deze casus afzonderlijk behandelt. De Boer beschrijft alles uitgebreid en genuanceerd. Voor de gemiddelde lezer zal het boek enige studie kosten om te bestuderen. De dogmatische onderscheidingen zijn niet eenvoudig en je moet ook niet schrikken van een Latijns citaat. Maar wie die moeite neemt, vindt een onverwachte schat aan historische gegevens en analyses van remonstrantse invloed in Kampen.

In de kerkenraadskamer van Rotterdam herinnert een portret van Assuerus Matthissius mij nu telkens weer aan de Kamper geschiedenis van de Remonstranten. Hij is de enige van de vier die zal volhouden. Tot zijn dood is hij predikant van deze gemeente.

 

N.J. Bosma, In de schaduw van Loevestein

Bij een eerder jubileum van de Remonstrantse Broederschap is dit boek in 1968 verschenen. Het is een klassiek jongensboek dat de wederwaardigheden beschrijft van de zoon van een van de remonstrantse predikanten die gevangen zitten op Loevestein. In het Nederlands Dagblad waarschuwde Niek van Noort direct na het verschijnen voor de verderfelijke invloed die het boek zou kunnen hebben.

Nanne J. Bosma kan schrijven en goed ook! Het zou – wat opzet en uitwerking betreft – zelfs een boek van Te Merwe of Piet Prins kunnen zijn en dat maakt de zaak juist des te gevaarlijker. Want in heel dit – bijzonder boeiende – verhaal is een man aan het woord, die zich inspant om de gereformeerden van de 17e eeuw in een kwaad daglicht te stellen.

 

U begrijpt, het boek is zeer de moeite waard! Ter gelegenheid van het vierhonderdjarig bestaan van de Remonstrantse Broederschap is het boek gedigitaliseerd en gratis beschikbaar gesteld (https://www.dbnl.org/tekst/bosm029inde01_01/).

Zie ook