Ervaringen van een organist 

Ervaringen van een organist 

Musicus Jos van der Kooy is de nieuwe organist in gemeente Rotterdam. Hij schrijft over stilte in de muziek en over zijn eerste ervaringen in Rotterdam.

In muziek zijn er momenten dat er niets klinkt. Zo’n moment kan lang zijn, het kan ook uiterst kort zijn. Denk maar aan het begin van de Vijfde Symfonie van Ludwig van Beethoven: ta  ta ta taa! Het wordt nog effectiever door de onmiddellijke herhaling. Het begin van de Toccata und Fuge in d BWV 565 voor orgel van Johann Sebastian Bach is ook zo’n geval. Daar zijn zelfs twee onmiddellijke herhalingen.
De stiltes in beide stukken zijn uiterst kort, veel mensen  ervaren ze als iets dat onheilspellend of onafwendbaar is. Beethoven: het noodlot klopt aan de deur, of, tijdens de Tweede Wereldoorlog, als klopsignaal in nazi-gevangenissen om elkaar te bemoedigen met het vooruitzicht van de onafwendbare overwinning op de dictatuur. Ook het motief van Bach wekt zo’n associatie: et komt voor in computergames in bedreigende situaties, zoals bij Dracula en Blauwbaard. Als de muziek in een film plotseling stil valt of onverwacht heel
langzaam en zacht wordt, houd je de adem in. Tien tegen een dat er iets naars gaat gebeuren.

Muziek kan ook stilte suggereren. Met muziek in een langzame beweging roept de componist een gevoel van stilte op.  Je kunt stil zijn, maar je kunt ook stil staan. Dan kan er nog geluid zijn, maar vaak gaat dat stil staan gepaard met een verstilling van geluid of soms in het tot zwijgen komen daarvan.

Kerkdienst
Over korte en lange stiltes is veel te zeggen. De voorbeelden hierboven geven al iets aan.

Binnen de beperkte ruimte van dit artikel wil ik de begrippen stilte en muziek plaatsen in het kader van kerkdienst en de muziek. Sinds 1 januari jl. ben ik als cantor en organist verbonden aan de Remonstrantse Gemeente in Rotterdam. Het kerkgebouw uit 1897 straalt een voorname rust uit, de architectuur nodigt uit tot
persoonlijke bezinning en gezamenlijk nadenken. Het orgel uit 1898 is door de architecten ontworpen als integraal onderdeel van het interieur. De klank van het instrument past geheel in de akoestiek van het gebouw, na de recente restauratie van kerk
en orgel is duidelijk geworden hoe naadloos kerk en orgel visueel en akoestisch een eenheid vormen. Het is een ideale plek om van diensten een feest van preek en muziek te maken.

Tijdens de diensten in Rotterdam is stilte een integraal deel van de orde van dienst. Tekenend is dat het orgelspel na de preek pas klinkt na een stilte. Ook op andere momenten van de dienst werkt het in Rotterdam goed om voorspel en lied niet gelijk te laten aansluiten op bijbellezing of gebed, maar het eerst stil te laten vallen. Opvallend is dat er nauwelijks stadslawaai in het kerkgebouw doordringt, hoewel dat in het hart van de stad gelegen is. Ook op weekdagen is het een oase van stilte.

Begeleiden gemeentezang
Mijn belangrijkste taak in de dienst is het begeleiden van gemeentezang. In het voorspel van een lied herinner je de gemeente eraan om welke  melodie het gaat, je reikt de toon en het tempo aan.  Ook kun je in het voorspel de atmosfeer van de tekst aangeven. Bij een loflied met een uitbundige tekst  ligt dat eenvoudiger dan bij een meditatieve tekst. En als dan in zo’n meditatieve tekst het woord stilte expliciet voorkomt
wordt het heel, heel kwetsbaar. Immers, elke toon kan er een teveel zijn. En toch moet je ervoor zorgen dat de kerkgangers weten welke  melodie op welke toonhoogte en in welk tempo gezongen moet worden. Bijvoorbeeld: Mijn ziel is stil tot God mijn Heer en De stilte zingt u toe, o Here, in uw verheven oord, openingsregels van de eerste coupletten van de Psalmen 62 en 65, in de berijming die te vinden is in het Liedboek 2013.

Verheven oord
Ik herinner me nog goed dat ik Psalm 65 als openingspsalm mocht spelen in een

Avonddienst. Ik was vijftien jaar oud en nog maar net kerkorganist. Toen ik het voorspel
moest inzetten realiseerde ik me dat wat ik had voorbereid geen recht deed aan die
prachtige eerste regel, misschien viel de schoonheid ervan me toen pas echt op, De stilte 
zingt u toe, o Here, in uw verheven oord.  Gelukkig kreeg ik een ingeving. Op het zachtste
register van het orgel, ijl en eenstemmig, speelde ik een paar regels van de Psalm. Het effect ervan verbaasde de kerkgangers. Even leek de Gereformeerde Pniëlkerk aan de Bosch en Lommerweg in Amsterdam-West een stukje van dat verheven oord te zijn.
Het kerkgebouw is lang geleden aan de eredienst onttrokken en werd Theater Mozaiek – met een florerende kroeg! -, het orgel is gesloopt en verdwenen. Als ik er soms nog eens kom met vrienden uit die tijd moet ik altijd aan dat moment denken.
Aan mijn studenten vertel ik dat je juist als je iets hebt voorbereid je op het moment suprême  op een beter idee kunt komen. En stilletjes vermoed ik dat je niet op het idee komt maar dat het idee je overkomt, dat je het ontvangt. Ontvangen kun je alleen dan wanneer je de antenne goed richt en het geluk hebt te geraken in het bereik van de Heilige Geest.

Welluidender dan John Greenleaf Whittier (1807 – 1892) kun je stilte niet verwoorden:

O, Sabbath rest of Galilee!

O, calm of hills above,

Where Jesus knelt to share with Thee,

the silence of eternity

Interpreted by love.

 

Zie ook