Over Stille Zaterdag
Foto: Jayme Burrows

Over Stille Zaterdag

Het is niet gemakkelijk over Stille Zaterdag, de dag tussen Goede Vrijdag en Pasen, te schrijven. Wat valt er over deze dag te vertellen? We vroegen het Marius van Leeuwen, emeritus-hoogleraar aan het Remonstrants Seminarie.

De stilte van het graf

De evangeliën zeggen er niet meer over dan dat het een sabbat was. Net voor het ingaan daarvan had Josef van Arimatea, een rijke bewonderaar van Jezus, hem begraven. Nu was het sabbat. De leerlingen namen ‘de voorgeschreven rust in acht’ (Lucas 23:46).

Met die sobere mededeling moeten we het, wat de evangeliën betreft, doen.

In een groot deel van de kerk (grof gezegd: het westerse christendom) bleef die sabbatdag altijd een sobere aangelegenheid. Er heerst de stilte van het graf. ‘Stil ligt de tuin rondom het witte graf…’, zingt een hedendaags kerklied. Maar Stille Zaterdag kent nauwelijks liturgie. In veel protestantse gemeenten is er overdag geen samenkomst waarin zo’n lied gezongen kan worden. En in de Rooms-katholieke kerk wordt – hoogst ongebruikelijk –
’s morgens geen mis opgedragen. Het is Stille Zaterdag: liturgische fraaiigheid en klokgelui blijven achterwege.

Proefnummer AdRem, remonstrants magazine

Vraag nu een proefnummer aan van AdRem, het remonstrantse magazine!

De Grote Zaterdag

In een ander deel van de kerk (grofweg: het oosters-orthodoxe deel) worden andere accenten gelegd. Men wijst er op een van de vroegste belijdenissen van de kerk. Die zegt dat Jezus is ‘gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle en op de derde dag opgestaan uit de doden’. Welnu, als Jezus’ dood en begrafenis op een vrijdag vielen en zijn opstanding op de derde dag daarna, zondag, dan moet de tocht naar de hel, waarvan die belijdenis spreekt, op de dag daartussenin, zaterdag, hebben plaatsgevonden. Dan is Jezus dus niet tot Pasen stil in zijn graf gebleven. Nee, eerst ging hij door het graf heen naar de onderwereld.

‘Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten’ (1 Petrus 3:19), naar de velen die te vroeg waren gestorven om het goede nieuws omtrent leven-sterker-dan-de-dood te vernemen. ij, de Messias, is die boodschap persoonlijk gaan brengen. Die zaterdag wordt dan ook in dat deel van de kerk niet de Stille genoemd, maar de Grote, de Heilige. Men viert dat Jezus in het dodenrijk de dood versloeg. Die dag heeft in Orthodoxe kerken dus al de glans van Pasen. Er horen indrukwekkende hymnen bij, zoals:

‘Hoe kunt Gij sterven, die het Leven zijt?

Hoe kunt gij wonen in het graf?

Gij vernietigt het rijk van de dood

en wekt de doden uit de onderwereld op.’

Twee benaderingen

Zo is de zaterdag waarop de week voorafgaand aan Pasen uitloopt, er in tweevoud. Zo sober als men in een deel van de kerk (het westerse) Stille Zaterdag viert, zo feestelijk viert men in een ander deel (het oosters-orthodoxe) de Grote, Heilige Zaterdag. Terwijl op de Stille Zaterdag het verdriet overheerst om wie op Goede Vrijdag gestorven is, is de Grote Zaterdag een dag van triomf omdat Jezus, afgedaald naar de onderwereld, de macht van de dood teniet deed.

De soberheid van de eerste benadering spreekt mij als remonstrant het meeste aan. Als we al op Stille Zaterdag overdag samenkomen, dan voor een eenvoudig, meditatief moment. In sommige gemeenten komt men (vaak in oecumenisch verband) pas in de loop van de avond samen. Komend uit stilte en duisternis, leeft men, in een dienst van lezingen en liederen, toe naar de Paasmorgen. Maar dan is de Stille Zaterdag al overgegaan in de Paasnacht, het begin van Pasen.

De tweede dag

Waarom gaat mijn voorkeur niet uit naar de andere benadering, die van de Grote Zaterdag met zijn fraaie, eeuwenoude hymnen, zijn triomfantelijke toon? Allereerst, omdat zij een taal spreekt die ver, te ver, van moderne mensen afstaat. Wij kunnen moeilijk meer geloven in hel of onderwereld, en in een daar geleverde strijd tussen Jezus en de macht van dood of Satan.

Wellicht nog fundamenteler is een tweede bezwaar. Ik lees het verhaal van de drie dagen: Goede Vrijdag, Stille Zaterdag, Pasen, als een verheven, maar ook heel menselijk verhaal. Jezus’ leerlingen hebben op vrijdag degene die hen het liefste was verloren. Er is tijd nodig om dat te verwerken, om wat zij hebben meegemaakt in een nieuw, troostend licht te gaan zien. Dat geldt ook voor ons. Na een groot verlies is er niet meteen troost voorhanden. Om daarvoor open te gaan staan is er een tijd van verwerken nodig. Een tijd tussen Goede Vrijdag, het verlies, en Pasen, de derde dag, met zijn geloof in nieuwe mogelijkheden. De Zwitserse theoloog Ragaz noemde die tussentijd ‘de tweede dag’, die – korter of langer, in stilte – doorleefd moet worden wil het Pasen worden.

Marius van Leeuwen
emeritus-hoogleraar aan het Remonstrantse Seminarie

Zie ook