Paneldiscussie ‘Helpt stil zijn je in je geloof’?

Paneldiscussie ‘Helpt stil zijn je in je geloof’?

In het vorige nummer van AdRem hebben de panelleden van de email-discussiegroep zich aan u gepresenteerd. Nu zijn ze serieus in de ‘pen’ geklommen voor een discussie over de vraag: ‘Helpt stil zijn je in je geloof?’ Michel Peters zet de bijdragen eens op een rijtje.

Christian Modehn kan zijn politiek-maatschappelijke betrokkenheid niet verloochenen. In zijn ‘openingszetten’ stelt hij dat stilte zowel een persoonlijk als een maatschappelijk thema is. En die twee hebben alles met elkaar te maken: persoonlijke stilte en inkeer zijn voorwaarden om het lawaai in de samenleving te verduren. ‘Lawaai maakt ziek. In lawaai is het moeilijk om helder te denken, om een dialoog te voeren en om jezelf te ontdekken’.  En persoonlijke stilte is voor hem ook een antwoord op de ellende en het onrecht in de wereld, op het schreien van de hongerenden, de armen en de eenzamen. ‘Dit ‘schreien’ kan ik slechts proberen te beantwoorden als ik in stilte mijn geloof beleef’, schrijft hij.

Persoonlijke stilte is voor Christian voorwaarde om God te vinden. Zo slaagt het ‘horen’ er in om de ziel binnen te dringen. ‘In de stilte komen wezenlijke, ook religieuze, vragen naar boven: waarom bestaat er iets en niet niets? Wat is de grond onder mijn leven? Die vragen kunnen naar God voeren, ze hebben mij geholpen’, zegt hij. ‘In de stilte spreekt God, het goddelijke.’

In stilte groeit de ziel
Rachel Adriaanse herkent deze ervaring. Zij haalt een gevleugelde uitspraak van haar vader aan: ‘in de stilte groeit de ziel’. Zo ervaart zij het ook: ‘Inmiddels weet ik dat de ziel, mijn ziel, stilte nodig heeft zoals een bloem water’. Voor haarzelf heeft dit geresulteerd in de beoefening van zenmeditatie. Ze las een boek van Jeroen Witkam, voormalig abt van de Trappistenabdij in Zundert. Hij schrijft: ‘In de stilte word je ontvankelijk en kun je voorbij de eindigheid in de volkomenheid komen’.

Ditte Donnelly haalt met instemming William Penn (1644-1718) aan, een van de grondleggers van de Quakers in de VS: ‘True silence is the rest of the mind, and is to the spirit what sleep is to the body, nourishment and refreshment’.

Stilte hoeft overigens helemaal geen zwijgen te betekenen of rust of doodse stilte. ‘Een muziekuitvoering kan stilte zijn’, schrijft Christian. ‘Of een gesprek met vrienden en Gregoriaans gezang van monniken in een kathedraal’. En wat dacht je van poëzie, schrijft Rachel? In de verstilde taal van Rutger Kopland bijvoorbeeld: ‘Ga nu maar liggen liefste in de tuin, de lege plekken in het hoge gras, ik heb altijd gewild dat ik dat was, een lege plek voor iemand, om te blijven’.

Meer stilte in de dienst?
Hebben we dan meer stilte in de dienst nodig? Christian: ‘Ja zeker, laten we het doen met minder woorden, meer meditatieve momenten en meer kunst. In onze lawaai-samenleving moet kerken juist contrastplekken, ‘oases van stilte’ zijn. Gooi ze ook door de week open’. Dat is misschien wel het bestaansrecht van de kerk in de toekomst, schrijft Rachel: ‘de christelijke taal wordt steeds minder goed begrepen, maar aan plekken van stilte zal altijd behoefte blijven in het drukke en hectische leven’. Ditte weet het zo net nog niet: ‘De kerkdienst mag wat mij betreft levendig zijn, daar komt de gemeente bij elkaar om gevoed te worden. Met een goede preek ontvangen wij dan hopelijk genoeg stof om (later, in stilte) over na te denken’.

Nelleke Viëtor, ons vierde panellid, houdt zich vrij rustig, maar komt te midden van alle waardering voor de stilte heel anders om de hoek zetten: ’Stilte doet me weinig. Mijn geloof is meer geholpen met een goede preek en bij het gezamenlijk bidden van het Onze Vader. In mijn Rotterdamse jeugd was ‘hand aan de ploeg’ belangrijk; Nederland moest weer worden opgebouwd. Daden doen meer dan stilte en Mattheüs 25 over de werken van barmhartigheid leidt me daarbij’. En later voegt zij enigszins beschroomd toe: ‘Sinds mijn man overleden is heb ik meer stilte dan mij lief is. Stilte is voor mij eerder bedreigend dan verdiepend’. Begrip alom natuurlijk!

Ontvankelijkheid
Rachel: ‘Maar hoe kun je dan bidden zonder stilte, Nelleke? Of hoe kun je praten met kinderen en kleinkinderen zonder dat er stilte is? Bij stilte hoort voor mij ook een openheid van geest, een geduldige ontvankelijkheid die vrij is van vooringenomenheid. Zonder dat soort stilte is geen gesprek mogelijk, geen echte ontmoeting met iemand anders. Iets zegt me dat die openheid van geest jou niet vreemd is.’
En ze stelt de zwart-wittegenstelling tussen stilte en dadendrang ter discussie. ‘Stilte als een comfortabele manier om de harde realiteit te ontvluchten kan nooit de bedoeling zijn. Wat dat betreft hecht ik erg aan de zegenspreuk aan het einde van de kerkdienst: ‘gaat dan van hier, naar uw huis en uw levensopdracht, onder Gods zegen’. In de zentraditie wordt het zo gezegd: ‘vóór de verlichting: hout hakken en water putten. Na de verlichting: hout hakken en water putten’. Nelleke: ‘de uitzending en de zegen vind ik ook altijd een voltreffer. Ik ga er bijna voor naar de dienst’.

Als ‘dagsluiting’ eindigen we met enkele aforismen van Christian: ‘Het verlies van de stilte kan het verlies zijn van de spiritualiteit, van het geloof zelf. Wie ons in onze maatschappij, in onze stad, berooft van de stilte, berooft ons van onze spiritualiteit. Maatschappijkritiek en de verdediging van de stilte horen bij elkaar’.

Michel Peters
Coördinator communicatie bij de Remonstranten

 

Zie ook