Het gezicht van Corrie van Lohuizen – van Santen

Het gezicht van Corrie van Lohuizen – van Santen



Wie is toch die onbekende dame die geregeld een financiële bijdrage vanuit Brazilië naar de Remonstranten overmaakt? We vroegen het en dit is haar verhaal:

In Heerde, een plaatsje op de Noordveluwe, werd ik in het eerste jaar van de Tweede Wereldoorlog geboren en kreeg de naam Cornelia Aleida van Lohuizen (roepnaam Corrie). Na mij kwamen nog twee zusjes en na de oorlog nog drie broertjes; met de jongste verschil ik 15 jaar. Ik herinner me nog dat mijn moeder naar het ziekenhuis ging voor de bevalling en dat ik mijn op een na jongste broertje mee naar kantoor nam.

Goed gereformeerd
Wij groeiden op in een ‘goed gereformeerd gezin’ met alles wat daarbij hoort: kerkgang, school met de bijbel, catechisatie en jeugdwerk binnen de Gereformeerde Kerk. Mijn vader was in loondienst met een minimumsalaris. Hij had overigens wel een mooie baan: hij moest  dieren van een fabrieksdirecteur verzorgen die deze in zijn tuin(hokken) had: diverse soorten kippen, fazanten en eenden. Mijn moeder was echt een huismoeder, maar toen de kinderen groter werden, werd zij lid van de vrouwenvereniging en heeft zij 50 jaar het secretariaat van deze groep verzorgd.

Vleugels uitslaan
Na de lagere school heb ik de Mulo gedaan en na diverse banen werd ik secretaresse voor enkele vormingsleiders op  ‘Kerk en Wereld’. Deze overstap heeft mijn leven veranderd en ik ging meer interkerkelijk denken. Toen mij een baan werd aangeboden bij het Gereformeerd Jeugdwerk in Gelderland heb ik die aangenomen omdat ik de gelegenheid kreeg in 1968-1972 een parttime opleiding aan de ‘Sociale Academie de Nijenburgh’ in Baarn te gaan volgen. Toen ik een advertentie zag met een functie voor internaatsleidster op een middelbare landbouwschool in Brazilië heb ik gesolliciteerd bij de Zendingscommissie van de Gereformeerde Kerken in Nederland. Ik wilde de democratie daar wel eens ‘proeven’. De school stond/staat in de buurt van de kolonie Castrolanda en had in die tijd veel leerlingen van de drie Nederlandse kolonies: Arapoti, Carambeí en Castrolanda. Ik ging in november 1972 ongetrouwd naar Brazilië. Tijdens mijn werkzaamheden op deze school leerde ik mijn man kennen, die oprichter was van een trainingscentrum voor veeteelthouderij voor kleine boeren.

In 1981 trouwden we en in datzelfde jaar ben ik begonnen met het vormen van vrouwengroepen op het platteland van de gemeente Castro. Tijdens de bijeenkomsten bespraken we onderwerpen die voor het gezin belangrijk konden zijn: hoe je gezond kunt blijven b.v. door het aanleggen van een groententuin, medische planten voor huismedicijnen, voeding e.d. Ook besteedden we aandacht aan de bijbel en politiek, gaven we brei- en haaklessen en verkochten we groentezaden voor de tuintjes.

Vrijheid om over God te denken
Ik ben lid van de ‘Igreja Evangélica Reformada’ in Castrolanda die contacten met Nederland onderhoudt, vooral met de Christelijke Gereformeerde Kerk. Er is veel traditie in het samen kerkzijn waar ik me niet zo bij thuisvoel. Mensen die vrijzinnig denken ben ik hier bijna niet tegengekomen, vandaar mijn belangstelling voor Adrem, met artikelen waar ik over na moet denken. Ik geef Adrem door aan een echtpaar dat ook belangstelling heeft voor de inhoud van het blad. Mijn man, overleden in 2012, was lid van de Remonsrantse Broederschap.

Wat mij in de Remonstranten aantrekt is de vrijheid die men heeft om een eigen Godsbeeld te hebben, terwijl de financiële steun, die gegeven wordt aan bepaalde doelen, mij aanspreekt. Ik ben iemand die meer waarde hecht aan het omgaan met mensen dan in het aanhoren van een preek.

Ik heb het voorrecht in een vrijstaand huis te wonen in het centrum van Castrolanda en heb een vrij wilde tuin waar ik veel plezier aan beleef, gezien de bloemenpracht zo nu en dan.

Zie ook