Ongezond gelukkig
Foto: Duiken in beeld

Ongezond gelukkig

Niet de afwezigheid van ziekte, maar aanpassing aan de situatie is het kernwoord voor een goed leven op oudere leeftijd. Zegt arts en onderzoeker Machteld Huber die het begrip ‘positieve gezondheid’ introduceerde. Ineke Ludikhuize kan er als mantelzorger uit de praktijk over meepraten.

Machteld Huber introduceerde in 2012 haar visie op ‘gezondheid’. Zij sprak en spreekt van ‘positieve gezondheid’. Deze term gebruikt ze om onderscheid te maken tussen haar ideeën en de traditionele visie op en definitie van gezondheid. Zij ziet gezondheid niet als de afwezigheid van ziekte, maar als het vermogen van mensen om met hun fysieke, emotionele en sociale levensgebeurtenissen om te gaan en zoveel mogelijk eigen regie te voeren. Wie dat kan, is gezond.

In deze visie is gezondheid niet alleen het domein van de zorgprofessionals, maar van ons allemaal. Als je gaat vragen naar wat mensen gelukkig maakt, krijg je vaak het antwoord ‘gezondheid’; in de zin van ‘niet ziek zijn’. We wensen elkaar ook gezondheid toe. Ziekte en gebreken plaatsen we doorgaans in het vakje ‘ongeluk’.

Zingeving

Als er echter een ding zeker is, vooral nu we allemaal steeds ouder worden, is dat we vroeg of laat ziek worden, gebreken en handicaps krijgen. Dat hoeft niet meteen tot een ongelukkig leven te leiden. Er zijn jonge en oudere mensen in ieders omgeving die daar het levende bewijs van zijn. Hoe wordt een ongezond mens gelukkig? Het interessante aan de ideeën van Huber is dat zij zingeving een belangrijke plaats geeft naast bijvoorbeeld sociaal-maatschappelijke participatie, kwaliteit van leven en mentaal welbevinden. Mensen die in een klap of geleidelijk aan gebreken krijgen, kunnen zich volgens Huber het beste afvragen hoe ze hun leven zo kunnen aanpassen dat hun levenslust en zin in het leven er zo min mogelijk onder lijden. Het is een belangrijke taak van zorgprofessionals om mensen die daar moeite mee hebben te begeleiden.

Aanpassen

Ik herinner me nog goed hoe graag mijn moeder vroeger zong. Niet alleen thuis met ons, maar ook in de kerk en op een koor. Zingen was haar lust en haar leven. Halverwege de zestiger jaren werd ze geopereerd aan haar schildklier, waarbij stembanden geraakt werden. Weg was haar mooie zangstem. Ze wist zich aan te passen door muziek en zang op andere manieren haar leven binnen te halen. Dat lijkt weliswaar een logische stap, maar velen blijven na zo’n levensgebeurtenis in hun woede op dokters, ziekenhuizen of het lot hangen en komen daardoor niet toe aan nieuwe zin. Dat maakt een mens diep ongelukkig.

Leren

Ook als mantelzorger heb ik gezien hoe belangrijk dat aanpassen is. Wie het kan, leeft een gelukkiger en gezonder leven dan wie het niet kan. Wie het niet kan, heeft de keus om alsnog te leren of te blijven hangen in verdriet om gebrek. Dat laatste lijkt een aantrekkelijke optie, omdat mensen (terecht) kunnen klagen en verdrietig zijn over het feit dat ze niet meer kunnen lopen of lezen, zich nooit meer fit voelen of andere ellende te verduren hebben. De omgeving zal met ze mee voelen. Maar die omgeving krijgt na korte of langere tijd genoeg van het geklaag en voor ze het zelf door hebben, staan ze bekend als ‘ouwe zeur’. Niemand komt meer graag op bezoek. Er zit namelijk een grens aan wat de omgeving van mensen verdraagt. Hoe moeilijk ook, een betere strategie is die van het leren aanpassen en het zoeken naar alternatieven. Daar word je, ongezond en al, gezond gelukkig van.

Dankbaarheid

Er zijn best redenen te bedenken om dit ‘positief geklets’ te noemen. Gezinnen of individuen met een veelheid aan problemen (behalve ziekte ook armoede, schulden, verslaving) klagen terecht. Hun hoofd is te druk met dagelijkse beslommeringen om zich bezig te houden met zingeving. Hun situatie is vooral ‘negatief’.

Hoe diep en breed de narigheid ook is, iedereen zal iets moeten doen om het leven uit te houden. En nogmaals, van klagen wordt niemand gelukkig. Het is geen goede strategie voor de lange termijn. Door het leren aanpassen van je leven, word je niet ineens beter en je problemen verdwijnen ook niet als sneeuw voor de zon. Je leert je gerichtheid te verleggen naar wat er nog wel is aan goeds in je leven. Het is een leerschool voor dankbaarheid.

Oefenen

Maar is het wel te leren of reageert iedereen naar zijn aard op ongeluk en is het dus een kwestie van karakter of je er al of niet ‘positief’ mee om kunt gaan. Volgens Huber en vele andere onderzoekers is het te leren. Mensen die in hun leven al vaker bezig zijn geweest met zingeven, participeren en aanpassen zijn in het voordeel. Want ook hier geldt: oefening baart kunst. Een lang en gelukkig leven met of zonder gebreken en ziekten begint misschien wel gewoon in uw (remonstrantse) kerk.

Ineke Ludikhuize
Redactielid AdRem, gemeentelid in de Geertekerk in Utrecht

Zie ook