Nieuwe doelgroepen en een nieuwe theologie

Nieuwe doelgroepen en een nieuwe theologie

De innovatiepredikanten werken op heel diverse plekken met verschillende doelgroepen. Twee dingen vormen de pijlers onder hun werk: zij richten zich op mensen buiten de remonstranten en zij werken vanuit de theologie van de kwetsbaarheid. Het artikel ‘Wat is innovatie?’ van Johan Bouwer in dit nummer laat zien waarom het bereiken van nieuwe doelgroepen van belang is voor onze dromen over de Remonstranten in 2030. Onderstaand interview met Christa Anbeek door Marieke Ridder gaat in op de theologie van de kwetsbaarheid. (Dit interview verscheen ook in De Oud-Katholiek, nr. 3-2020).

Christa Anbeek over contrastervaringen en ervaringsthelogie

‘Niemand kan onomkeerbare treurigheid in verwondering veranderen (…). Het is er allebei. De kunst is het nieuwe, onverwachte en onvermijdelijke te verwelkomen, in welke gedaante het dan ook tot je komt.’ Het is een van de aansprekende zinnen in het beste spirituele boek van 2019, ‘Voor Joseph en zijn broer’, van de remonstrantse hoogleraar Christa Anbeek. Over haar denken sprak ik Anbeek in een persoonlijk gesprek aan haar Utrechtse eettafel. Zij deelt in haar boeken haar eigen zoektocht en haar reflectie daarop en nodigt ook anderen uit dat te doen. In haar boeken ontwikkelt zij zo een andere benadering op theologie en op het omgaan met ‘contrastervaringen’.

Allereerst wil ik vragen: wat versta je precies onder contrastervaringen, en wat betekent ontregeling in dit verband?

‘Een contrastervaring is ontregelend en openbrekend. Het zijn ervaringen die het vertrouwde bestaan dusdanig op zijn kop zetten, dat er geen terugkeer meer mogelijk is naar het vertrouwde. Je komt in een ander gebied terecht, dat in contrast staat tot het leven tot dan. Dat is ontregelend. Maar de ervaring is ook openbrekend: je komt in een nieuw gebied terecht waar je een weg moet zien te vinden. Te lang in ontregeling verkeren is niet goed voor een individu of organisatie of land. In mijn werk schrijf ik  – deels autobiografisch en deels over anderen – over ernstige vormen van ontregeling, bijvoorbeeld over een vrouw die haar man en kinderen verloor door een ongeluk in de bergen. Ook in mijn eigen leven heb ik heftige dingen meegemaakt. Er zijn overigens ook positieve contrastervaringen, zoals de geboorte van een kind waarop je je verheugd hebt. Je leven voor en na de geboorte is compleet verschillend. Een heftige verliefdheid kan eveneens heel ontregelend zijn. Contrastervaringen hoeven dus niet altijd met ellende gepaard te gaan. Mijn werk is gericht op transformatie van ontregeling, waarbij de eerste stap is de ontregeling onder ogen zien.’

Loutert lijden?

Zelf schrijft Christa Anbeek over drie naaste familieleden die zij verloor aan zelfdoding, wat haar leven en keuzes stempelde. Haar partner verloor zij eveneens op vrij jonge leeftijd. De komst van kleinzoon Joseph blijkt een nieuwe, positieve contrastervaring. Joseph opent met zijn onbevangenheid haar de ogen voor de mogelijkheid ook zelf ‘spelend’ te zien wat mogelijk is na ervaringen van groot verlies. Dit klinkt mooi, maar is het niet te idealistisch? Eerder schreef Anbeek hoezeer het haar woedend maakte als men beweerde dat ‘lijden loutert en iets oplevert.’ Hoe ziet zij dat nu? ‘Het kan gebeuren dat negatieve contrastervaringen, na verloop van tijd, veranderen. Mensen zeggen soms: ‘Ik zat er niet op te wachten, maar het heeft me toch ook dingen gebracht die ik niet had willen missen.’ Ik ben daar voorzichtig mee, want dat is niet altijd zo. Maar mensen merken soms dat aspecten die al latent aanwezig waren in hun leven opeens gaan oplichten. Ook bijvoorbeeld in de coronatijd kwamen mensen in een soort crisis terecht. Op een moment dat je gewone leven stilgelegd wordt, gaan mensen nadenken over wat er echt toe doet. Wat van grote waarde is.’

Helpen of delen?

We hebben geleerd hoe belangrijk het is om mensen in hun verdriet nabij te zijn in plaats van antwoorden te geven. Hoe kun je mensen helpen open te gaan staan voor een ander perspectief, zonder hen te overvragen? Anbeek wil van deze focus op helpen af. ‘Het gaat er niet om dat je zegt: ik weet een weggetje door dit lijden heen’. Daarom ontwikkelde zij een spelvorm,  – overigens een heel serieus spel – waarin geen vaste begeleider is. ‘Alle deelnemers dienen hun eigen ontregeling in te brengen. De bedoeling is niet elkaar te helpen, maar met elkaar te delen. Dat vraagt heel wat en daarom is het vermoedelijk ook niet zo’n populair spel. Je moet bereid zijn stil te staan bij je eigen pijn en verwarring en bij die van de ander. Daardoor word je uit je eigen isolement gehaald. Het is een tocht met een onbekende afloop, vandaar de reismetaforen in het spel. De hoop is dat er gaandeweg verbinding zal ontstaan en dat er nieuwe perspectieven zichtbaar worden vanuit de chaos waar je in zit. Mijn filosofie is dat als het om echte ontregeling gaat, niemand de weg weet. Ook de geestelijk verzorger of priester of dominee niet, ook al heb je veel ervaring en kennis van wijsheidstradities. Het is in de begeleiding iedere keer opnieuw een avontuur. In dit spel beloof je met elkaar mee te reizen en brengt ieder zijn of haar eigen verhaal in. Overigens: ik begrijp heel goed dat het in de geestelijke verzorging belangrijk is om patiënten niet te belasten met jouw eigen verhaal. Maar in de spelvorm die ik ontwikkelde ben je principieel allemaal gelijk.’

Fundamentele vragen

De zeven etappes van het dialoogspel gaan over existentiële vragen die door een contrastervaring worden opgeroepen. Wie ‘De berg van de ziel’ gelezen heeft, herkent in de etappes de vragen die volgens Christa Anbeek ten grondslag liggen aan de belangrijkste thema’s uit de christelijke dogmatiek. De onderliggende fundamentele vragen zijn volgens haar universeel, slechts de antwoorden verschillen, afhankelijk van de levensbeschouwing en het persoonlijke perspectief. Zo is in de eerste etappe de vraag wat in de contrastervaring ‘van ultiem belang’ blijkt te zijn. Dit ‘onopgeefbaar waardevolle’ zouden sommige mensen ‘dragende grond’, of ‘God’ kunnen noemen, net zoals theoloog Paul Tillich dat bijvoorbeeld doet. De volgende etappes gaan over ‘geborgen zijn’ (denk aan de schepping), ‘menszijn’, ‘de kanteling’ (verzoening), ‘geïnspireerd zijn’ (pneumatologie), ‘onderweg zijn’ (eschatologie) en ‘samen zijn’ (ecclesiologie). Het boeiende is dat voor iemand afkomstig uit een niet-christelijke achtergrond deze insteek niet op zal vallen of storen. Anbeek: ‘Het is niet voor niets dat men eeuwenlang over deze thema’s heeft nagedacht en dat er rituelen bij zijn gezocht. Ik heb gezocht naar de achterliggende vragen die mensen zouden kunnen stimuleren om zelf te verwoorden hoe hun levensbeschouwing of theologie is.’

Remonstrants

Christa Anbeek is een kenner van het boeddhisme en doceerde aan de Universiteit voor Humanistiek. Zelf is zij remonstrants predikant en was zij werkzaam in de psychiatrie als geestelijk verzorger. Wat spreekt haar aan in het christelijk geloof, en in het bijzonder bij de Remonstranten?

‘Wat mij aan de Remonstranten en de brede vrijzinnigheid aanspreekt, is dat het niet confessioneel is. Er is niet één belijdenis maar het is wel geënt op het evangelie en de bijbelse traditie. Respect en verdraagzaamheid vinden wij de kernwaarden om gemeenschap te kunnen zijn. De Remonstranten vind ik ook aansprekend vanwege hun vier eeuwen oude traditie. Voorman Arminius werd door medegereformeerden veroordeeld om wat ik een pastorale bewogenheid rondom ontregeling noem. Hij kon niet geloven in de predestinatieleer, de gedachte dat God alles heeft voorbeschikt, inclusief  het goddelijke oordeel, omdat een groot deel van zijn familie en anderen aan de pest en in de Spaanse oorlog waren overleden. Zouden zij dan ook nog voorbestemd zijn voor het definitieve onheil? Hij vond dat ergens recht gedaan moest worden. Dat spreekt mij erg aan. Ik heb bij de humanisten gewerkt en er resoneren ook boeddhistische ideeën in mij. Ik geloof dat verschillende tradities door dezelfde rivier gevoed worden. Ik noem mijzelf een christen, ook al vinden sommigen mij eerder humanistisch: waar twee of drie open en kwetsbaar bij elkaar zijn, daar wordt het zoveel meer, dat mensen ooit hebben gezegd: hier is God in ons midden.’

Ervaring en openbaring

Veel theologen stellen dat alles begint bij God, bij zijn openbaring aan mensen. Er zijn mensen die zeggen diep geraakt te zijn door een bijzondere ervaring, die zij interpreteren als van God afkomstig te zijn. Jij steekt in bij menselijke ervaring. Staan ervaring en openbaring als begrippen volgens jou tegenover elkaar?

‘De ervaring zelf is niet genoeg. Het is de reflectie die betekenis geeft aan de ervaring. Ik heb de neiging bij de ervaringen te beginnen, maar nodig mensen voortdurend uit om erover te vertellen en hun ervaringen te verbinden met reflecties van anderen, zoals je die kunt vinden in filosofie en literatuur. In zekere zin neem je dan iets van de ervaring af, maar tegelijkertijd wordt het meer. De ervaring zelf is geen openbaring, maar kan dit wel worden. In het boeddhisme zegt men dat wijsheid, dus reflectie, en meditatie, ervaring, de twee vleugels zijn waarmee je kunt vliegen. Zo zou ik het willen zien.’

In de oudkatholieke traditie is bijvoorbeeld het ritueel belangrijk en beleven mensen daaraan veel, meer dan kan worden uitgelegd… Anbeek: ‘Als een ritueel goed is, als een ritueel klopt, creëert het opnieuw een ervaring. Dat kan in de kerk en daar buiten, bijvoorbeeld waar mensen herdenken. Je zou kunnen zeggen dat ook mijn spel een soort ritueel is. Het kent rituele elementen zoals bijvoorbeeld een maaltijd aan het eind, die opnieuw een ervaring creëert.’

Samen spelen?

Is haar spel ook geschikt voor leden van een kerkelijke gemeenschap die elkaar goed kennen, zoals oudkatholieken? ‘Bij de Remonstranten vindt het nog weinig ingang. Mogelijk vanwege de neiging op een meer intellectuele manier om te gaan met kwetsbaarheid, bijvoorbeeld via preken, kunst en literatuur, waar men bij jullie wellicht eerder een liturgische manier zoekt. Maar de belangrijkste reden is volgens mij dat men elkaar te goed kent om zich veilig genoeg te voelen om zoveel te delen. Voor dit spel zou het beter zijn wanneer je gedurende het traject een gemeenschap vormt, en daarna weer afscheid neemt. Misschien is het een goed idee om te komen tot een gemengde groep van bijvoorbeeld oudkatholieken, remonstranten en anderen?’

Verder lezen:

Anbeek, C.W. & De Jong, A. (2013), ‘De berg van de ziel. Een persoonlijk essay over kwetsbaar leven’. Utrecht: Ten Have

Anbeek, C.W. (2018), ‘Voor Joseph en zijn broer. Van overleven naar spelen en andere zaken van ultiem belang’. Utrecht: Ten Have

Anbeek, C.W. (2019), ‘Tussen zon en maan. Dialoogspel over ervaringen van chaos en schoonheid’. Utrecht: Ten Have

Zie ook