Wat is innovatie?

Wat is innovatie?

Inleiding

De Remonstranten (RB) zijn onderweg naar 2030. Een beleidsplan moet de weg wijzen. Verschillende gremia binnen de geloofsgemeenschap hebben eraan gewerkt en leden en vrienden hebben inspraak gehad. Het beleidsplan is gebaseerd op een analyse van de huidige socio-culturele en religieuze context, en een  inventarisatie van dromen die leden en vrienden koesteren voor deze geloofsgemeenschap – de zogenaamde stip op de horizon. De prognoses ten aanzien van de houdbaarheidsdatum van de RB, gegeven de demografische ontwikkelingen op het terrein van kerk en geloven in Nederland spelen ook een rol, én de noodzakelijke (financiële) randvoorwaarden om die stip op de horizon heelhuids te bereiken.

Een van de pijlers van dit beleidsplan, zeg gerust kernpijler, is ‘innovatie’. Er wordt zelfs gesproken over ‘innovatiepredikanten’. Dit begrip kan echter niet rekenen op onverdeeld enthousiasme en instemming binnen de geloofsgemeenschap. Voor sommigen riekt het waarschijnlijk te veel naar technologie, commercie en winstbejag. En toch is ‘innovatie’ een begrip met een lange geschiedenis dat ook binnen de wereld van kerk en geloof figureerde – hoewel toen ook niet altijd onverdeeld positief. Wat moeten we nu onder ‘innovatie’ verstaan? En welke uitdagingen geeft het de RB op weg naar 2030? Deze twee vragen zijn leidend in dit essay, maar eerst wordt de ontwikkelingsgang van dit begrip in de geschiedenis in grote lijnen uiteengezet.

Innovatie in de geschiedenis

Het concept ‘innovatie’ (kainotomia; letterlijk: ‘om nieuwe sneden te maken’) is van Griekse oorsprong. Voor de Oude Grieken was het een politiek concept dat (revolutionaire) verandering in de gevestigde maatschappelijke orde aanduidde (Godin, 2015: 8). In het Latijn (innovo) had het de betekenis van vernieuwen en dan vooral uitgedrukt in termen met prefix ‘re’, zoals Re-formatie, re-novatie, re-storatie of re-generatie. In de Middeleeuwen kreeg het woord (ten tijde van de Reformatie) de betekenis van ‘individuele vrijheid’ en ten tijde van de Renaissance de connotatie van ‘gewelddadig’ toebedeeld. Rome typeerde de ‘nieuwe orthodoxie’ van de protestanten als ‘innovatie’ (lees: ketterij), terwijl de protestanten op hun beurt hetzelfde deden met degenen die van deze nieuwe orthodoxie durfden af te wijken (Godin, 2019: 14). Tegen het einde van de 19e eeuw droeg ‘innovatie’ de generieke betekenis van ‘samenzwering’. Het functioneerde als linguïstische wapen tegen de vijand (Godin, 2015: 27). In de twintigste eeuw onderging deze ongunstige en ook wel minachtende term – niet in het minst veroorzaakt door kerk en religie – een ingrijpende verandering in betekenis. Het werd betiteld als een instrument voor economische groei en – overleving van organisaties, vooruitgang, technologische en sociale verandering, en ontwikkeling binnen diverse kennisgebieden in de samenleving (Taylor, 2017: 130). Vandaag de dag associeert het grote publiek de term vooral met revolutionaire producten zoals de zelfrijdende auto of robots in de zorg, of diensten zoals Uber of Airbnb. Maar innovatie is meer dan een ‘inventie’ (uitvinding) en figureert in een veel breder palet van sectoren dan technologie of economie alleen. Er is inmiddels sprake van economische innovatie, technologische innovatie, sociale innovatie, organisatorische innovatie, culturele innovatie en het begrip ‘innovatietheologie’ heeft ook al zijn intrede gedaan (Godin, 2019). Zoals eerder gememoreerd is nu ook ‘innovatiepredikant’ aan het repertoire toegevoegd. Innovatie is een positief concept geworden, een geuzenterm waar creativiteit en verbeelding, en het realiseren van dromen in doorklinken (Godin, 2015: 28). Maar wat is innovatie nu precies?

Wat is ‘innovatie’?

Het is niet eenvoudig om een universele, eenduidige definitie van innovatie te geven, want daarvoor zijn de toepassingsmogelijkheden gewoon te omvangrijk. De volgende twee definities – de eerste filosofisch-conceptueel en de tweede meer praktisch-bedrijfsmatig van aard – bieden enig zicht op het fenomeen:

‘Innovation is the creative process whereby new or improved ideas are successfully developed and applied to produce outcomes that are practical and of value’ (Taylor, 2017: 131).

Vertaald: ‘Innovatie is het creatieve proces waardoor nieuwe of verbeterde ideeën succesvol worden ontwikkeld en toegepast, zodanig dat de uitkomsten zowel praktisch als van waarde zijn’.

‘Innovatie is het proces dat zich focust op het realiseren van nieuwe producten, processen, proposities, of businessmodellen om waarde te creëren voor klanten en/of medewerkers’  (Kop, 2019).

Wat vertellen deze definities ons en welke dimensies zijn bepalend voor het begrijpen van dit begrip?

Dimensies van innovatie

De kerndimensies van innovatie zijn volgens Hertle (2007) de volgende:
1. het aanbod (nieuw idee, droom, de waarde van het nieuwe product/dienst of proces – het WAT.
2. de klanten (hun verwachtingen, behoeften en ervaringen – het WIE.
3. de processen (organisatie, structuur, bedrijfsmodel – het HOE.
4. de presentie (netwerken, plaatsen van aanwezigheid, het ‘merk’ – het WAAR.
Deze dimensies zijn zowel expliciet als impliciet terug te vinden in de twee definities hierboven. Godin bestudeert innovatie vanuit een ander perspectief. Hij ontwaart vier kernbetekenissen die hij als volgt invult: (1) geïntendeerde en geplande verandering (2) vrije, tegendraadse initiatiefneming (3) revolutie of ingrijpende, systemische verandering en (4) de combinatie of verbinding van (nieuwe) ideeën en verrassende uitvindingen tot een nieuw geheel (2015: 29).

Het voert te ver om hier uitgebreid in te gaan op deze dimensies. Ze spreken grotendeels voor zich. Daarom voor nu slechts twee opmerkingen: een over de waarde van innovatie en een (wat uitgebreider) over (de aard van) het proces.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen toegevoegde waarde, klantwaarde en gebruikswaarde (Verdonk, 2019). Waar de toegevoegde waarde refereert aan datgene wat een (nieuw) product of dienst aantrekkelijker maakt voor de klant, verwijst de klantwaarde naar de waardering van of ervaringen met een nieuwe product of dienst door de klant zelf. Het spreekt voor zich dat het oordeel van de klant doorslaggevend is in deze. De gebruikswaarde hangt uiteraard samen met de andere twee onderscheidingen, maar verwijst vooral naar de functionaliteit van een product of dienst en/of wijze waarop het de klant wordt aangeboden.

Het innovatieproces berust op creativiteit. Creativiteit is fundamenteel bij innovatie, maar is er niet identiek aan. Het is de voorwaarde voor het ontstaan van een nieuw en/of origineel idee, terwijl innovatie draait om de implementatie van iets nieuws; iets dat waarde of betekenis toevoegt aan de organisatie en voor haar (potentiële) klanten.

In het algemeen is er sprake van twee soorten innovaties: incrementeel en radicaal. Incrementele (of geleidelijke) innovatie vindt plaats wanneer bestaande producten/diensten of processen worden aangepast, verbeterd of vernieuwd ten dienste van de klant, terwijl radicale (of disruptieve) innovatie een volledig nieuw product/dienst, proces of bedrijfsplan introduceert dat nog niet eerder het licht had gezien. In geval van een nieuw bedrijfsplan is er sprake van paradigmatische vernieuwing. De organisatie ijkt en kadert dan haar bestaansrecht opnieuw in en richt zich eventueel op een nieuw doelgroep.

Verder kan innovatie open of gesloten zijn. Bij open innovatie gebruikt de organisatie externe kennis voor haar strategie en vindt de vernieuwing zowel binnen als buiten de organisatie plaats. Er vindt een voortdurende wisselwerking plaats tussen inkomende en uitgaande kennis teneinde de eigen innovatie te versnellen. De klanten zijn hier actief bij betrokken. Ze zijn co-innovators. Bij gesloten innovatie komt de benodigde kennis uit ‘eigen kring’ en vindt de vernieuwing binnen de organisatie plaats. De klanten zijn de passieve ‘ontvangers’ van de vernieuwde producten/diensten of processen.

Wat zijn nu de implicaties hiervan voor de RB?

Remonstranten en innovatie

De betekenissen die Godin aan innovatie toekent – en uiteraard ook de andere dimensies die hierboven genoemd zijn – vergezellen de RB op haar tocht richting 2030. Innovatie zal naar verwachting zowel incrementeel als radicaal zijn. Vernieuwing zal plaatsvinden op het niveau van de bestaande organisatie, en haar huidige missie (waar staan we voor?), visie (waar gaan we voor?) en strategie (hoe gaan we het waar maken?). Het stelt fundamentele vragen aan de structuur van de organisatie en de aard van het aanbod. Spreekt de status quo van de RB oudgedienden, nieuwelingen en vreemdelingen (nog) aan? Echter, de innovatie zal zich ook manifesteren op het niveau van het nog niet bestaande. Denk aan de innovatiepredikanten die een onbekend land intrekken teneinde emergente kennis op te doen over onvermoede spirituele behoeften en uitdrukkingsvormen, nieuwe sacrale ruimtes en -plaatsen te ontdekken, en te zoeken naar nieuwe structuren die deze behoeften kunnen accommoderen, faciliteren en kanaliseren. De innovatie wordt – als het goed is – (op beide niveaus) gedreven door een hoger (allocentrisch) doel, dat groter is dan zelfbehoud, eigenbelang en zelfverdediging.

Dat proces zal deels gesloten zijn, maar de uitdaging is om, gezien de urgentie die de tijd ons voorhoudt, open innovatie na te streven. Dit vraagt om een bepaalde (ondernemers) mentaliteit, een nieuwe manier van denken, de moed (en het geloof?) om kansen te (willen) zien, risico’s te willen nemen en de veranderingen en nieuwe mogelijkheden die innovatie met zich meebrengt te accepteren. Het vraagt om een bereidheid tot samen leren, samen afleren, samen modificeren en samen reviseren, want een individu kan niet in z’n eentje innoveren. Er is pas sprake van innovatie als de vernieuwing niet blijft steken in het idee, maar integraal in de reguliere processen en het handelen van de organisatie is opgenomen (geïnstitutionaliseerd en geïmplementeerd). Daarbij zal de radicale de incrementele innovatie moeten ondersteunen.

Die uitdaging is richtinggevend voor de komende tien jaar. Het proces is al begonnen. En als het gaat om nieuwe of toegevoegde (spirituele) waarde kan het gedragen worden door een heuse innovatieve theologie die binnen eigen gelederen tot stand is gekomen en radicaal is gefundeerd op menselijke ervaringen van ontregeling en kwetsbaarheid. Nooit eerder is het woordje ‘kwetsbaarheid’ in deze tijd van Covid-19 zo vaak gebezigd binnen zowel het kerkelijke als publieke domein. Hier ligt een enorme kans voor de RB om dit stukje inhoudelijk-theologische vernieuwing (mede) als inzet van innovatie te maken. De basis van deze theologie is al gelegd en de hoogleraar van het Remonstrantse Seminarium is onvervaard bezig met de verdere ontwikkeling ervan.

Conclusie

‘Innovatie’ wordt niet langer in afkeurende zin gebezigd. Het is een geuzenterm geworden voor organisaties die de moed (en nog maar eens: het geloof?) kunnen opbrengen om creatievelingen, ideeënbedenkers, uitvinders, probleemoplossers, ondernemers en dromers bij elkaar te brengen en te faciliteren om samen te werken aan een nieuwe en duurzame toekomst voor zichzelf, een plaats voor de spiritueel ‘daklozen’, en een humane, verdraagzame, inclusieve en rechtvaardige wereld. Bij dit alles is er enige haast geboden, want de weg daarnaartoe is onbekend. En: er staan dromen op het spel.

 Johan Bouwer
Johan Bouwer was hoogleraar geestelijke verzorging in instellingen van de gezondheidszorg, lector ethiek in onderneming en professie en lid van het college van curatoren. Hij is vriend van de Geertekerk.

 

Literatuur

Godin, B. (2015). ‘Innovation: A Conceptual History of an Anonymous Concept’. http://www.csiic.ca/PDF/WorkingPaper21.pdf. Geraadpleegd op 10 augustus 2020.

Godin, B. (2019). ‘Innovation Theology’. http://www.csiic.ca/wp-content/uploads/2020/02/InnovationTheology_BG_2019.pdf. Geraadpleegd op 10 augustus 2020.

Hertle. J (2007). ‘The Dimensions of Innovation and its Dynamics’. https://w3-o.cs.hm.edu/users/hertle/public_html/veranstaltungen/Innovation.pdf. Geraadpleegd op 17 augustus 2020.

Kop, S. (2019). ‘Wat is innovatie?’ https://www.creatievekoppen.nl/nieuws/wat-is-innovatie/. Geraadpleegd op 16 augustus 2020.

Taylor, S.P. (2017). ‘What is innovation? A Study of the Definitions, Academic Models and Applicability of Innovation to an Example of Social Housing in England’. Open Journal of Social Sciences, 5, 128 – 146.

Verdonk, J. (2019). ‘Toegevoegde waarde, klantwaarde en gebruikerswaarde en hun relatie tot innovatie’. https://dispicio.nl/2019/04/16/toegevoegde-waarde-klantwaarde-gebruikerswaarde-en-hun-relatie-tot-innovatie/. Geraadpleegd op 7 september 2020.

 

 

Zie ook