Elkaar is alles wat we hebben   
Foto: André Meiresonne

Elkaar is alles wat we hebben  

De tegenstellingen lopen op. En we voelen ons alleen. Zo kun je de analyse in de bezinningsbrief  ‘Ik laat je niet alleen’, over polarisatie en ‘Het vergeten wij’, samenvatten. De toenemende maatschappelijke spanning leidt tot verwijdering tussen mensen en daarmee tot eenzaamheid en uitsluiting. De pandemie zet ons op scherp. Bestaande tegenstellingen vergroten uit, redelijkheid is soms ver te zoeken. Polarisatie alom. Welk appel doet dat op ons? En hoe kan ons geloof ons dan helpen, vraagt Andre Meiresonne zich af.

In de tijd van Jezus van Nazareth was de spanning in Palestina ook om te snijden. De mensen waren de onderdrukking meer dan zat. Ze wilden vrijheid, ruimte voor eigenheid. Wie kon hen bevrijden van de overheersing? Wie kon hen hun vrijheid teruggeven? We weten hoe het is gegaan. De mensen zagen Jezus aan voor hun verlosser. Toen hij dat niet een-twee-drie kon waarmaken moest hij dood. Tussen het ‘Hosanna’ en het ‘Kruisig hem!’ zaten welgeteld zes dagen, de Lijdensweek. Jezus werd doodsbang en voelde zich dood-alleen: ‘Waarom hebt Gij mij verlaten?!’

‘Wees niet bang’

Door corona voelen we ons teruggeworpen op onszelf. We zien steeds minder mensen, moeten het vaker in ons eentje rooien. Dat geeft een gevoel van verlatenheid, terwijl het gekrakeel om je heen toeneemt. Wat is waar? Is de overheid nog te vertrouwen, is het vaccin te vertrouwen – kan ik mijn eigen oordeel nog vertrouwen? Zou het kunnen dat we bang zijn? Allemaal op onze eigen manier? Voor verlies van gezondheid, misschien voor de dood? Voor verlies van werk en inkomen, van vrijheid? Voor chaos? Zoals Erik Akerboom, het hoofd van de AIVD, zegt: ‘Achter alle polarisatie zit angst.’

Angst is een slechte raadgever. Niet voor niets komt ‘Vreest niet!’ 89 maal in de Bijbel (Statenvertaling) voor. God zegt het tegen aartsvader Abraham, de engel Gabriël tegen Maria. Met ons denken gaat het niet lukken om niet bang te zijn. Ons hoofd is juist ingericht om ons te beschermen tegen gevaar. ‘Geritsel in de bosjes’, zoals biologen dat noemen. We zijn alert, om te overleven. De pandemie maakt ons extra alert. ‘Voor wie moet ik oppassen?’ zit diep in ons systeem – maar voor de wereldvrede is dat niet bevorderlijk.

‘Heb uw vijand lief’

We zullen het hier met elkaar moeten zien te rooien. Met die ander, ook al vind je dat hij of zij naar doet of zich raar gedraagt. Ook al weet je niet hoe je je moet verhouden tot de boosheid en woede om je heen. De machteloosheid en frustratie, het schelden en het rellen – van mensen die bang zijn dat hun stem niet meetelt. We kunnen elkaar zomaar als tegenstanders gaan zien, en zelfs elkaars vijanden worden.

Jezus Christus roept ons op om onze vijanden lief te hebben. Maar ‘Heb uw vijand lief’ is een bijna bovenmenselijke opgave. Teruggebracht naar ons aardse leven is de boodschap: Doe je uiterste best de ander te begrijpen. Die ander heeft ook een punt. Wees nieuwsgierig, vraag ernaar. Laat je verrassen, en oordeel niet. Dat scheelt zoveel geruzie en gedoe. Maar hoe komen we bij begrip voor de ander wanneer we zelf gespannen zijn? Juist zelf begrepen willen worden? Geen ruimte ervaren voor onze mening? Bang zijn voor die ander?

‘Ik houd je vast’

Die ander is net als wij. Allemaal feilbaar en kwetsbaar – ieder op onze eigen manier. En elkaar daarop beoordelen vergroot juist de tegenstellingen. Kunnen we die tegenstellingen voorbij komen? Ja, op een ander, hoger plan: wanneer het ons lukt om te weten dat we aanvaard zijn, ook al voelen we ons misschien onaanvaardbaar. En die onvoorwaardelijke liefde kunnen ervaren, dat is genade. God oordeelt niet. Dat was het voorbeeld van Jezus Christus. Iedereen telde mee. Ook mensen met wonderlijke meningen en afwijkend gedrag. Hoe zou Jezus van Nazareth reageren op klimaatontkenners, rechts-radicalen en relschoppers?

Deze pandemie confronteert ons met onze nietigheid. Natuurlijk, we vinden vaccins uit. Maar morgen kan er een volgend virus opduiken, en mogelijk erger. Uiteindelijk zijn we overgeleverd aan de natuur, die willekeurig te werk gaat. Wij zijn deel van de schepping – waar we uiteindelijk woordeloos tegenover staan. Te veel om te bevatten, te groot om te omvatten. Dan past eerbied, en overgave. En in die nederigheid kan bij ons bovenkomen dat we niet alleen zijn.

‘Wees niet bang, want Ik ben met je. Maak je geen zorgen, want Ik ben je God. Ik sterk je, en ik help je. Ik houd je stevig vast’,  zegt God tegen de profeet Jesaja. Het zou wat zijn wanneer wij elkaar diezelfde verzekering kunnen geven, of je nu gelooft of niet: ‘Ik laat je niet los, we zitten hier samen in. En met elkaar gaan we hier ook weer uitkomen. Ook al snap ik je niet, ook al maak je me boos. Want elkaar is alles wat we hebben. Samen redden we het. Ik houd je vast.’

André Meiresonne
Redactie AdRem, Dominee voor ongelovigen

 

Zie ook