Elkaar niet verliezen
Foto: Remco van der Kruis

Elkaar niet verliezen

Bij deze AdRem is een bezinningsbrief gevoegd bestemd alle leden en vrienden van de Remonstranten. En hopelijk gaat de brief ook de samenleving in den brede ter harte. Antje van der Hoek, remonstrants predikant in Den Haag en een van de belangrijkste auteurs van de brief, vertelt over doel en opzet ervan.

‘We moeten onszelf niet verabsoluteren, maar ik denk toch wel vaak: wat is het fijn en kostbaar dat we bestaan. Juist ook in tijden als deze waarin de gemeenschap verdwenen lijkt te zijn achter de belangen van het individu.’ Antje van der Hoek hoopt dat het wij-denken weer terugkomt in de manier waarop we de wereld beschouwen en in de wijze waarop we met elkaar omgaan. Religieuze instituties kunnen daar een belangrijke rol in spelen, door hun schat aan verhalen, rituelen en hun lange traditie van reflectie. Maar misschien vooral ook wel door het feit dat zij gemeenschappen vormen waar de generaties elkaar nog kunnen ontmoeten en waar uit principe eenieder welkom is.

Analyse en pastoraat
Vanuit die gedachtegang is de bezinningsbrief ontstaan, die bij deze AdRem is gevoegd. Het doel, aldus Antje van der Hoek, is tweeërlei: enerzijds wil de tekst uitnodigen tot verder nadenken en kan deze beschouwing helpen om inzicht te krijgen in wat er nu eigenlijk aan de hand is in ons land. Een poging tot duiding dus, aan de vooravond van de Tweede Kamer- verkiezingen. In het verlengde van het gedachtengoed van G.J. Heering: precies honderd jaar geleden benadrukte hij dat de kerk ook ‘een maatschappelijk geweten’ moet zijn. Maar daarnaast heeft de brief heel duidelijk een pastorale invalshoek. Zij hoopt te bewerkstelligen dat we elkaar (met al onze verschillen, vaak uitvergroot door sociale media) niet verliezen in deze samenleving. Dat we onszelf oefenen in een levenshouding van oprechte interesse in en dankbaarheid voor elkaar. Een cultuur van ontmoeting, over de grenzen van onze eigen bubbel of bubbels heen. Karen Armstrong suggereert bijvoorbeeld om regelmatig te mediteren vanuit de vraag: ‘Wat heb ik in mijn leven allemaal aan anderen te danken?’ Wanneer je daar regelmatig bij stil staat, zul je ontdekken dat dat meer is dan je denkt en daardoor ontwikkel je een opener houding naar anderen toe. Een besef van nederigheid misschien zelfs.

Nederigheid
Dat laatste klinkt in onze westerse oren snel als iets negatiefs: voor ons heeft nederigheid iets kruiperigs, het gaat in tegen ons streven naar autonomie. Maar daar ligt juist een belangrijk leerpunt, zo meent Van der Hoek, die zich daarbij geïnspireerd weet door denkers als Jonathan Sacks, Michael Sandel en Kees Vuyk. Het besef dat wij als mens naast onze talenten ook onze gebreken hebben en daarmee per definitie op elkaar aangewezen zijn, is het begin van empathie en wijsheid. Niet alleen naar anderen toe, maar ook richting onszelf.

Eén van de problemen van onze samenleving is immers de tendens dat zowel succes als het gebrek daaraan op eigen conto geschreven zou kunnen worden. Met als gevolg een groeiende ongelijkheid, een tekort aan begrip en geduld en een gebrek aan solidariteit. Juist als kerken en levensbeschouwelijke organisaties zouden we daar aandacht voor moeten vragen. Al zijn we getalsmatig marginaal geworden, we hebben nog steeds een bijzondere stem die we mogen laten horen ten bate van het gemeenschappelijk goed. De bezinningsbrief hoopt zo’n bijdrage te kunnen leveren.

Kim Magnee – de Berg
redactie AdRem, remonstrants predikant in Gouda

Zie ook