Verdraagzaamheid, een remonstrants kenmerk
Afbeelding: Marjorie Specht

Verdraagzaamheid, een remonstrants kenmerk

Vorige maand ging het televisieprogramma ‘Jacobine op 2’ over polarisatie. Speciale aandacht was er voor Remonstranten en hun verdraagzaamheid. Waarom spelen Remonstranten in deze discussie zo’n belangrijke rol?

Remonstranten en verdraagzaamheid
Het begrip verdraagzaamheid is verbonden aan het ontstaan van de Remonstranten. In 1610, na de dood van Arminius, richtten enkele remonstranten, waaronder dominee Uytenbogaert, een verzoekschrift aan de Staten-Generaal waarin zij vroegen een synode te organiseren om een andere visie op de predestinatieleer en de verplichte belijdenis te bespreken met de heersende kerk. Hun doel was verdraagzaamheid te garanderen jegens andersdenkenden zoals zijzelf. Dit verzoekschrift, de Remonstrantie, geeft ons onze naam, Remonstranten. Het ging de schrijvers van het verzoekschrift om acceptatie van hun minderheidsstandpunt. De Remonstranten waren dus de partij die voor verdraagzaamheid pleiten en de Staten-Generaal zou garant moeten staan voor dit beleid.

Het duurde een aantal jaren voordat in 1619 de synode plaatsvond in Dordrecht. De uitslag was niet zoals de Remonstranten verwachtten. De Remonstranten werden weggestuurd, raadspensionaris van Oldenbarnevelt, die de Remonstranten steunde, werd veroordeeld en ter dood gebracht. Hugo de Groot bracht enkele jaren door in gevangenschap in Slot Loevestein, en dominee Uytenbogaert vluchtte naar Antwerpen. Van verdraagzaamheid was weinig sprake. Anderen namen hun toevlucht tot Friedrichstadt, waar hertog Friedrich von Schleswig hen ruimte gaf hun geloof te belijden.

Na de dood van prins Maurits in 1625 bleek zijn halfbroer, prins Frederik Hendrik, meer tolerant. Uytdenbogaert keerde terug naar Nederland en in 1630 start de bouw van de Rode Hoed, de Remonstrantse schuilkerk in Amsterdam. Dit wordt gevolgd door de aanstelling van vaste predikanten per gemeente in 1632 en twee jaar later, in 1634, wordt het Remonstrants Seminarium opgericht. Tussen 1630 en 17195 werden de Remonstranten gedoogd, en konden ze hun geloof belijden, al was dat vaak in schuilkerken. Het duurde tot de inval van de Fransen in Nederland in 1795 dat de Remonstranten openlijk konden uitkomen voor hun geloof. Gedurende de eerste helft van de 19e eeuw bestonden er behoudende en progressieve groepen Remonstranten. In de periode tussen 1860 en 1870 veranderde dat, en kwam er één progressief gedachtengoed.

Wat onderscheidt ons en wat bindt ons?
Door de jaren heen zijn remonstrantse thema’s als verdraagzaamheid en vrijheid gebleven en ook meer tot het vrijzinnig gedachtengoed doorgedrongen. Op allerlei terreinen vervulden de Remonstranten een voortrekkersrol, in de context van het belang van verdraagzaamheid. De eerste vrouwelijke remonstrantse predikant deed in 1918 haar proponentsexamen. Professor Van Holk, sinds 1931 hoogleraar godsdienstwijsbegeerte, was de eerste die begin jaren ‘30 stelde dat het nationaalsocialisme geen christelijke politiek voerde. Vanaf  1986 zegenden remonstrantse predikanten relaties van gelijk geslacht in. In 2018 zorgden de Remonstranten met een bezinningsbrief over de discussie rond het levenseinde voor een waardevolle bijdrage aan die maatschappelijk relevante kwestie. Ook dit jaar nemen de Remonstranten weer het voortouw met het jaarthema ‘Het vergeten wij’, over welke rol Remonstranten voor zichzelf zien in een samenleving met toenemende polarisatie (vandaar de aandacht in het televisieprogramma voor polarisatie en Remonstranten). De bezinningsbrief over ‘Het vergeten wij’ vindt u als bijlage bij deze AdRem.

Tolerantie-paradox
Verdraagzaamheid is meer dan ooit nodig om de toenemende polarisatie in de samenleving tot staan te brengen. Soms komt een gebrek aan verdraagzaamheid voort uit een angst voor het andere of het onbekende, zoals Martha Nussbaum stelde in haar boek ‘De nieuwe religieuze intolerantie. Een uitweg uit de politiek van de angst’. Een voorbeeld zien we in de discussie over het verbod op het dragen van een boerka in openbare gebouwen. In de winter wordt Chicago, waar Nussbaum hoogleraar is, geteisterd door de poolwind. Men ziet dan ook alleen de ogen van de ander, omdat iedereen een muts op heeft en een sjaal voor mond en neus.

Een pleidooi voor verdraagzaamheid betekent niet dat alles getolereerd moet worden. Om nog even in de VS te blijven, de bestorming van het Capitool door extreme groepen die menen dat de verkiezingen gestolen zijn op 6 januari j.l. bewijst wat Karl Popper de ‘tolerance paradox’ noemt. Een verdraagzame samenleving dient, om die verdraagzaamheid te beschermen, zich onverdraagzaam op te stellen tegen kleine groepen die zelf onverdraagzaam zijn. Doe je dat niet, dan kan een kleine groep de verdraagzaamheid, de democratie van de meerderheid, teniet doen. En dit is precies wat we in Amerika zagen. Een kleine groep valt het hart van de democratie in Amerika aan, met als doel om, ja, om wat? De leden van het Congres te intimideren, via de pers een statement te maken, een revolutie te ontketenen?

Blik op jezelf
Iedereen zit in zijn eigen ‘bubbel’. Norbert Elias beschreef in zijn boek ‘The Established and the Outsiders’ dat mensen geneigd zijn om altijd groepjes te vormen, om ergens bij te willen horen en tegelijkertijd zich van andere mensen te onderscheiden. Dat betekent per definitie dat er mensen zijn die buiten de groep vallen. In de huidige discussie over inclusie en diversiteit blijkt dat het over vooroordelen heen stappen, je bewust zijn van je eigen vooroordelen, nog niet zo eenvoudig is. Ook Bas Heijne memoreerde dat in het genoemde televisieprogramma. Houd je eigen gedachten tegen het licht, in plaats van dat je jezelf ingraaft. Werp ook eens een blik op jezelf, dat kan een positieve impuls zijn in een turbulente tijd.

Botsende grondrechten
De toenemende polarisatie die we in Nederland zien, leidt veelal tot een botsing van grondrechten. Mensen eisen hun recht op vrije meningsuiting op, dus ook het recht om een mening over anderen te uiten. De ander kan zo’n meningsuiting als bedreigend of discriminerend ervaren. Vrijheid van religie, een ander grondrecht dat hier van belang is, vereist ook dat je anderen niet schaadt in de uitoefening van jouw of hun geloof. Deze vrijheden zijn belangrijk, maar niet onbeperkt. Vrijheid van religie en vrijheid van meningsuiting bestaan, ‘behoudens ieders verantwoordelijkheid voor de wet’, en ze kunnen botsen. Welk recht prevaleert dan?

In de afgelopen maanden was er kritiek op een aantal behoudende christelijke stromingen in Staphorst, toen deze toch kerkdiensten bleven organiseren, ondanks de oproep van de regering om kerkdiensten niet meer fysiek te laten plaatsvinden. Alle christelijke stromingen werden door sommige critici hierbij over één kam geschoren in hun kritiek hierop. Een kerkdienst was mogelijk, maar naar een concert gaan niet. Deze critici vonden het oneerlijk. Ook hier geldt Popper’s tolerantie-paradox, want de regering verbiedt kerkdiensten niet, met het risico dat veel gelovigen besmet worden, terwijl juist een gevaar voor de volksgezondheid een reden is om de vrijheid van religie in te perken.

Waar ligt de grens tussen deze grondrechten, wanneer veranderen vrijheid van meningsuiting en vrijheid van religie in discriminatie? In een maatschappij die gekenmerkt wordt door verdraagzaamheid is daar al eerder in de maatschappelijke discussie of in de politiek een oplossing gevonden. Als de rechter er aan te pas komt, zijn we eigenlijk al te laat.

Er is een glijdende schaal, die sinds de jaren tachtig van de vorige eeuw is geëvolueerd van het primaat van non-discriminatie naar een sterke positie voor het recht op vrije meningsuiting. Vaak blijkt dat interesse in de ander al voldoende is, en de gevoeligheden bij de ander al belangrijk zijn om meningen en gebruiken te nuanceren.

Verdraagzaamheid betekent niet alleen dat je verdraagt dat de ander het niet met je eens is, maar ook dat je nieuwsgierig bent naar de beweegredenen van anderen. Verdraagzaamheid ontstaat als je het contact met de ander aangaat, uit je eigen ‘bubbel’ durft te komen. De ander als volwaardig naast je zien, en dan graag ook als volwaardig gezien te worden, daar gaat het om. Want verdraagzaamheid kan niet van één kant komen.

Charlotte Hille
Redactie AdRem, universitair docent internationaal recht en internationale betrekkingen aan de  Universiteit van Amsterdam

 

Zie ook