Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’
Afbeelding: Marjorie Specht

Briefwisseling ‘Ik geloof het wel’

Even voorstellen


Een nieuwe rubriek in AdRem. De komende tijd plaatsen wij in ieder nummer een briefwisseling tussen predikant Anneke van der Velde en haar dochter Geerke onder de titel ‘Ik geloof het wel’. Zij zullen elkaar bevragen op hoe ze in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen. Zij stellen zich in dit nummer eerst aan u voor.

Anneke

Even voorstellen… Ik ben Anneke, moeder van Geerke van 24 en Willemijn van 20. Ik ben voorganger van de Vereniging van Vrijzinnigen in Kampen en predikant bij de remonstrantse gemeenten in Meppel en Hoogeveen. Daarnaast ben ik  geestelijk verzorger in een revalidatiecentrum. Ik ben afgestudeerd in Geschiedenis en Theologie, maar heb jarenlang in een  andere ‘branche’ gewerkt; ik ben manager geweest in een landelijke trainings- en adviesorganisatie. Sinds tien jaar werk ik ‘in de kerk’.

Geloof is voor mij de belangrijkste dragende kracht in mijn bestaan. Opgegroeid in de synodaal gereformeerde traditie, heeft mijn geloof zich ontwikkeld naar een spiritualiteit die te duiden is als ruimdenkend, ernstig en vragend, verankerd in de christelijke traditie.

Ik heb dat ook proberen over te dragen aan mijn dochters. Anders dan ik ben opgevoed. Dat was keurig binnen de lijntjes van de synodaal gereformeerde geloof.  Gelukkig met ouders die dat met warmte, kritisch bewustzijn en relativering deden. Mijn dochters heb ik geprobeerd over te dragen en voor te leven dat ze geborgen zijn in een liefde van eeuwigheidswaarde, en dat het christendom een van de tradities is die uitdrukkingsvorm is van die liefde. Met alle haken, ogen, misstanden, maar ook zegeningen van dien.

Eigen spirituele weg
Nu mijn dochters wat ouder worden, ervaar ik, dat de manier waarop ik hun geloofsopvoeding heb vormgegeven, bij hen wel een zekere gevoeligheid heeft gegeven voor die dimensie in het bestaan, maar dat dat niet betekent dat ze zichzelf als ‘gelovig’ afficheren. Soms vind ik dat jammer, omdat ik ze zo gun dat ze eenzelfde dragende kracht in hun leven ervaren als ik. Tegelijkertijd is er bij mij een dieper weten, dat zij hun eigen spirituele en levensbeschouwelijke weg moeten gaan, en op dat pad waarschijnlijk al veel existentiële wijsheid en liefde gevonden en ervaren hebben. Ook zonder de kerk, gedefinieerd geloof, en soms buiten de kaders van het christendom.

Ik ben benieuwd of, en hoe zingeving, spiritualiteit en geloof nu van betekenis zijn voor met name mijn oudste dochter, die haar weg naar zelfstandigheid maakt, en als jong volwassene haar stappen in het leven zet. Daarover wil ik graag in briefvorm met haar schrijven. Dat hebben we een paar jaar geleden ook al eens gedaan. Dat leverde een boeiende gedachtewisseling op, die we niet dagelijks aan de keukentafel hebben, maar die wat ons betreft wel de moeite waard is.

Zingeving en spiritualiteit
We zullen elkaar bevragen op hoe we in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen. Daarbij zullen er telkens twee brieven worden gepubliceerd. De ene keer zal ik mijn dochter een vraag stellen, de andere keer zal ze mij bevragen. We hopen dat we hiermee een aanzet kunnen geven tot een gesprek tussen ouders en kinderen over wat ons betreft wezenlijke zaken in het bestaan. ‘Ik geloof het wel’, heet deze briefwisseling, waarbij de klemtoon wisselend zal worden aangebracht!

Anneke van der Velde

 

Geerke

Ik ben Geerke, dochter van Anneke en master student ‘Conflict Studies and Human Rights’ aan de Universiteit Utrecht. Voorafgaand aan mijn master heb ik de bachelors ‘Culturele Antropologie’ en ‘Islam en Arabisch’ afgerond. De keuze voor deze bachelors  werd geïnspireerd door een fascinatie voor de islamitische en Arabischtalige wereld, die zo rond mijn veertiende levensjaar begon. Destijds keek ik de NOS live-uitzendingen van de massale protesten in landen als Egypte, Tunesië en Libië, die gezamenlijk ook wel worden aangeduid als de Arabische Lente. Deze opstanden grepen me aan door hun grootschaligheid, hun idealistische doelstellingen, en hun soms vernietigende nasleep (denk aan de Syrische burgeroorlog).

Vanwege mijn belangstelling voor de Arabische wereld heb ik de afgelopen jaren, met vallen en opstaan, geprobeerd de Arabische taal onder de knie te krijgen, onder andere door een half jaar in Caïro, Egypte, te verblijven. Hier ervoer ik  hoe het is om in een land te wonen waar het dagelijks leven, veel meer dan in Nederland, doordrenkt is van religieuze uitingen. Een indrukwekkend avontuur voor een domineesdochter die is opgegroeid in een seculier land, maar met een academische (en misschien ook persoonlijke) interesse in religie. Ik hoop, corona volente, deze winter opnieuw naar Cairo te gaan.

Religie minder als dragend kracht
Religie speelt dus zeker een rol in mijn leven, maar meer als academisch interessegebied en minder als ‘dragende kracht’, zoals mijn moeder de betekenis van religie in haar leven beschrijft. Inmiddels houd ik mij voornamelijk bezig met religie door de wisselwerking tussen religie en gewelddadig conflict te onderzoeken; een thema dat ik diepgaander hoop te bespreken in onze verdere briefwisseling.

De persoonlijke betekenis van religie in mijn leven vind ik moeilijker te duiden. Ik voel me niet thuis bij etiketten als christelijk, gelovig, of spiritueel, maar ik beschouw mijzelf ook niet als atheïst. Ik vind het een onwaarschijnlijk idee dat er een God bestaat die zich vanaf een hemelse troon bemoeit met onze levens. Tegelijkertijd heb ik warme herinneringen aan mijn vrijzinnig christelijke opvoeding, zonder dwingende dogma’s en eeuwigdurende erfzonde, maar met aandacht voor zingeving en op zondag samen uit volle borst liederen zingen in de kerk. Toch ben ik ook niet overtuigd van het bestaan van de minder gepersonifieerde, minder vastomlijnde God van de vrijzinnigen, die vaak wordt aangeduid met termen als ‘de Eeuwige’,  ‘de Ene’, of ‘Bron van liefde’.

Graag naar de kerk
Desalniettemin ga ik graag naar de kerk, al was het maar vanwege de liederen en de kalmte die me overspoelt als ik een ‘huis van God’ (kerk, moskee, synagoge of tempel) binnenwandel.  Om maar de eerste vraag in onze briefwisseling te stellen: Mag dat ook, mama? Je engageren met het christendom, zonder daadwerkelijk te geloven in de fundamenten? Of vind je dat onoprecht en opportunistisch, een soort valsspelen?

Ik ben benieuwd naar je antwoord.

Liefs,

Geerke

Zie ook