Het gezicht van Mariette Hamaker
Foto: Marjolein van Panhuys

Het gezicht van Mariette Hamaker

Mariette Hamaker (1947) was veertig jaar lang huisarts in Amsterdam, inmiddels acht jaar met pensioen. Met één been staat ze in de grote stad, met het andere in de zandgronden van Schouwen-Duiveland, plek van de familie van haar moeder. Zij spreekt met Michel Peters over leven, werk en geloof. ‘Vrijburg is mijn dorp in de stad’.

Zeeuwse grond

‘Ik ben geboren en getogen in Delft, remonstrantse ouders. Daarnaast was er altijd die Schouwse plek waar we natuur, stilte en de zee konden ervaren. Na de middelbare school was ik een jaar au-pair o.a. op een boerderij in Frankrijk. Dat heeft me veel gegeven. Ik kom uit een studerende familie, de verwachtingen waren al generaties lang hoog gespannen. Daar kwam ik in een andere wereld, leerde er hoe je kunt leven met voornamelijk producten van het eigen bedrijf. Ik voelde me er gewaardeerd en ik genoot van de hartelijkheid. Het contact is altijd gebleven.

Vervolgens werd het medicijnen in Utrecht. Na een aantal jaren ervaring op doen vond ik een duo huisartsenpraktijk in Amsterdam. Achteraf gezien bleek mij dat op het lijf geschreven, ik ben er tot mijn pensioen gebleven. Al snel heb ik me buiten de reguliere geneeskunde begeven: haptonomie, psychosynthese, craniosacraaltherapie, Deep Listening (luisteren zonder vragen). Dat bracht inspiratie en heeft me ook veel over mezelf geleerd. Wij denken zoveel na, het helpt om ook te ontdekken wat er in je lijf gebeurt. Dan kom je dichter bij je zelf. Bij je ziel?

Rust en gemeenschap

‘Als kind ging ik naar de Vrije Jeugd Kerk en Kampen. Vakantietijd, eenvoud, sport en spel, zijn wie je bent, op een houtvuur koken, zingen bij een kampvuur, op boomstammen zitten, een start van spiritualiteit ervaren. In Amsterdam ben ik op zoek gegaan bij Huub Oosterhuis en in de Amstelkerk, maar ik voelde me bij de Remonstranten toch het meeste thuis. Ik weet eigenlijk niet of ik geloof, of er een God is en bidden doe ik eigenlijk niet. Maar ik zit wel vaak op zondag in de kerk; daar ervaar ik rust, een gemeenschap geënt op zingevingsvragen en verbondenheid met een groter geheel. Eeuwigheid? Toch God? Zomaar een dak boven wat hoofden. Ik steek in de ochtend een kaars aan bij een soort huisaltaartje met wat symbolen en wisselende foto’s. Ben dan stil, schrijf wat. Het beeld van veertig dagen door de woestijn spreekt me aan. Ik ploeg door het niet-weten, heb weet van rouw en sta met mijn voeten in de klei. Vrijburg biedt me in die tocht een ruggengraat, mijn extended family. Zo ongeveer:

Ik ben niet gekomen om er te komen,
ik ben er maar zo`n beetje heengegaan,
omdat langs de weg zulke hoge bomen
boven zulke kleine bloempjes staan.
Maar nu ik hier sta, nu… ik erken,
dat ik werkelijk gekomen ben.

Uit: Stabielen en Passanten, 1935  van Pierre Kemp 

In de jaren ’90 ben ik zeven jaar een van de voorzitters binnen Vrijburg geweest. We hebben toen grondig verbouwd. Al doende ging ik steeds meer gaan houden van de stenen. Na mijn pensioen ben ik me gaan inzetten voor de verhuur en het beheer. Dat loopt inmiddels goed. Ik vind het hoopvol dat de kerk bruist en een soort centrum van zingeving wordt: de soefi’s komen bij ons, de Vrije Gemeente, de protestantse kerk uit Hongarije, katholieke catechisanten uit Frankrijk, een Ethiopische kerkgemeenschap. Daarnaast koren, stembevrijding, jonge strijkers, zangles, in de kelder de jongeren, op zolder het atelier van een schilder. Dansen op bijbel teksten, gedichten lezen, filosofie kring. Het gebouw leeft. Als kerk met veel eigen groepen. Als thuis voor een diversiteit aan cultuur en spiritualiteit.

 Michel Peters

Zie ook