Het gezicht van Ingrid de Bonth
Foto: Lou Wolfs

Het gezicht van Ingrid de Bonth

Ingrid de Bonth (1973) vertelt Michel Peters hoe ze zich voorbereidde op een toekomst in de wetenschap, haar carrière toch vervolgde in het internationale bedrijfsleven en later in haar leven een overstap maakte naar de non-profitsector. Op haar 17e deed ze belijdenis in Rotterdam, nu laaft ze zich intellectueel en cultureel aan het aanbod van het Uytenbogaertcentrum in gemeente Den Haag.

Vreemde eend in de bijt
‘Ik ben Rotterdamse uit Hillegersberg. Mijn vader werkte in de scheepvaartsector in de haven en mijn moeder had de kweekschool gedaan. Na het Rotterdamsch Lyceum ging ik Nederlands studeren in Leiden. Ik wilde daar promoveren, maar kwam toen op het spoor van een positie als onderzoeker aan de KU Nijmegen. Ik ben in Nijmegen gepromoveerd op het onderwerp ‘Boekencensuur in de Noordelijke Nederlanden in de 17e eeuw. De discrepantie tussen wetgeving en uitvoeringspraktijk’. Ondertussen was ik in Leiden al met een studie Rechten begonnen, daarvan haalde ik toen mijn propedeuse en tijdens mijn proefschriftperiode ook m’n eerstegraads lesbevoegdheid Nederlands bij de Katholieke Leergangen in Tilburg. Roland, mijn echtgenoot, was ook in Nijmegen met een promotie bezig. Op 11 mei 1998 zijn wij op dezelfde dag gepromoveerd. Kort daarvoor ook getrouwd. Wat moest ik toen? Onderwijs? Hoogleraar proberen te worden? Het is toch anders gelopen. Ik heb een open sollicitatie gestuurd naar Shell International en was daar welkom aan de commerciële kant. Bijna vijftien jaar lang heb ik me binnen Shell in verschillende rollen en op verschillende plaatsen beziggehouden met ‘supply chain management’. In de avonduren haalde ik mijn doctoraal Rechten. Ambitieus? Ja dat kun je best zeggen, maar ik vind het vooral belangrijk om mijn talenten te ontwikkelen, bruggen te bouwen en iets bij te dragen aan de wereld. Voor Shell ben ik onder meer naar Nigeria gegaan, maar wegens persoonlijke omstandigheden moest ik na anderhalf jaar al terugkeren. Op een gegeven moment werd de roepstem sterker: ‘Zit ik op de juiste plek hier om inderdaad iets voor de wereld te betekenen?’ Ik wilde terug naar het onderwijs, maar had daarvoor natuurlijk inmiddels een ongewoon CV. Toch kon ik in september 2012 rector worden van het Stanislas College Westplantsoen in Delft. Drie jaar later ben ik in mijn huidige baan begonnen: vicevoorzitter van het College van Bestuur van Lucas Onderwijs, waaronder 85 scholen vallen voor primair en voortgezet onderwijs.’

Beroepstwijfelaar
‘Mijn ouders waren actief bij de vrijzinnig hervormden van de Bergkapel in Rotterdam. Eric Cossée kwam geregeld bij ons preken en dat sprak mij als tiener aan. Bij hem in zijn studeerkamer heb ik catechisatie gedaan en op mijn 17e belijdenis bij de Remonstranten. Zo is het gekomen! Voor de ‘intellectuele beroepstwijfelaar’ die ik, wat geloof betreft, ben, is het non-dogmatische van de Remonstranten aantrekkelijk. Toen wij in Voorschoten gingen wonen, hebben we ons aangesloten bij de Haagse gemeente. Ik ben gastvrouw in de kerk en geef poëziecursussen en af en toe ook poëzieoverdenkingen. Ik ben ook vrijmetselaar en dat past voor mij heel goed bij het vrijzinnige geloof. Ik snap natuurlijk best dat mijn ratio ook een afsluitklep kan zijn voor mijn gevoelens. Vrijmetselaars werken veel met symboliek en rituelen om tot de kern te komen. Het afpellen van die lagen helpt mij om diepere niveaus in mezelf aan te boren en wezenlijk contact met andere mensen te maken. Poëzie is daarom ook zo belangrijk voor me. Dichters weten die diepere laag in een mens te bereiken. Zij openen ons hart met hun woorden. Met enige schroom probeer ik dat zelf af toe ook met eigen gedichten.

Ik heb moeite met grote woorden over mijn geloof. Mijn God is geen persoonlijke God, maar een geabstraheerde God. Ik zou die God ook Heelheid of Schoonheid kunnen noemen. Het zicht daarop zijn we kwijt, geloof is een manier om het zicht op die Heelheid en Schoonheid terug te krijgen, om de voorwaarden te ontdekken voor die Heelheid. Ik heb die momenten van Heelheid zeker meegemaakt, in milliseconden, maar ook perioden gekend dat die volledig afwezig waren. Zo beleef ik mijn geloof als een irrationeel weten.

Michel Peters

 

 

Zie ook