Het gezicht van  Nicky Bouwers
Foto: Fokke van der Meer

Het gezicht van Nicky Bouwers

Nicky Bouwers (1976) is bestuurskundige en professioneel zangeres. In 2004 waren zij en haar vrouw op zoek naar een kerkelijk thuis in Rotterdam en liepen ze eens de remonstrantse kerk binnen. Sindsdien komen ze er en luistert Nicky de diensten regelmatig op met haar zang. Ze vertelt Michel Peters over geloof, politiek en de magie van zang en muziek.

Muziek en politiek

‘Ik ben geboren in Groningen, maar woonde toen al in Drenthe. Opgegroeid ben ik in Gieten. Halverwege mijn jeugd verhuisden we naar Heerenveen. Mijn ouders waren rood en gereformeerd. Maar al snel vonden zij kerkelijk gezien hun weg in de Basisbeweging. Ik ben dus vrijzinnig protestants opgevoed. In mijn jonge jaren legde ik me toe op pianospelen en was ik actief in de jongerenbeweging van de PvdA. Ik volgde de vooropleiding piano voor het conservatorium. Vanwege mijn politieke en staatkundige interesse ben ik toch Bestuurskunde gaan studeren in Enschede. Aan het eind van mijn studie ging ik zingen in een studentenkoor. Dat vond ik zo leuk dat ik alsnog aan het conservatorium in Utrecht ben gaan studeren, in de richting zang en directie. Op het moment ben ik dirigent van één koor, geef ik stemvorming aan koren en zing ik als alt-mezzo in oratoria. Daarnaast zing ik oude muziek in ensembleverband en liederen, zoals die van Tsjaikovski en Wolf. In de lockdowns nam ik met organist Jos van der Kooy filmpjes op, die nog altijd terug te kijken zijn op het YouTube-kanaal van de Remonstranten Rotterdam. Tijdens het instuderen van een zangpartij komt de tekst die je zingt heel dicht bij. Door oefening worden techniek en emotie geïnternaliseerd en geautomatiseerd. Als ik lekker zing, dan kom ik in een flow waarin al die onderdelen in elkaar vallen. Tijdens een optreden moet ik juist niet geëmotioneerd raken, dat slaat op mijn keel.’

Niet-dogmatisch geloven

‘Wat ons trok bij de Remonstranten was dat het een niet-dogmatische kerk is. En dat we ons er als vrouwenstel welkom voelden natuurlijk. We worden getrakteerd op een degelijke theologische uitleg waarbij altijd de vraag aan de orde komt wat je er in de huidige maatschappij mee kunt. Als kerkganger wordt me de ruimte gelaten voor een eigen mening en een eigen toepassing in mijn leven. Ik zing dus geregeld in de dienst. We zijn op weg naar Pasen. Het opstandingsverhaal vind ik lastig. Ik ervaar Pasen meer in figuurlijke zin: na de contemplatie van de lijdenstijd, symboliseert Pasen dat er voor mijzelf een nieuw begin mogelijk is.’

Ongeneeslijk gelovig

‘Ik heb niet echt een beeld van God, geloven is voor mij zoeken en niet zeker weten, maar uiteindelijk ben ik ongeneeslijk gelovig. Atheïst zijn lukt me niet. In mijn studententijd zong ik eens in een amateurkoor het openingsstuk uit de Johannes Passion (Herr, unser Herrscher). Dat was een diepe religieuze ervaring, ik voelde lijfelijk dat God op dat moment in mij aanwezig was. Geen almachtigheid dus, maar presentie, aanwezigheid. Dat gevoel is altijd bij me gebleven. Het hoe en wat wisselt met de tijd, maar weggaan doet het niet.’

Kansen voor iedereen

‘Politiek actief ben ik gebleven, ik ben bestuurslid van de PvdA in mijn woonplaats Capelle aan de IJssel. Mijn naam stond op de lijst voor de gemeenteraadsverkiezingen, maar ik ben niet in de Raad verkozen. Betaalbare woningen en leefbare – dus groene – wijken zijn issues bij ons. Die politieke betrokkenheid komt voort uit een gevoel dat we moeten omzien naar elkaar. Niet iedereen in ons land is in staat om het zelfstandig te redden. Iedereen moet kansen hebben om zich te ontplooien. De  maatschappij moet solidair zijn met mensen die niet de mogelijkheden hebben om voor zichzelf op te komen.’

 

Michel Peters

 

 

 

Zie ook