De toepassing van het geloof mag niet in plaats van het geloof komen
Afbeelding: Roos Vonk

De toepassing van het geloof mag niet in plaats van het geloof komen

‘We gaan ervan uit dat we in onze kerk allemaal het juiste doel nastreven, namelijk vrede en gerechtigheid op de wereld. Vanuit dat vertrouwen bevragen we elkaar en de regering kritisch over de gekozen middelen’, schrijft Eginhard Meijering (1940), in zijn werkzame leven lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden.

Bijna een jaar geleden hebben we gebruik kunnen maken van ons recht om een nieuw parlement te kiezen, dat een nieuwe regering moet vormen. We doen onze keuze in deze vaak op grond van een lange gewoonte, soms ook wel na zorgvuldige afweging van verschillende mogelijkheden. In een parlementaire democratie kunnen we elkaars keuzes bekritiseren, maar als het goed is respecteren we die wel. Hoe reageren we, als we het juist op geloofsgronden met elkaar oneens zijn in de politieke keuzes? Ik stel die vraag in de normale situatie van een goed functionerende parlementaire democratie, waarin de vrijheid van meningsuiting vanzelfsprekend is. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw hebben we ervaren dat de emoties hier hoog kunnen oplopen, vooral wat de inhoud van kerkelijke uitspraken betreft.

Maatschappelijk geweten

Ik zou het erg toejuichen als de Remonstranten opnieuw de rede zouden uitgeven die G.J. Heering enkele jaren na de Eerste Wereldoorlog heeft gehouden en die later is uitgegeven onder de titel ‘De kerk als maatschappelijk geweten’. Hij zegt daarin onder andere dat het de taak van  de predikant is om ook op de kansel aan te dringen op het tot stand brengen van gerechtigheid in de samenleving. Hij stipuleert wel dat de predikant op de kansel niet mag gaan spreken over de middelen die voor het bereiken van dat doel moeten worden gebruikt. Als hij een bepaald middel (bijvoorbeeld de vermaatschappelijking van de productiemiddelen) voor noodzakelijk houdt, dan moet hij/zij een gemeenteavond beleggen waarop daarover kan worden gediscussieerd. Als reden waarom dit niet op de kansel moet worden besproken noemt Heering dat de toepassing van het geloof niet in de plaats van het geloof mag komen.

Vrede en gerechtigheid nastreven

In onze tijd betekent dit eigenlijk nog hetzelfde als honderd jaar geleden. We maken op een betrokken en bescheiden manier gebruik van ons recht op vrije meningsuiting. Als we dat binnen onze kerk doen, dan gaan we ervan uit dat we allemaal het juiste doel nastreven, namelijk vrede en gerechtigheid op de wereld, waarbij we bij ‘vrede’ – gezien de nucleaire bewapening – al genoegen willen nemen met ‘afwezigheid van oorlog’. Als we dat niet bij elkaar veronderstellen, dan kunnen we niet in één kerk zitten. Vanuit dat vertrouwen bevragen we elkaar en de regering kritisch over de gekozen middelen. Hierbij kunnen we de ander overtuigen en zelfs zelf door de ander overtuigd worden.

Eginhard  Meijering
Vijfentwintig jaar lang lector in de theologiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden, remonstrants emeritus – predikant en auteur van het boek ‘Geloof kerk politiek’.

Zie ook