Ik geloof het wel

Ik geloof het wel

Predikant Anneke van der Velde (1963) en haar dochter Geerke Visser (1997) schrijven elkaar brieven. Zij bevragen elkaar hoe ze in het leven staan en hoe geloof, zingeving en spiritualiteit daarin een rol spelen.

Anneke

Lieve Geerke,

‘Sola scriptura’, een mooi oud protestants begrip haal je aan in je laatste brief! Een latijnse zinsnede die het gezag van de bijbel als bron voor Godskennis benadrukt. Je vraagt hoe ik tegenover die belangrijke inspiratiebron sta, en of er ook andere bronnen zijn die mij de weg wijzen.

Bijbel in context en tijd lezen

Eerst maar even over de bijbel als ‘Woord van God’. Je weet wel hoe ik daar tegenover sta. Ik zie de bijbel als een prachtige verzameling geschriften die je vooral in hun context en tijd moet zien. Ik ben ook te veel historicus om me niet te realiseren dat de totstandkoming van de bijbel zoals we die nu kennen, op grond van een aantal vrij willekeurige beslissingen in de geschiedenis is genomen. Het verschil met andere bronnen is, dat aan deze verzameling van bijbelse geschriften al tweeduizend jaar autoriteit wordt toegekend, een inspiratiebron is geweest voor velen en dat er volop getheologiseerd is op deze ‘canon’. Dat geeft wel extra gewicht en betekenis, en daarmee blijft de bijbel een belangrijke bron voor mij.

Andere bronnen

Maar er zijn ook andere bronnen. Met Pasen heb ik een schilderij als basis voor mijn overweging gekozen. Vaak laat ik gedichten horen in de diensten die ik mag verzorgen. Ook muziek is natuurlijk een belangrijke bron van inspiratie, en de natuur… Daarbij vergeet ik nog literatuur en soms gewoon wat mensen in de krant schrijven. Mijn belangrijkste inspiratiebron wordt misschien wel gevormd door de gesprekken die ik als geestelijk verzorger in het revalidatiecentrum voer. Mensen reiken op existentiële momenten in hun leven mij veel aan dat betekenis heeft voor mijn geloof, mij bepalen bij waar het écht om gaat.

Het gaat bij al die inspiratiebronnen om datgene waarvan ik ervaar dat het iets raakt van datgene in het leven wat ons overstijgt, dat ons draagt, en dat betekenis en waarde heeft. Schoonheid in kunst, muziek en literatuur, maar ook ‘dagelijkse’ intermenselijke ervaringen.

Ook teksten uit andere godsdiensten en ‘heilige boeken’ kunnen voor mij inspirerend zijn. En dat is dan een mooi bruggetje naar jouw context op dit moment..

Je bent nu ruim vier weken in Tunis. Hoe gaat het met je? Op de foto’s die je me stuurt zie je er vrolijk en gezond uit, maar ik kan me voorstellen dat er van alles met je gebeurt als je in zo’n volstrekt andere omgeving bent. Vaak hoor je ook dat je in zo’n situatie van grote afstand scherper kunt kijken naar je ‘gewone leven’. Hoe is dat voor jou?

Liefs!

Mama

 

Geerke

Lieve mama,

Dank je wel voor je brief. Fijn om een teken van leven van de andere kant van de Middellandse Zee te ontvangen. Je gaat zo’n briefwisseling toch meer op waarde schatten wanneer je je daadwerkelijk op twee verschillende continenten bevindt.

In Tunis is het goed. We hebben er hier net vier weken ramadan opzitten. Of, nou ja, ‘we’, ik moet eerlijk bekennen dat ik niet heb gevast. Ik heb het wel halfslachtig geprobeerd. Soms had ik me voorgenomen om de volgende dag te vasten, waarna ik me dat voornemen pas weer met een schok herinnerde na een uitgebreid ontbijt te hebben verorberd. Soms begon ik vol goede moed aan een poging, maar waren de overgebleven zoetigheden van de voorgaande avond simpelweg te verleidelijk. De geest is gewillig, maar het vlees is zwak…

Geen zelfbeheersing

Ramadan geldt als een tijd van zelfbeheersing en matigheid. Vastende moslims bedanken van zonsopgang tot zonsondergang niet alleen voor eten en drinken, maar onthouden zich ook van seks, roken en roddelen. Deze matigheid was helaas niet aan mij besteed. Dit heeft er mee te maken dat ik overdag dus de zelfbeheersing ontbeerde om eten en drinken te laten staan, terwijl ik na zonsondergang wel aanschoof aan een uitgebreide Iftar tafel, gevuld met pannen vol soep en couscous en schalen vol dadels, brik en zoetigheden.

Toch spreekt het idee van een religieus geïnspireerde periode van vasten mij ook aan. Zo’n vastentijd lijkt me een goede oefening in matigheid en discipline.

Tegelijkertijd daalt vasten geleidelijk in populariteit onder jonge Tunesiërs. Dit verminderde enthousiasme ondervond ik de afgelopen maand aan den lijve. Gedurende de ramadan waren in het oude centrum van Tunis de meeste cafés en koffiehuizen overdag gesloten.  Bij nadere beschouwing zag je hier en daar toch vaak een cafédeur op een kiertje staan. Achter zo’n halfopen deur bleek dikwijls een volgepropt etablissement schuil te gaan dat blauw stond van de rook, de ramen afgeplakt. Dit soort cafés werd bevolkt door niet-vastende moslims, vrijzinnigen en afvalligen, die gretig Turkse koffietjes dronken en sigarettenrook inhaleerden.

Wat ontzeg jij je?

Desalniettemin blijft vasten tijdens ramadan de norm in Tunis, koffiedrinkende rebellen daargelaten. Het christendom kent ook een traditie van vasten gedurende de veertigdagentijd, maar ik ken weinig christenen die deze traditie eerbiedigen. Ik weet dat jij elk jaar zelf de inhoud van je vasten definieert, mama. Het ene jaar ontzeg je jezelf drop, het andere jaar kijk je geen pulptelevisie. Ik ben daarom benieuwd hoe jij dit vasten ervaart. Als een oefening in zelfbeheersing, of eerder als een tijd van bezinning en reflectie? En wat is volgens jou precies de religieuze dimensie van een maand geen drop eten?

Liefs,

Geerke

 

Zie ook