Intussen in Dordt (1)
Afbeelding: Hans Holbein

Intussen in Dordt (1)

Het is dit en het komend jaar vierhonderd jaar geleden dat de Nationale Synode van Dordrecht plaatsvond. De stad Dordrecht en een aantal reformatorische verbanden zal dat grootscheeps gaan gedenken. Zo vindt er op 10 november een grote manifestatie plaats onder de naam ‘Ode aan de Synode’. Er worden tentoonstellingen, boekpublicaties en studiedagen aan de kerkvergadering gewijd.

De Synode van Dordrecht vormde de directe aanleiding tot het ontstaan van de Remonstrantse Broederschap. De ‘rekkelijke’ opvattingen van de Remonstranten werden door de synode als dwalingen veroordeeld en hun predikanten werden uit de Republiek verbannen. Daar, in de ballingschap, richtten zij in het najaar van 1619 een broederschap op om elkaar tot steun te zijn: de Remonstrantse Broederschap. Die bestaat dus volgend jaar vierhonderd jaar.

Ook de Remonstrantse Broederschap heeft volgend jaar dus iets te vieren. Landelijk en lokaal wordt daar naartoe gewerkt met het jaarthema ‘400 jaar geloven in vrijheid’. In AdRem zullen we de gebeurtenissen van 1618-1619 in Dordrecht, voor zover ze voor de Remonstranten van belang waren, van maand tot maand volgen. De Synode van Dordrecht werd geopend op 13 november 1618. In de maanden september en oktober staan we in dit feuilleton stil bij de voorgeschiedenis van de synode: deze maand bij de theologische geschillen die op de Synode ter sprake kwamen en de volgende maand bij de verschillende visies op kerkpolitiek en op de verhouding tussen kerk en staat die tijdens de Synode aan het licht kwamen.

Humanistische wortels
De traditionele kerkgeschiedschrijving heeft het theologische debat dat uitmondde in de Synode van Dordrecht doorgaans behandeld als een discussie binnen het calvinisme. Remonstranten werden dan gezien als een variant van dat calvinisme; zij waren de ‘rekkelijke’ calvinisten die tegenover de ‘precieze’ calvinisten stonden.

De laatste decennia zijn onderzoekers daar anders over gaan denken. Steeds vaker beklemtonen zij het eigenstandige karakter van de ‘rekkelijke’ theologie van de vroege Remonstranten. Zij zijn meer dan een voetnoot bij de geschiedenis van het calvinisme. Zij vertegenwoordigen een eigen traditie van protestantse theologie, onderscheiden van die van Luther en die van Calvijn. De wortels van die eigen traditie liggen niet bij de grote hervormers, maar in het humanisme van Erasmus. Als er een label opgeplakt moet worden, dan zou dat dus erasmiaans of humanistisch moeten zijn in plaats van calvinistisch of gereformeerd.

Die erasmiaanse traditie van theologiebeoefening ontwikkelde zich in de Lage Landen in de halve eeuw die voorafging aan de komst van het calvinisme. Het calvinisme is in zekere zin namelijk een laatkomer in de reformatiegeschiedenis van de Nederlanden. De eerste Nederlandse vertaling van Calvijn verscheen pas in 1554. De Nederlandse geloofsbelijdenis van Guido de Bres, door de strikte calvinisten als een bindende belijdenistekst beschouwd (en als zodanig door de Synode van Dordrecht bevestigd), kwam pas in 1561 tot stand. Echt invloed kreeg het calvinisme in de Nederlanden pas in de jaren zestig.

Hervormingsgezind veelstromenland
Voorafgaand aan de late opmars van het calvinisme had zich in de Lage Landen een veelkleurig geheel van reformatorische opvattingen ontwikkeld, dat nooit uitgroeide tot een eenheid. Daarom is het ook moeilijk om het onder één noemer te brengen. Maar de inspiratie die van het werk van Erasmus uitging, was wel een soort grootste gemene deler in dit hervormingsgezinde veelstromenland. Er waren in de Nederlanden allerlei theologen en predikanten actief die moeilijk bij een bepaalde richting zijn in te delen. Maar vrijwel allemaal vonden zij hun inspiratie in Erasmus’ omgang met de Bijbel. En vrijwel allemaal waren zij ervan overtuigd dat de mens eigen verantwoordelijkheid draagt voor zijn daden en daarmee ook voor zijn heil. De genade van God werkt niet als een dwingende automaat. God vraagt onze medewerking met de genade. Daartoe zijn wij in staat omdat wij door God geschapen zijn met een vrije wil. Wij zijn, anders dan Luther en Calvijn leerden, niet bij voorbaat veroordeeld om slaven van de zonde te zijn. De mens is in staat te kiezen voor het goede. Hij doet het niet altijd, maar hij kan het wel. En om te zorgen dat hij het doet, moet hij opgevoed worden tot een deugdzaam mens. Educatie en deugdbeoefening waren sleutelwoorden in de vroomheid van de erasmiaanse theologen in de Lage Landen, en de wortels daarvan moeten wellicht nog verder terug gezocht worden: bij de laatmiddeleeuwse vroomheidsbeweging van de Moderne Devotie, waardoor ook Erasmus is gevormd.

Twee mensvisies
Jacobus Arminius (1559/60-1609) was al volop in deze humanistische theologie ondergedompeld vóór hij in Genève aan de door Calvijn gestichte academie ging verder studeren. Toen hij als jonge predikant in Amsterdam in aanvaring kwam met zijn kerkenraad, bleek dat hij aan Erasmus’ opvattingen over de menselijke wil was trouw gebleven. Zij kleurden zijn uitleg van bijbelteksten. Zij bepaalden ook zijn weerzin tegen de leer van de dubbele predestinatie: de door Calvijn verkondigde en door zijn opvolger Beza uitgewerkte gedachte dat God al van eeuwigheid af heeft bepaald wie gered zullen worden en wie verdoemd. Die weerzin bracht Arminius, toen hij hoogleraar in Leiden was geworden, in 1604 in conflict met zijn collega Franciscus Gomarus, bij wie hij een jaar eerder nog was gepromoveerd. De theologische discussie ging zich nu toespitsen op die leer van de predestinatie. Maar de kwestie die erachter schuilging, was veel breder: hier stonden twee mensvisies tegenover elkaar.

Arminius en Gomarus verdedigden hun opvattingen tegenover de Staten van Holland, die zij als Leidse hoogleraren als hun werkgever beschouwden. In 1610 dienden 44 predikanten bij diezelfde Staten een verzoekschrift, een Remonstrantie, in om ook hun ‘rekkelijke’ opvatting te mogen blijven verkondigen. Deze werd door de tegenstanders beantwoord met een Contra-Remonstrantie. De strijd tussen preciezen en rekkelijken concentreerde zich op de leer van de predestinatie. In die vorm kwam zij op de agenda van de Synode van Dordrecht. Maar eigenlijk stonden daar twee verschillende theologieën tegenover elkaar, met twee verschillende onderliggende mensbeelden.

Peter Nissen is remonstrants predikant in Oosterbeek en hoogleraar Oecumenica aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.

Zie ook