Elkaar een dienst bewijzen
Foto: Renata Barnard

Elkaar een dienst bewijzen

‘De tekst van de beginselverklaring stamt uit 1928 en was en is bedoeld voor buitenstaanders en remonstranten’, aldus Van Leeuwen. ‘Het is het motto boven de kerkorde, een tekst waar je elkaar aan te houden hebt. Het is een tekst waarmee remonstranten vertellen wat voor geloofsgemeenschap ze willen zijn. Die tekst heeft geen eeuwigheidswaarde. Het kan ook altijd weer anders. Er is sprake van, zoals H.J. Adriaanse (remonstrant, hoogleraar godsdienstwijsgbegeerte in Leiden IL) dat noemde, ‘een dynamische identiteit’.’

Wijziging
Waarom was het in 1998 nodig om de tekst ter discussie te stellen?
‘Er waren toen verschillende punten aan de orde. De hele tekst stond ter discussie en er waren vier specifieke kwesties. Was ‘geworteld in het evangelie van Jezus Christus’ te inperkend en moesten ‘andere bronnen’ genoemd worden? Moest naast ‘vrijheid en verdraagzaamheid’ ook ‘verantwoordelijkheid’ worden genoemd? Was de zinsnede ‘God vereren en Hem dienen’  te archaïsch?

Moest het woord ‘broederschap’ verdwijnen? Dit laatste punt is overigens vaker bediscussieerd, maar tot nu toe is de naam van ons kerkgenootschap niet veranderd. De enige verandering waarvoor een meerderheid te vinden was, was de wijziging van de laatste zinsnede. Het woord ‘vereren’ wijst op devotie en heiligheid, terwijl het gaat om iemand het gewicht geven dat haar of hem toekomt, zoals in ‘eer je vader en moeder’. Het woord ‘Hem’ laten vervallen, was een wens van dezelfde groep die het woord ‘broederschap’ wilde afschaffen. Deze wijziging werd wel doorgevoerd.’

Verfrissend
‘De hele discussie over wat we geloven en hoe dat te formuleren kwam terug in 2006 rond de geloofsbelijdenis. Ik vind het verfrissend om je samen te buigen over zo’n tekst. Het is een avontuur. De enige voorwaarde is dat uitsluiting niet het uitgangspunt of het doel is. Dan is zo’n gezamenlijke zoektocht én de uitkomst daarvan verrijkend voor iedereen en ook hier geldt weer: het is niet voor de eeuwigheid!’

Gemeenschap en individu
Het is, aldus de beginselverklaring, de geloofsgemeenschap die God wil eren en dienen, maar remonstranten zijn toch ook enorme individualisten? ‘Er is veel ruimte in onze geloofsgemeenschap. Dat geldt voor de theologische discussie, voor wat mensen vinden en doen. Vrijheid en verdraagzaamheid zijn heel belangrijk. Wat ik vooral zou willen, is dat we nadenken over wat het eigenlijk betekent dat ‘eren en dienen’. In beide woorden zit ‘dienst’. De liturgie (eredienst) en het diaconaat (dienst aan de wereld en aan elkaar) verbinden we met die twee woorden. Maar ik leerde al op catechisatie bij dominee Van Hille in Amsterdam dat God van ons gerechtigheid vraagt en niet al dat bidden en zingen. De liturgie doen we niet voor God maar voor elkaar. ‘Elkaar een dienst bewijzen’ noemde Van Hille zijn boekje over de liturgie. Om je geloof levend te houden heb je andere mensen nodig en daarom is het goed om van die gezamenlijke rituelen te hebben en zo elkaar een dienst te bewijzen.’

‘Gerechtigdheid doe je door anderen tot hun recht te laten komen. Dat kan op allerlei manieren en via de vele projecten die door diaconieën worden aangereikt. In het evangelie gaat het over de profeet van liefde en gerechtigheid: Jezus. Dat (liefde en gerechtigheid) doen is de ware dienst aan God en meteen ook dienst aan de naaste. Lees maar in Mattheüs 25:37: ‘Wanneer hebben we u hongerig gezien en u te eten gegeven of dorstig en u te drinken gegeven?’ Het antwoord op deze (en de rest van de vragen in de volgende verzen) luidt: ‘Wat je de minsten hebt gedaan, heb je mij gedaan.’”

Geloofsgesprek
‘De beginselverklaring en de geloofsbelijdenis zijn prima teksten om mee naar buiten te gaan en om intern het geloofsgesprek aan te gaan. Als je dieper op teksten ingaat, blijken er vaak grote verschillen in opvattingen. Die teksten bieden een handvat om elkaar een dienst te bewijzen. Je hebt allemaal je eigen, individuele opvattingen, maar er is wel een verbindende tekst en een goed gesprek. Natuurlijk kun je ook andere teksten gebruiken. Denk bijvoorbeeld aan dat prachtige gedicht ‘Dagsluiting’ van Van het Reve – ik hoorde een van onze predikanten dat eens als een soort ‘votum’ in een dienst gebruiken. Zo’n poëtische tekst  is de beginselverklaring niet, maar de overeenkomst is dat in een paar woorden essentiële dingen gezegd worden. Daarom kun je er met elkaar een geloofsgesprek over hebben.’

De waarheid in pacht, niet in bezit
‘Het hart van de beginselverklaring is ‘vrijheid en verdraagzaamheid’. Je deelt met anderen het evangelie, je deelt wat je te doen staat, maar je spreekt ook nadrukkelijk uit dat je de waarheid niet in pacht hebt. Ik kan nu weer Van Hille citeren. Hij zei graag dat we de waarheid in pacht hebben, maar nooit in bezit? Dat is typisch remonstrants. We hebben teksten in beheer die, zo ervaren we, van waarheid spreken. Maar het beginsel van vrijheid en verdraagzaamheid waarschuwt ons onze lezing ervan nooit als de enig ware te nemen. We sluiten geen mensen uit omdat ze de accenten anders leggen.’

Als het gesprek bijna is afgelopen valt Van Leeuwen in dat de woorden ‘God eren en dienen’ ook in de geloofsbelijdenis van 2006 terecht gekomen zijn. We moeten beiden opzoeken in welk deel en verband, maar het blijkt te kloppen. Zoekt u het vooral ook even op.

Ineke Ludikhuize
redactie AdRem gemeentelid in Utrecht

DAGSLUITING

Eigenlijk geloof ik niets,
en twijfel ik aan alles, zelfs aan U.
Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,
dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,
en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt
zoals ik U.

(Uit Gerard Kornelis van het Reve: Nader tot U. Uitgeverij G.A. van Oorschot 1966, Amsterdam)

 

Prof. dr. Th.M. van Leeuwen was van 1992 tot 2012 hoogleraar aan het remonstrants seminarium in Leiden. Daarvoor was hij elf jaar predikant van de Utrechtse Geertekerk. In 1998 was hij voorzitter van de commissie die  de discussies over de beginselverklaring begeleidde en met een voorstel moest komen. De vraag was of de verklaring uit 1928 gewijzigd moest worden en zo ja, wát er gewijzigd moest worden. Uiteindelijk werd een woord gewijzigd en een woord geschrapt. ‘God vereren en Hem dienen’ werd ‘God eren en dienen’.

 

Zie ook